Cambodja krijgt 880 miljoen dollar aan steun

TOKIO, 23 JUNI. Cambodja krijgt voorlopig 880 miljoen dollar (1,5 miljard gulden) aan hulp van het buitenland voor de wederopbouw van het land, dat is 280 miljoen dollar meer dan het bedrag waar de Verenigde Naties om hadden gevraagd.

Dat hebben 33 landen en 13 intergouvernementele en niet-gouvermentele organisaties gisteren toegezegd op de ministersconferentie over Cambodja in Tokio, een initiatief van Japan.

Grootste gever is Japan (150 tot 200 miljoen dollar), gevolgd door de Verenigde Staten (135 miljoen dollar). Nederland, dat was vertegenwoordigd door minister Pronk van ontwikkelingshulp, geeft 30 miljoen dollar.

Tegen veler verwachting in nam ook de Rode Khmer deel aan de conferentie. Maar de leider van de nu sterkst bewapende van de vier voormalige oorlogspartijen, Khieu Samphan, keurig in het donker kostuum en minzaam converserend met zijn tegenstanders, voerde niet het woord.

De Rode Khmer weigert tot nu toe de wapens in te leveren. In een slotverklaring werd gewag gemaakt van “een partij” die de uitvoering van het vredesakkoord van Parijs van vorige herfst blokkeert door de VN-vredesmacht niet toe te laten op het door haar gecontroleerde gebied. Door haar halstarrige opstelling staan 900 Nederlandse VN-militairen werkeloos aan de andere kant van de grens.

Tot gisteravond laat is, na afloop van de ministersconferentie, grote druk uitgeoefend op de Rode Khmer om zich aan het Parijse akkoord te houden. Maar zekerheid bestaat daarover niet. De vijf permanente leden van de Veiligheidsraad plus Japan, Australië, Thailand en Indonesië, deden de vier elf voorstellen. Maar de Rhode Khmer was de enige die zei de voorstellen eerst te willen bestuderen. Op 2 juli wordt het overleg voortgezet.

Het hoofd van de VN-vredesmacht, de Japanner Akashi, haalde gisteravond op een persconferentie fel uit naar de Rode Khmer en zei dat haar weigering zich aan het Parijse akkoord te houden een bedreiging betekent voor alle VN-operaties in Cambodja, “ook voor de wederopbouw van het land”, doelend op de onmogelijkheid hulp te geven aan het door de Rode Khmer gecontroleerde gebied. Volgens hem bevatten de elf voorstellen geen concessies aan de Rhode Khmer en pasten ze in het kader van het Parijse akkoord.

De guerillastrijders eisen grondige verificatie van de totale terugtrekking van het Vietnamese leger en beschuldigen de VN van partijdigheid. De VN zou de nog door Vietnam geïnstalleerde regering in Phnom Phen steunen ten koste van de Hoge Nationale Raad - een uitvloeisel van het Parijse akkoord, waaraan de vier partijen en het hoofd van de VN-vredesmacht deelnemen, onder voorzitterschap van prins Norodom Sihanouk. Via deze raad zou de internationale hulp worden verstrekt.

Volgens minister Pronk geldt de nu toegezegde internationale hulp tot volgend voorjaar, wanneer er voor het eerst algemene verkiezingen worden gehouden in Cambodja, dat dertien jaar lang in de greep is geweest van een verwoestende oorlog. Hij beklemtoonde dat tot in de komende eeuw hulp nodig zal zijn, bij voorbeeld voor het opruimen van alle mijnen.

Pronk zei blij te zijn dat Japan het initiatief tot deze conferentie had genomen en “zijn nek uitsteekt en niet alleen maar volgt”. “Dat gebeurt zeer zelden en dat was voor een aantal politici reden geweest om naar Tokio te komen, om dat te honoreren”, aldus de Nederlandse bewindsman.