Vrijgegeven documenten tonen financiële contacten Sovjet-Unie met PCI; KGB en communisten Italië: lange affaire; Nieuwe smet op schone-handenimago van PCI en PDS

ROME, 22 JUNI. In Italië is een "rode Gladio' actief geweest in de jaren zeventig, een groep communisten die mogelijk banden heeft gehad met de linkse terreurgroep Rode Brigades. Dit blijkt uit documenten afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie, die ter beschikking zijn gesteld van de Italiaanse justitie.

De onthullingen hierover en de nieuwe en gedetailleerde informatie over de ruime financiële steun die de voormalige Italiaanse communistische partij PCI uit Moskou heeft gekregen, hebben de opvolger van de PCI, de Democratische Partij van Links (PDS), in grote verlegenheid gebracht.

De PDS maakte toch al een interne crisis door wegens haar betrokkenheid bij het corruptieschandaal in Milaan. De onthullingen, die eind vorige week in Rome zijn toegelicht door de Russische procureur Valentin Stepankov, komen terwijl de partij serieus uitzicht heeft op deelname aan de regering.

Formateur Giuliano Amato zoekt de steun van de PDS voor zijn nieuwe kabinet. Binnen de partij is daarover grote verdeeldheid ontstaan. Een minderheid, de rechtervleugel, vindt dat de partij deze kans niet voorbij moet laten gaan. Maar partijleider Achille Occhetto kiest vooralsnog voor de oppositie, omdat hij vreest dat het nieuwe kabinet onvoldoende politieke vernieuwing brengt.

De berichten over een "rode Gladio', naar analogie van de geheime verzetsorganisatie die onder de paraplu van de NAVO opereerde, zijn gebaseerd op documenten uit de archieven van het Centraal Comité van de voormalige Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Hieruit blijkt dat de PCI mensen naar Moskou stuurde voor een training in clandestiene activiteit. Er zijn geen aanwijzingen dat zij werden getraind in het gebruik van wapens en explosieven. De meeste rechtse "gladiatoren', die verzetsdaden zouden moeten plegen in geval van een Sovjet-invasie, hebben wel zo'n training ontvangen.

Uit een document dat in de Italiaanse pers is gepubliceerd blijkt dat in 1974 negentien Italianen in Moskou een speciale opleiding kregen bij de KGB in het gebruik van zendapparatuur en in vermommingstechnieken. Procureur Stepankov heeft gezegd dat hij de Italiaanse rechters documenten heeft overhandigd waaruit blijkt dat er meer groepen zijn geweest die een dergelijke training hebben ontvangen.

De training was gegeven op verzoek van de toenmalige partijtop. Het document met het voorstel is ondertekend door partijvoorzitter Luigi Longo, partijsecretaris Enrico Berlinguer en twee andere vooraanstaande leden van het partijsecretariaat, Ugo Pecchioli en Armando Cossuta.

Berlinguer vreesde een rechtse poging tot staatsgreep, zo blijkt uit de Sovjet-documenten, een angst die werd aangewakkerd door de staatsgreep die generaal Pinochet op 11 september 1973 in Chili pleegde om president Salvador Allende af te zetten.

Die angst vormde de achtergrond van Berlinguers voorstel voor een "historisch compromis': Berlinguer vreesde dat een eventuele communistische regering, die toen mogelijk leek, het land zou verdelen en zei dat de PCI nooit zou kunnen regeren in confrontatie met de middenklasse, zoals die toen werd vertegenwoordigd door de christen-democratische partij.

Nu blijkt dat de PCI zich tegelijkertijd voorbereidde op het ergste: een rol in de clandestiniteit. Op verzoek van de PCI had de KGB ook ongeveer zeshonderd valse Italiaanse, Franse en Zwitserse paspoorten laten drukken.

De Russische procureur Stepankov heeft gezegd dat leden van vrijwel alle andere communistische partijen een training in vermommingstechnieken hebben gehad. Hij suggereerde dat sommigen van de Italianen die in Moskou zijn getraind, later lid zijn geworden van de Rode Brigades of andere linkse terreurgroepen in Italië. Om dat met zekerheid vast te stellen moet van ieder van deze mensen worden uitgezocht wat zij daarna hebben gedaan, zei Stepankov.

De namen van Italianen die een KGB-training hebben gekregen, zijn niet bekendgemaakt. Tot nu toe is er geen enkele concrete aanwijzing voor een band met de Rode Brigades naar boven gekomen. De PCI was in de jaren zeventig een van de felste tegenstanders van de Rode Brigades, waarvoor bij extraparlementair links juist veel sympathie bestond.

Stepankov heeft gezegd dat uit een document uit 1981 blijkt dat drie zenders waarmee de PCI in contact stond met Moskou, om veiligheidsredenen zijn vernietigd. De Italiaanse politie zou de zender hebben kunnen ontdekken bij de grootschalige zoekacties naar rechtse en linkse terroristen.

De Russische procureur is de afgelopen dagen door Armando Cossuta, president van Communistische Heroprichting, een PDS-afsplitsing die tegen de naamsverandering van vorig jaar was, uitgemaakt voor “gek” en “leugenaar”. Cossuta verwees naar Stepankov uitspraken over een mogelijke band met de Rode Brigades, maar ook naar diens onthullingen over financiële steun uit Moskou voor de PCI.

Aan de hand van een aantal documenten heeft Stepankov gezegd dat de Italiaanse communisten tot 1987 financiële steun voor een totaal van ongeveer zestig miljoen gulden hebben gekregen uit Moskou. Alleen al in 1972 is voor 5,7 miljoen dollar steun gegeven, om een deel van de kosten van de verkiezingscampagne te dekken. Daarnaast werd op een indirecte manier, via bedrijven, steun gegeven. Deze laatste vorm van steun zou vorig jaar zijn stopgezet.

In de geldstroom van Moskou naar Italië bestaat een hiaat van drie jaar: van 1979 tot 1982, de tijd dat Berlinguer nog verder afstand nam van Moskou met zijn verzet tegen de inval in Afghanistan en de afkondiging van de staat van beleg in Polen. Vanaf 1982 was de stalinistische senator Cossuta volgens Stepankov het referentiepunt voor Moskou, omdat hij als enige in de Italiaanse partijtop een “correct” standpunt innam. In 1987 nog heeft Cossuta een cheque ontvangen voor 670.000 dollar en hiervoor een bedankbriefje geschreven. Cossuta ontkent dit geld te hebben gekregen en zegt dat de documenten uit 1987 vervalsingen zijn.

Moskou gebruikte ook economische contacten om de kameraden in Italië te helpen. Uit een document van januari 1983 uit de Politburo-archieven blijkt dat aan het bedrijf Inter-Expo, in handen van de communistisch-gezinde ondernemer Luigi Remigio, 600.000 ton olie en 150.000 diesel werden verkocht met een prijskorting van één procent en gespreide betaling, wat volgens deze brief een financieel voordeel van vier miljoen dollar zou opleveren.

Andere financiële steun kwam door belastingfraude, waarbij de Italiaanse fiscus bijvoorbeeld te horen kreeg kreeg dat de winst van een rederij was tegengevallen, omdat het bedrijf forse boetes had moeten betalen aan zijn Russische klanten wegens vertragingen en andere schadeposten. Dit geld werd dan via Zwitserland naar de PCI teruggeboekt.

Deze onthullingen over georganiseerde en langdurige belastingfraude betekent een nieuwe smet op het schone-handenimago dat de PCI en daarna de PDS steeds hebben uitgedragen.

Sommige leden van de PDS zeggen de onthullingen van Stepankov te zien als onderdeel van een complot van andere Italiaanse partijen tegen de partij. Anderen, zoals Ugo Pecchioli, nu fractieleider van de PDS in de Senaat, wijzen erop dat documenten uit archieven die onlangs in Moskou zijn geopend, worden gebruikt in een intern-politieke strijd tegen Gorbatsjov en andere leden van de communistische partij, en daarom niet betrouwbaar zouden zijn.