"Bindende collectieve afspraken goed voor lonen en banen'; Studie: Niet tornen aan CAO's

ROTTERDAM, 23 JUNI. Het algemeen verbindend verklaren van collectieve arbeidsovereenkomsten bevordert een beheerste loonontwikkeling en vergroot de kans van langdurig werklozen op een baan. Dat concluderen dr. G. van Kooten en drs. J.S.H. Stolk van de Erasmus universiteit in hun onderzoek "Arbeidsverhoudingen in balans' dat is gemaakt in opdracht van de Bouw- en houtbond FNV.

Volgens beide wetenschappers vormt het algemeen verbindend verklaren van CAO's een integraal onderdeel van een in hoge mate uitgebalanceerd systeem van arebiedsverhoudingen. “Wie afschaffing van dit instrument bepleit moet bedenken dat als gevolg daarvan het gehele systeem uit balans kan raken. Met alle mogelijke gevolgen van dien.”

Het is in Nederland gebruikelijk dat afspraken die overkoepelende organisaties van werkgevers en werknemers in bedrijfstakken maken over arbeidsvoorwaarden door de minister van sociale zaken van toepassing worden verklaard op alle werkgevers en werknemers die in de betreffende bedrijfstak werkzaam zijn. Dus ook op dé werkgevers en werknemers die niet zijn aangesloten bij de werkgeversverenigingen of de vakbonden die de afspraken maken. Dit zogenoemde algemeen verbindend verklaren (AVV) kreeg in 1937 wettelijke grondslag. Doel was werkgevers en werknemers te beschermen tegen loonconcurrentie.

Aanleiding voor het onderzoek was de kritiek die de afgelopen jaren op het AVV-instrument is geuit. Tegenstanders vinden dat het leidt tot verstarring in de loonvorming en op de arbeidsmarkt. Zo liggen de laagste loonschalen in de bouw-CAO op ongeveer 130 procent van het minimumloon. Door het algemeen verbindend verklaren van zo'n afspraak wordt het bouwwerkgevers dus verboden werknemers in dienst te nemen tegen het minimumloon. Dat belemmert startende ondernemingen en bemoeilijkt uitbreiding van banen, aldus de kritici. Zij kregen bijval van de ministers Kok (financiën) en De Vries (sociale zaken), die zeiden te overwegen CAO-bepalingen die een verlaging van het ziekengeld compenseren niet algemeen verbindend te verklaren. De Sociaal-economische raad bereidt een advies over het AVV-instrument voor.

De onderzoekers hebben de argumenten van de kritici tegen het licht gehouden. Daartoe vergeleken zij de ontwikkeling van loonkosten, werkgelegenheid, werkloosheid en arbeidsonrust tussen landen met en zonder AVV-praktijk en tussen (Nederlandse) bedrijfstakken met en zonder AVV. Ze komen onder meer tot de slotsom dat de loonkosten zich in de AVV-landen over het algemeen volgens een gelijkmatiger patroon ontwikkelen dan in de niet-AVV-landen. Verder signaleren zij in de niet-AVV-landen beduidend vaker arbeidsonrust dan de AVV-landen.

In Nederland worden zo'n 460.000 werknemers, met name in de bouw en de handel, indirect als gevolg van het AVV-instrument aan CAO-bepalingen gebonden. Het aantal werknemers onder contracten die niet algemeen verbindend worden verklaard bedraagt 160.000. Dit betreft voornamelijk kleinere branches zoals voor de rubber- en kunststofindustrie, de papier- en kartonindustrie, de havens, de zuivel en de brouwerijen. Met de nodige wetenschappelijke slagen om de arm concluderen beide onderzoekers dat de ontwikkeling van de loonkosten en de werkgelegenheid tussen bedrijfstakken met en zonder AVV elkaar nauwelijks ontloopt. Het aantal bedrijven in de AVV-branches blijkt sinds 1985 over de hele linie toegenomen, terwijl het afnam in de niet-AVV-braches met uitzondering van de rubber- en kunststoftak.

De bevindingen wettigen volgens Van Kooten en Stolk de veronderstelling dat de opwaartse lijn in de loonsverhogingen van de afgelopen jaren minder te maken heeft met de toepassing van het AVV-instrument, maar veeleer in verband moeten worden gebracht met de groeiende schaarste op de arbeidsmarkt. “Het door de AVV-kritici veronderstelde aanbod van vacatures en werkzoekenden aan de onderkant van de arbeidsmarkt bestaat helemaal niet. Er zijn wel 330.000 werklozen, maar een deel wil helemaal niet werken en een ander deel is niet bereid te werken tegen het minimumloon omdat het verschil met de uitkering te gering is. Die krijg je heus niet aan de slag door CAO's niet algemeen verbindend te verklaren”, aldus Van Kooten. Integendeel, CAO-afspraken over extra aandacht voor probleemgroepen op de arbeidsmarkt zouden hun kansen eerder vergroten en bovendien een matigende uitwerking hebben op de loonontwikkeling.