Uitslag Iers referendum zonder merkbaar effect op rentemarkten

ROTTERDAM, 22 JUNI. Uiteindelijk bleef de uitslag van het referendum in Ierland over de monetaire eenwording - een hoger dan verwacht aantal jastemmers - zonder merkbaar effect op de Europese rentemarkten.

Ook in ons land kwamen de rentetarieven vrijwel niet van hun plaats. Op zich was deze reactie ook niet zo verwonderlijk, daar in tegenstelling tot het Deense referendum de uitslag in Ierland bij voorbaat al min of meer was ingecalculeerd: de Ieren hebben een duidelijk financiëel-economisch belang bij de eenwording. Alleen een onverwacht "nee' zou een verdere koersreactie hebben teweeggebracht. Daarbij is het niet zozeer Ierland maar veeleer de Franse stemming in september die beslissend zal zijn voor de verdere Europese monetaire eenwording. Omdat verder afgelopen donderdag de Duitse financiële markten, richtinggevend voor de Nederlandse rente, waren gesloten, bleef bij in het algemeen lage omzetten het rendement op de 10-jaars benchmark net als de voorafgaande weken rond de 8¼ procent liggen.

De schrikreactie op de financiële markten was de afgelopen tijd toch al aan de guldensobligatiemarkt voorbij gegaan, niet in de laatste plaats omdat veel beleggers sinds de toegenomen onzekerheid rond de (verdere) Europese convergentie zich op de vanouds harde valuta als gulden en mark richten. Wat uiteraard ook meespeelt is dat het verdrag van Maastricht in ons land geen politieke betekenis heeft; in een aantal andere Europese landen daarentegen moet worden geconstateerd dat niet alleen economische maar steeds meer politieke twijfels over dit verdrag de kop opsteken.

Door alle EMU- en EMS-turbulentie bleven de fundamenteel-economische ontwikkelingen wat op de achtergrond. Het CPB zorgde wederom voor een lichtpuntje voor de Nederlandse economie: na recentelijk al met een positievere inflatieverwachting te zijn gekomen, wijzen de laatste cijfers op een iets betere vooruitzichten voor de groei en de werkloosheid. Vooralsnog hebben de rentemarkten wel wat anders aan hun hoofd: de voorlopig blijvende twijfels over het verdere verloop van de Europese monetaire convergentie, de moeilijke inschatting van de ruimte die de Bundesbank (nog niet) heeft om het rentebeleid te versoepelen, en daarbij het onrustige beeld aan het valutafront, zowel ten aanzien van de dollar als het EMS, zullen ongetwijfeld betekenen dat in de rente een risicopremie blijft zitten.

Internationale obligatiemarkten

Uiteraard hielden ook de internationale obligatiemarkten het vizier gericht op het Ierse referendum. Het Verdrag van Maastricht, door Denemarken klinisch dood verklaard, bleek nog niet te zijn overleden. Het is echter nog te prematuur om over een geslaagde reanimatiepoging te spreken. Hiervan zou pas enigszins sprake kunnen zijn indien Frankrijk zich in september in positieve zin uitlaat over ratificatie. De financiële markten realiseerden zich dan ook dat het Ierse referendum voornamelijk een benedenwaarts gericht koersrisico inhield. Een Iers "no' zou een domino-effect teweeg hebben gebracht; nu verscherpt de ratificatie het Franse Zwaard van Damocles. Bovendien zat de Ierse goedkeuring al voor een groot gedeelte in de koersen verdisconteerd. Na de bekendmaking van de uitslag waren de Europese rentebewegingen dan ook niet al te groot. Slechts de hoogrenderende valuta's, zoals de Italiaanse lire en de Spaanse peseta, konden vrijdag met bescheiden koerswinsten afsluiten. Deze waren echter bij lange na niet voldoende om de in de afgelopen weken opgelopen verliezen goed te kunnen maken. Op de Italiaanse obligatiemarkt zorgden, naast de welhaast traditionele politieke onrust, speculaties omtrent een lire-devaluatie de afgelopen week voor additionele druk op de koersen.

Het aanhoudende onzekere rentesentiment werd ook weerspiegeld op de emissiemarkt. Onder de weinige leningen die in EMS-valuta's werden uitgegeven viel vooral het grote aandeel van zogenaamde "floating rate notes' op. Dit type lening wordt gekenmerkt door een variabele coupon, die elk jaar aan de vigerende rentestanden wordt aangepast. De koers is hierdoor minder gevoelig voor schommelingen van de rente, hetgeen onder de huidige marktomstandigheden door beleggers als een pluspunt wordt beschouwd. De belangrijkste niet-Europese obligatiemarkten werden de afgelopen week beheerst door geruchten omtrent monetaire versoepelingen. In zowel de VS als Japan neemt de druk op de monetaire autoriteiten toe om middels een verlaging van de officiële rentetarieven te zorgen voor een economische impuls. Met name de Japanse obligatiemarkt kon hiervan profiteren, geholpen door haar functie van veilige haven voor beleggers op de Japanse aandelenbeurs. De Japanse 10-jaars rente daalde met 10 basispunten tot een niveau van 5,50 procent.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank Robeco