"Misschien dat het weer me zo futloos heeft gemaakt'; Lewis onderuit op 100 m. terwijl Johnson herrijst

ROTTERDAM, 22 JUNI. Carl Lewis, tien jaar lang de onbetwiste heerser bij het verspringen en op de 100 meter, heeft in zijn carrière wel vaker verloren. Maar als het erop aankwam dan won hij. Zes keer bij de Olympische Spelen. Acht keer bij WK's. Dat was misschien wel de belangrijkste troef van de beste atleet aller tijden: als geen ander kon hij zich oppeppen voor de belangrijkste races en steeds de hoogste druk weerstaan.

Dit psychologische voordeel heeft hem zaterdag in New Orleans bij de olympische selectiewedstrijden voor de Amerikaanse atletiekploeg niet mogen baten. In de 100 meter-finale eindigde hij kansloos als zesde in een tijd van 10,28, ver boven zijn wereldrecord van 9,86 dat hij vorig jaar bij de wereldkampioenschappen in Tokio vestigde. En ver achter de winnaar van de finale, Dennis Mitchell, vorig jaar bij het WK nog derde achter Carl Lewis en diens clubgenoot Leroy Burrell. Met zijn tijd van 10,09 bleef Mitchell zijn naaste belagers, Mark Witherspoon (ook 10,09) en Leroy Burrell (10,10), net genoeg voor.

Alleen deze eerste drie mogen in Barcelona voor de Verenigde Staten op de 100 meter aan de start verschijnen. Dat zijn de wetten van de jungle in de Amerikaanse atletiekwereld. Geen gemarchandeer met richttijden en limieten die voor een bepaalde datum gehaald moeten worden. Een enkele wedstrijd beslist over de uitzending naar Barcelona. Wie toevallig een slechte dag heeft, ook al heet hij Carl Lewis, heeft pech gehad.

Voor de nummers 4, 5 en 6 in de Amerikaanse 100 meter-finale rest alleen nog maar de troostprijs van een eventuele plaats in de estafetteploeg voor de 4 x 100 meter. Dat geldt voor Mike Marsh (10,14), voor James Jett (10,25) en voor Carl Lewis. Alsof je Michael Jackson vraagt om zich voor een jam-sessie beschikbaar te houden.

Vóór de Amerikaanse selectiewedstrijden had Lewis in een interview met deze krant nog verklaard: “Ik weet dat ik zowel bij het verspringen als de 100 meter voor de derde achtereenvolgende maal een gouden olympische medaille kan winnen, wat nooit eerder vertoond is. Die mogelijkheid heb ik. En ik wil ook de 200 meter lopen. En de estafette. Ik hoef me niet te sparen. Ik hoef niet te kiezen. Ik ben gretiger en sterker dan ooit.”

Was dat grootspraak? De holle frase van een kampioen die dan toch echt op zijn retour is? Tenslotte is Carl Lewis 31. En hij heeft al alles ooit gewonnen. Is het eindelijk genoeg geweest?

Maar “van winnen krijg je nooit genoeg”, zei Lewis nog onlangs. En zijn leeftijd belette hem ook vorig jaar niet zijn beste prestaties opnieuw te verbeteren. Weer een beter seizoen draaien had hij zich voor dit jaar ten doel gesteld.

Lewis heeft al eerder verklaard dat hij stopt als hij niet meer kan winnen. “Want ik voel me te goed om van een of ander groentje te verliezen.” Maar of dat moment is aangebroken? Hij heeft al eerder zijn enorme veerkracht en vechtlust getoond. En hij heeft nog twee kansen om zich bij de olympische selectiewedstrijden te plaatsen voor de Spelen: bij het verspringen en op de 200 meter. Een verslagen Lewis is niet voorgoed verloren. Een verslagen Lewis is uit op revanche.

Dat was zo in het verleden. Maar of die wet nog altijd opgaat? Na afloop van de 100 meter-finale klonken de woorden van Lewis opvallend berustend. Hij was teleurgesteld, natuurlijk. Maar niet getergd. “Ik stond niet scherp genoeg”, zei Lewis. Alsof dat voor de kampioen van de concentratie gebruikelijk is. En wat daarvan de oorzaak was? “Misschien dat het benauwde weer me zo futloos gemaakt heeft”, probeerde Lewis voorzichtig. Om vervolgens laconiek te verklaren: “Als je je in zo'n belangrijke wedstrijd zo vlak voelt als ik vandaag heb ervaren, dan haal je het niet. Meer zat er voor mij vandaag niet in.”

Misschien zal het hem achteraf nog het meest dwarszitten dat hij niet, en de Canadese valsspeler Ben Johnson wél, zich afgelopen weekend voor de 100 meter in Barcelona wist te plaatsen. Wie zegt dat eerlijkheid het langste duurt? Niet alleen teleurgesteld, maar vooral woedend en diep gekwetst was Carl Lewis toen hij vijf jaar geleden bij de wereldkampioenschappen in Rome werd verslagen door Ben Johnson. "Big Ben', het mestkalf met het geelgetinte oogwit, van wie toch iedereen kon zien dat hij anabole steroïden gebruikte maar die maar niet betrapt werd. Die door een foutje, hoe amateuristisch, in 1988 bij de Spelen dan toch eindelijk kon worden ontmaskerd, maar pas nadat hij Lewis opnieuw met kunst- en vliegwerk verslagen had.

Lewis kon in Seoul alsnog zijn zilveren voor een gouden medaille verruilen, hoewel de bijbehorende overwinningsroes er niet meer bijgeleverd werd. En Johnson kreeg de twee jaar schorsing die hij meer dan verdiend had. Na die verbanning uit de internationale atletiekarena probeerde Johnson tevergeefs om nog te bewijzen dat hij ook zonder doping kon winnen. Zonder anabolen kwam hij niet meer uit boven de middelmaat.

Tot afgelopen weekend. Bij de Canadese selectiewedstrijden eindigde Johnson als tweede in een tijd van 10,16. Goed genoeg voor Barcelona en beter dan Lewis in New Orleans wist te presteren. Een reprise van de Olympische finale, een tweegevecht tussen een Lewis in topvorm en een Johnson zonder synthetische spierbundels, had van hun koningsdrama het spectaculaire sluitstuk kunnen zijn.

Foto: Carl Lewis in een ongewone positie; ver in de schaduw van winnaar Dennis Mitchell (Foto AP)