Mengeling van devotie en fanatisme in dans van choreograaf Saez

Gezelschap: Cia Vicente Saez. Produktie: Uadi. Choreografie: Vicente Saez; muziek: Luis Paniagua; decor: Josep Simon en Manolo Zuriaga; kostuums: Pedrin Errando; licht: Bruno Garny. Gezien: 20/6 Stadsschouwburg, Amsterdam.

Aanvankelijk zou de groep van choreograaf/danser Vicente Saez vorig jaar in het Holland Festival optreden daar toen Spanje, het geboorteland van Saez, het themaland van het festival was. Die plannen gingen niet door, maar dit jaar is Saez wèl, zij het slechts met één voorstelling, in het festival te gast. Saez is geen onbekende in Nederland. Hij presenteerde zich zowel als solist als met een groep in 1989 in Rotterdam en Utrecht met de produktie Ens en solo, gevolgd door een optreden in 1990 met de produktie Rapta. Verder was hij als danser te zien in Anne-Teresa de Keersemaeckers Ottone, Ottone. Wat toen het meest frappeerde was zijn fanatieke gedreven bewegingsstijl met vlijmscherpe lijnen, flitsende accenten en afgemeten, gescandeerde passen.

Zijn net een maand geleden uitgebrachte nieuwste produktie Uadi heeft een geheel andere uitstraling: het geheel roept een sfeer op van oosterse rituelen. De kleine, verfijnde arm- en handbewegingen doen denken aan Indiase mudra's, de vaak ingetogen, naar binnen gekeerde blikken aan devote tempeldansers, de traag over de grond verschuivende lichamen van zich aan hogere machten overgevende figuren, de golvende torso's aan door wind gestuwde objecten en de wervelende draaien aan de extatische dansen van derwisjen. De muziek (van Luis Paniagua) versterkt de oriëntaalse sfeer door de klankkleur en de sterk pulserende ritmes. Toch is die opgeroepen sfeer bedrieglijk, want in de steeds terugkerende felle uitbarstingen schuilt een totaal andere benadering en is eenzelfde fanatisme herkenbaar als uit Saez' eerdere werken. Het aandeel van de drie vrouwen is prominent. Ze treden veelal apart als trio op, afgewisseld met korte solo- of duetfragmenten. Ook de drie mannen manifesteren zich hoofdzakelijk gezamenlijk in afzonderlijke onderdelen waarbij het opvallend is dat ze vrijwel steeds eenzelfde soort bewegingsmateriaal als de vrouwen toebedeeld krijgen. De relatie tussen beide groepen blijft afstandelijk en raadselachtig. Wanneer ze elkaar treffen worden de vrouwen dikwijls tot machteloze, gemanipuleerde wezens die krachteloos in elkaar zijgen. Toch zijn de mannen nergens de stoere macho's. Ook zij hebben vaak iets van slachtoffers, zoals in een fragment waarin ze doodstil als gekruisigde Christus-figuren de begeleidende muziek over zich heen laten spoelen.

Het werk heeft een wonderlinge mengeling van uiterste verstilling en opzwepende dynamiek die telkens heel abrupt en messcherp wordt afgebroken. De spanningsboog wordt constant vastgehouden maar toch treedt ondanks de verschillen in tempo en beelden een bepaalde gelijkvormigheid op. Vooral door het steeds terugkerende bewegingsmateriaal dat op zichzelf boeiend en helder is, gaan de onderdelen op elkaar lijken en verliezen aan zeggingskracht. Het eerste half uur lijkt een inleiding te zijn tot wat er werkelijk moet komen, maar in de volgende drie kwartier blijkt het geheel zich als compositie niet wezenlijk meer te ontwikkelen.

Er wordt goed en met grote intensiteit gedanst. De belichting is fraai, evenals het toneelbeeld, een roestig, roodbevlekt achterdoek. Uadi is een produktie die laat zien dat Saez een interessant en markant choreograaf is, nog volop zoekend naar nieuwe wegen om zijn talent verder te ontwikkelen.