Lubbers ontmoet kritiek en lof op open dag Pauluskerk

ROTTERDAM, 22 JUNI. Zijn communicatieve vaardigheden worden gewaardeerd bij de Pauluskerk, maar veel meer complimenten zitten er verder niet in voor Ruud Lubbers.

Dominee Hans Visser prijst de manier waarop de premier de samenleving opzoekt. Zoals het bezoeken van de presentatiedag van de Pauluskerk, waar hij in contact komt met actieve organisaties die zich het lot aantrekken van travestieten en transseksuelen, jongeren uit Eritrea of arbeiders van de Kaapverdische eilanden. Lubbers en het kabinet hebben echter geen enkele reden trots te zijn op het beleid ten aanzien van asielzoekers, onderdrukten en kanslozen, verzekerde Visser de premier zaterdagmiddag.

De premier was door dominee Visser uitgenodigd voor de tweejaarlijkse open dag van de Rotterdamse Pauluskerk, de stadsenclave voor daklozen, drugsverslaafden en illegale vreemdelingen.

In zijn toespraak tot de ongeveer honderd aanwezigen onderstreepte Lubbers dat politici alleen goed kunnen werken als de “mensen van onderop” hun impulsen blijven geven. Vooral in de grote steden, waar de verdeeldheid tussen arm en rijk het sterkst wordt gevoeld, moet elk individu weten dat het onmisbaar is. Nederlanders mogen de allochtonen niet in de steek laten, maar ook allochtonen die in Nederland geslaagd zijn, moeten oog hebben voor de problemen waarmee hun minder bedeelde landgenoten worstelen, waarschuwde de minister-president.

Dominee Visser, die zei zich van "marxist' te hebben ontwikkeld tot bepleiter van samenwerking tussen burgers, overheid en bedrijfsleven, meent dat de kwaliteit van de samenleving slechts kan verbeteren als de drie grootheden rekening houden met elkaars mogelijkheden en begrenzingen.

Als voorbeeld van deze samenwerking noemde Visser het project "perron 0' bij het Centraal Station in Rotterdam, een opvangplaats voor drugsverslaafden. De Pauluskerk kwam tot dit initiatief met subsidie van de overheid en enkele kleine financiële bijdragen uit het bedrijfsleven. Andere bedrijven proberen dit project, vaak met volgens Visser primitieve argumenten, via de Raad van State te dwarsbomen. “Rijk en arm, machthebbers en machtelozen, zijn tot elkaar veroordeeld”, zei Visser. “Zij zijn gedwongen tot een vergelijk te komen.”