Moldaviërs tegen "imperialisme'

MOSKOU, 22 JUNI. De Moldavische president, Mircea Snegur, heeft Rusland beschuldigd van “imperialistische plannen” jegens zijn land, dat 4,3 miljoen inwoners telt. Hij heeft de Russische president, Boris Jeltsin, gevraagd zich niet in de binnenlandse aangelegenheden van Moldavië te mengen.

Snegur reageerde daarmee op uitlatingen van Jeltsin, die naar aanleiding van de gevechten in de Dnjestr-regio had verklaard: “Wanneer tientallen mensen worden gedood en er een oorlog gaande is, kunnen wij niet passief blijven, vooral als dat aan onze grenzen gebeurt.” Als Jeltsin het Russische leger in Moldavië laat ingrijpen, zou het de eerste keer zijn sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie dat Moskou officieel geweld gebruikt op het grondgebied van een andere GOS-republiek.

Het Moldavische parlement komt vandaag in de hoofdstad Kisjinjov bijeen om de oplopende crisis te bespreken. Honderden Moldavische vrijwilligers hebben bij demonstraties gisteren wapens geëist om tegen de Russische tanks te vechten. Roemenië heeft de vermeende Russische interventie in Moldavië veroordeeld.

In de stad Bendery, waar dit weekeinde honderden doden vielen, wordt nog steeds gevochten tussen Moldavische sluipschutters op de daken en Russische separatisten. Uit vrees voor de sluipschutters laat men slachtoffers van de gevechten op straat liggen, zodat die in de intense hitte tot ontbinding overgaan. Meer dan vijfhonderd mensen uit het Dnjestr-gebied zijn voor de gevechten weggevlucht naar de Oekraïne.

Volgens bewoners van Bendery en volgens het Moldavische ministerie van defensie werd de herovering van de stad op de Moldaviërs aangevoerd door soldaten en tanks van het in Moldavië gestationeerde 14e Russische Leger. Volgens dat ministerie worden Russische tanks, manschappen en wapens geconcentreerd in het gebied ten oosten van de Dnjestr. De Moldavische troepen hebben zich op drie kilometer afstand van Bendery in de velden verschanst. Volgens berichten uit Moskou heeft de Moldavische politie afgelopen nacht het Russische garnizoen in Bendery beschoten.

In het gebied met zijn 600.000 inwoners, waar veel etnische Russen leven, is al maanden geleden de "Dnjestr-Republiek' geproclameerd, die zich wil afscheiden van Moldavië uit vrees dat de Moldaviërs, die etnische Roemenen zijn, zich zouden willen herenigen met Roemenië. Moldavië met uitzondering van het Dnjestr-gebied behoorde tot de Tweede Wereldoorlog tot Roemenië. De etnische Russen en Oekraïeners vrezen voor hun rechten als kleine Slavische minderheid in zo'n vergrote Roemeense staat. Moldavië weigert het Dnjestr-gebied op te geven wegens zijn economisch belang en omdat het vreest voor de rechten van de Roemeense minderheid daar.

Bendery is een sterk geïndustrialiseerde stad en de enige plaats ten westen van de Dnjestr-rivier die gecontroleerd wordt door de separatisten. De rivier scheidt het overwegend Roemeense deel van Moldavië van de smalle Transdnjestr-strook die tot voor de Tweede Wereldoorlog bij de Oekraïne hoorde.

Rusland heeft tot nog toe altijd ontkend dat Russische troepen vechten aan de kant van de separatisten. Woordvoerders van het 14e Russische Leger ontkenden ook dit weekeinde weer elke betrokkenheid bij de gevechten. (AFP, Reuter)