Wildernis van de Ommuurde Stad wordt een park

Hoewel de Union Jack nog tot 1 juli 1997 zal wapperen in Hongkong stellen de kroonkolonie en zijn aanstaande eigenaar, de Volksrepubliek China, zich nu al helemaal in op de machtsoverdracht. Na het aanvankelijke wantrouwen van veel Hongkong-Chinezen in de goede bedoelingen van Peking lijkt de meerderheid van de bevolking er nu van overtuigd dat hun leven weinig zal veranderen. “Wij nemen China over en niet omgekeerd”, zeggen zakenlieden vol nieuw zelfvertrouwen.

HONGKONG, 22 JUNI. Madame Wong is een hoer op leeftijd. Veel klanten trekt de zestigjarige niet meer, maar, zo zegt voor de deur van haar bouwvallige onderkomen in Hongkongs Ommuurde Stad (Walled City), “ik ken geen ander beroep”. Hak Nam, "Duister Hart' wordt de Ommuurde Stad genoemd, een Chinese enclave middenin het district Kowloon.

Tientallen jaren was de ontoegankelijke ommuurde stad een geliefd toevluchtsoord voor een ieder die het niet zo nauw met de wet nam in Hongkong: drugshandelaren, prostituées, illegale immigranten. Ze waren er ongrijpbaar voor de autoriteiten van de kroonkolonie, die in de stad geen zeggenschap hadden. Daaraan komt nu een einde, want het massieve rechthoekige blok van chaotisch naast en bovenop elkaar gebouwde flats gaat ondanks het felle verzet van bewoners, tegen de vlakte om, in 1993, plaats te maken voor een park.

Een sombere zaterdagmiddag in de Ommuurde Stad. Smalle openingen in de aaneengesloten muren van de stad vormen de enige ingangen. Mollengangen kronkelen door het complex, slechts hier en daar valt vaal licht onder vreemde hoeken naar binnen. Van de rechthoek die de Ommuurde Stad vormt is nog maar één puntje bewoond, de meeste van de voorheen 35.000 mensen hebben het aanbod van de regering, de Britse welteverstaan, geaccepteerd om met 10.000 gulden op zak elders te gaan wonen. Maar een harde kern verzet zich hevig. Bij de gefaseerde ontruiming van de stad, die deze zomer voltooid moet zijn, is het herhaaldelijk tot schermutselingen gekomen tussen "opruim-ambtenaren' en bewoners.

Vriendelijkheid ten opzichte van vreemdelingen is niet de sterkste kant van de laatste inwoners van de Ommuurde Stad. Met pottekijkers hebben zij niet veel op. “Ik eis volledige vergoeding van al mijn kosten”, wil een oudere man, die zijn naam niet wil noemen, nog net kwijt, “en wat ze mij bieden is veel te weinig. En nu opgehoepeld!” Hij staat in een groentekraampje dat versierd is met spandoeken waarvan de teksten in niet mis te verstane bewoordingen de ontruimingen afkeuren. “Weg met de koloniale honden”, staat op een ervan te lezen. Madame Wong, ook zo'n fanatieke, zegt dat ze wacht tot ze wordt weggesleept.

De Ommuurde Stad was qua status bijna 100 jaar een van de meest curieuze plekjes op aarde. Toen de Britten in 1898 met het keizerrijk China de lease van Hongkong voor een periode van 99 jaar overeenkwamen, bedong Peking dat het oude fort uit de Qing-dynastie waar de Chinese magistraat bij tijd en wijle logeerde, buiten het contract bleef, om zo een voet tussen de deur te houden. De Britten accepteerden de voorwaarde glimlachend, de Ommuurde Stad was een slaperig gehucht.

De naam was in feite niet meer van toepassing toen de Japanse bezetters in 1942 de muur die de stad omgaf lieten afbreken. Na de oorlog bleven de Chinezen vasthouden aan de status aparte van hun stukje grondgebied in Hongkong. Door de overwinning van Mao Zedong, in 1949, trad een dramatische wijziging op in de positie van de stad. De communisten beseften een troefkaart in handen te hebben, een luis in de pels van het kapitalisme, en dat sloot wonderwel aan bij de plannen van criminele bendes. De Ommuurde Stad - het dichtmetselen van elke vierkante meter zorgde voor een nieuwe muur - werd een crimineel walhalla, waar de wet van de stedelijke wildernis regeerde. Notoire misdadigers gebruikten haar als uitvalsbasis en de "gewone' inwoners, verre van communisten, schuwden propaganda voor communistisch China niet, zodra de Britten weer een poging ondernamen een einde te maken aan hun bezigheden.

Maar toen Peking en Londen het in 1984 uiteindelijk eens werden over de toekomst van Hongkong, namelijk teruggave aan China na afloop van het leasecontract in 1997, was het lot van de Ommuurde Stad bezegeld. Voor de Chinezen had de stad zijn nut bewezen, ze stemden ermee in de krakkemikkige huizenblokken nog voor de machtsoverdracht in 1997 af te breken.

Op veel steun konden de inwoners van de stad niet rekenen onder de Hongkong-Chinezen. Een grote meerderheid van de mensen buiten de Ommuurde Stad vindt dat het een goede zaak dat het eindelijk afgelopen is met, zoals een winkelier in Kowloon het uitdrukte, “de rotzooi in onze achtertuin”.