Zesde plaats op wereldranglijst van landen met gunstig investeringsklimaat; Ondernemers waarderen Nederland

ROTTERDAM, 22 JUNI. Nederland neemt dit jaar de zesde plaats in op de wereldranglijst van geïndustrialiseerde landen als het gaat om concurrentiekracht en aantrekkelijkheid voor investeringen.

Vooral de openheid van de Nederlandse economie en de internationale oriëntatie hebben er voor gezorgd dat Nederland één plaats hoger klom op de ranglijst die met medewerking van vooraanstaande zakenlieden is opgesteld door de Internationale management school in Lausanne en het World Economic Forum in Genève. Ruim 18.000 topmensen van ondernemingen over de hele wereld hebben door middel van een enquête aangegegeven welke landen het meest aantrekkelijke ondernemingsklimaat hebben. Ook gegevens van internationale organisaties als de OESO, Wereldbank, IMF en GATT zijn verwerkt.

De culturele openheid van Nederland, de sterke mate van internationale samenwerking tussen ondernemingen, gemeten in joint ventures, de buitenlandse investeringen en de internationale handel worden in de zakenwereld goed gewaardeerd.

De resultaten van het onderzoek zijn samengevat in een studie van 695 pagina's, die een beeld geeft van de waardering van de concurrentiekracht van 22 industrielanden en 14 landen waar de economie zich het sterkst ontwikkelt (nieuwe industrielanden).In het onderzoek zijn acht factoren gemeten die het meest bijdragen aan een aantrekkelijk investeringsklimaat en concurrentiekracht: de ontwikkeling van de nationale economie, de internationale oriëntatie van het land, de waardering voor de overheid, infrastructuur, het financiële klimaat, het management, wetenschap en technologie en de arbeidsmarkt.

Japan en Duitsland staan op de eerste twee plaatsen; de Verenigde Staten zijn vergeleken bij het onderzoek vorig jaar drie plaatsen omlaag getuimeld en van de tweede plaats verdrongen door Duitsland. Niettemin wordt de economische toekomst van Duitsland onzeker genoemd door de hoge kosten van de vereniging van West- en Oost-Duitsland. Duitse ondernemers kunnen voordeliger in Midden- en Oost-Europa investeren dan in de voormalige DDR, aldus de uitkomsten van de enquête. Belangrijkste oorzaken voor de lagere waardering van de Verenigde Staten zijn de economische recessie en een verminderd vertrouwen van ondernemers in het Amerikaanse beleid om de recessie te overwinnen. Ook hebben structurele economische problemen en een lagere waardering in het management van grote bedrijven en in het beleid voor wetenschap en technologie het beeld van de VS geschaad. Het sterkst daalde de waardering voor de kwaliteit van de Amerikaanse arbeidskrachten, vooral omdat het Amerikaanse onderwijssysteem onvoldoende in staat zou zijn tegemoet te komen aan de behoeften van een concurrerende economie.

Hoewel Zwitserland van de vierde naar de derde plaats op de ranglijst opklom, wijst het onderzoek uit dat de Zwitserse economie veel van zijn kracht heeft verloren door een aanhoudend hoge inflatie en toenemende werkloosheid. Denemarken kreeg een veel hogere waardering van de zakenlieden (van de achtste naar de vierde plaats op de ranglijst) omdat het zijn economische problemen van de jaren '80 heeft weten te overwinnen. Maar daarbij wordt aangetekend dat het negatieve antwoord van de Deense bevolking in het referendum over het verdrag van Maastricht voor nadelige economische consequenties kan zorgen.

Voor de vierde maal voert Singapore de ranglijst van nieuwe industrielanden aan, gevolgd door Taiwan dat sinds vorig jaar twee plaatsen opklom. Zuid-Korea daalde iets in de waardering en kwam van de derde plaats in 1991 nu op de vijfde plaats.

De concurrentiekracht van de 22 OESO-landen, volgens 18.000 topmensen in het internationale bedrijfsleven

1991 1992

1 Japan1 Japan

2 Verenigde Staten 2 Duitsland

3 Duitsland 3 Zwitserland

4 Zwitserland 4 Denemarken

5 Canada 5 Verenigde Staten

6 Oostenrijk6 Nederland

7 Nederland 7 Oostenrijk

8 Denemarken8 Zweden

9 Finland 9 Ierland

10 Groot-Brittannië 10 Finland

11 België/ Luxemburg 11 Canada

12 Zweden 12 België/ Luxemburg

13 Ierland 13 Groot-Brittannië

14 Noorwegen 14 Frankrijk

15 Frankrijk 15 Nieuw-Zeeland

16 Australië 16 Australië

17 Italië 17 Noorwegen

18 Nieuw-Zeeland 18 Spanje

19 Spanje 19 Italië

20 Turkije 20 Portugal

21 Portugal 21 Turkije

22 Griekenland 22 Griekenland

23 Hongarije

(Hongarije is in 1992 "verhuisd' naar de nieuwe industrielanden)