Staatsgrepenland

Met de enige die het in deze eeuw ernstig heeft geprobeerd, is het slecht afgelopen.

Pieter Jelles Troelstra is er nooit meer bovenop gekomen nadat hij in november 1918 in twee fameuze toespraken had verklaard dat ook voor het Nederlandse proletariaat het ogenblik was gekomen om de macht te grijpen. Dat was een poging tot een linkse revolutie in een rechts land. Driekwart eeuw later houden we ons bezig met geheime rechtse plannetjes om een greep naar de macht te doen in een land dat intussen een beetje naar links is opgeschoven.

In het onlangs gepubliceerde onderzoek van Bob de Graaff en Cees Wiebes, Gladio der vrije jongens, treffen we een aantal avonturiers van betere en mindere komaf aan die met behulp van particuliere inlichtingendiensten en "overvalgroepen' de rode vloedgolf wilden keren. Het was voor een deel een natuurlijk vervolg op een stroming - al voor de oorlog ontstaan en daarna zowel in het bezette land als in Londen tot bloei gekomen - waarvan de vertegenwoordigers een broertje dood hadden aan de parlementaire democratie. Generaal Kruls, hoofd van het Militair Gezag, was er een markante vertegenwoordiger van. Voor een ander deel was het, zoals De Graaff en Wiebes schrijven, een reactie op het begin van de Koude Oorlog en de dekolonisatie. Conservatief Nederland heeft tussen 1945 en 1950 veel moeten verwerken. Dit was de eerste periode waarin ondernemende heren aan een staatsgreep hebben gedacht. Achteraf bezien is dat de beste tijd geweest.

De tweede periode is die van de "gezagscrisis' in de jaren zestig. Overheid en politiek wisten zich geen raad met wat er allemaal op straat gebeurde. Het was het historisch seizoen van "de aantasting der taboes' en "de afbraak van oude waarden'. Luns herinnert zich dat er in het voorjaar van 1965 drie of vier generaals met het plan voor een coup bij hem zijn gekomen. Het zou waarschijnlijker zijn geweest als ze hun bezoek een jaar later hadden afgestoken. Toen bereikte het kabaal in Amsterdam zijn hoogtepunt: rookbommen in de trouwstoet en het bouwvakkersoproer met de bestorming van De Telegraaf. Maar misschien hadden de generaals van Luns een vooruitziende blik.

De derde periode waarin het land volgens nog altijd anonieme generaals (of misschien wel kolonels) staatsgreeprijp werd bevonden, valt samen met de laatste crisis van het traditionele gezag: toen Prins Bernhard in opspraak raakte door de Lockheed-affaire. Volgens dr. W.F. Duisenberg, die het van drs. J. den Uyl heeft gehoord, kreeg Luns, toen secretaris-generaal van de NAVO, opnieuw hoge officieren op bezoek. Ze vonden dat er een eind aan het kabinet Den Uyl moest worden gemaakt. Dit heeft Luns toen keurig tegen Den Uyl verteld. Wie zich de politieke verbittering uit de Lockheed-tijd herinnert, zal het niet zo onwaarschijnlijk vinden dat er toen mensen rondliepen met plannen om "orde op zaken te stellen'. Maar, opnieuw achteraf bezien: dit was een confrontatie tussen twee vaag begrensde machtsgroepen die hun beste tijd achter de rug hadden.

Uit de jongste geschiedenis van de staatsgrepen die niet doorgingen kunnen we een paar conclusies trekken. Ten eerste valt het hooggeplaatste Nederlanders aan te raden, beter dagboek te houden. Met "drie of vier generaals' schieten we niet veel op. Ten tweede moet nu met alle macht voorkomen worden dat er archieven worden vernietigd. Ten derde is, als het erom gaat een plan voor een coup d'état te maken, rechts avontuurlijker aangelegd dan links. Troelstra wilde de straat op, zonder samenzwering meteen in het openbaar. De generaals voelden meer voor de techniek zoals die in landen als Haïti wordt toegepast.

Aan de vierde conclusie gaat een vraag vooraf. Zijn er in 1992 nog Nederlanders die op een staatsgreep zitten te broeden? Het valt niet aan te nemen. Ons land is in een toestand geraakt die een machtsgreep overbodig maakt. Veel loopt niet als het zou moeten lopen, absurditeiten zijn aan de orde van de dag. Maar het lijkt wel alsof niemand dat nog bijzonder veel kan schelen. Een partij die zou aankondigen dat zij, eenmaal aan het bewind, de treinen op tijd zou laten rijden zou zich belachelijk maken. Niemand zou het geloven. Over het koningshuis wordt niet meer gesproken, de natie heeft zijn cultuurschokken achter de rug, de oppositie heeft geen reden tot compromisloze verbittering meer.

Het zijn allemaal redenen om niet aan een greep naar de macht te denken. En trouwens: waar huist de macht tegenwoordig? Zou er iets veranderen als de heer Lubbers van een paar generaals huisarrest kreeg? Zijn we niet in een staat, een maatschappij, een samenleving aangeland waarin "de macht' geen adres meer heeft? De slimsten weten het: onder deze verhoudingen heeft het geen zin meer een poging te doen, georganiseerd de macht te grijpen. En de allerslimsten halen voor zo'n discussie hun schouders op: die hebben het op eigen houtje al gedaan.