Aartsbisschop Brom

De Nederlandse katholieke kerk, die wordt genoemd in het artikel over Johannes Brom van medewerker P. van der Eijk (NRC Handelsblad, 2 juni), heeft er nooit een geheim van gemaakt, dat zij niet tot Rome behoort en ook niet tot de oud-katholieke kerk, die ontstaan is in de periode 1702-1723 na moeilijkheden tussen bisschop Petrus Kodde en Rome.

De Nederlandse katholieke kerk gaat terug tot de zogeheten "vroege kerk', die als een der apostelen had de welbekende visser Petrus, die de kerk heeft gevestigd te Antiochië en niet in Rome. Op deze kerk te Antiochië, destijds door Petrus opgericht, gaat de Apostolische successie terug. Een successie die teruggaat op Petrus te Rome is dubieus, daar er geen enkele bewijs is voor een verblijf van Petrus aldaar. Het was Paulus die te Rome gewerkt en geleden heeft. De stoel van Petrus te Rome is dan ook wankel te noemen en de kans dat de apostolische successie van de rooms-katholiek kerk slechts op een fictie berust is groot.

De kapel was destijds gevestigd aan de Ammunitiehaven in een winkelpand en niet in een garage. In de onmiddellijke omgeving was inderdaad een café, dat niet heette "De dolle kabouter' maar "Uit en thuis'. De vroege kerk werd geleid door visserlieden en tentenbouwers en dus niet door theologen. De theologie-studie is van later oorsprong. Ook het celibaat is een latere uitvinding en zelfs in strijd met de Bijbel (1 Tim. 4:3 en 3:2). In de kapel aan de Ammunitiehaven zijn nooit voorwerpen aangetroffen uit de Binckhorstkapel. In het opvangcentrum waren destijds moeilijkheden, vooral met de daar aanwezige drugsverslaafden. Brom is daarvan de dupe geworden.

Over het probleem van de "afvalligen' is veel te doen geweest. De oud-katholieken beweren met kans op juistheid, dat Rome van hen is afgevallen. De oosters-orthodoxe kerken veroordelen alles wat steunt op Rome en de daarvan afgeleide successie. Bisschop J. Thiessen, die ik persoonlijk goed gekend heb, beschikte over een wijdingslijn, die tevens terug te voeren was op de oosterse successie, waarvan de authenticiteit nu eenmaal groter is dan die van Rome. Over de geldigheidsvraag zijn twee stromingen, de Augustinische en niet-Augustinische.

Wat de zwarte missen betreft, daarvan zegt de Bijbel in 1. Kor. 10:20: “Wat de heidenen offeren, dat offeren ze de duivelen”.