Hongkong wil vooral heel veel geld verdienen

Hoewel de Union Jack nog tot 1 juli 1997 zal wapperen in Hongkong stellen de kroonkolonie en zijn aanstaande eigenaar, de Volksrepubliek China, zich nu al helemaal in op de machtsoverdracht. Na het aanvankelijke wantrouwen van veel Hongkong-Chinezen in de goede bedoelingen van Peking lijkt de meerderheid van de bevolking er nu van overtuigd dat hun leven weinig zal veranderen. “Wij nemen China over en niet omgekeerd”, zeggen zakenlieden vol nieuw zelfvertrouwen.

HONGKONG, 22 JUNI. Albert Lin loopt zo hard zijn korte benen hem kunnen dragen. De regelaar van de Government Information Services in Hongkong, houdt er in zijn dagelijkse leven een tempo op na dat niet ongebruikelijk is in de stadstaat: hollen van vroeg tot laat. Werkpaarden zijn het, de mensen in Hongkong. Rijke paarden, dat wel: het gaat uitstekend met de kroonkolonie, vijf jaar voordat haar inwoners (5,7 miljoen, van wie 98 procent Chinees), nieuwe heren moeten dienen: de communistische mandarijnen van de Volksrepubliek China.

Het hele leven in Hongkong is gericht op 1 juli 1997, de magische datum van overdracht, wanneer het Britse bestuur na 99 jaar pacht overgaat in Chinese handen. Weliswaar werd in de Joint Declaration van 1984 vastgelegd dat Hongkong zijn eigen economische en politieke systeem nog vijftig jaar mocht behouden, maar veel inwoners waren in de jaren daarna niet overtuigd van de goede afloop. Met name de bloedige ontknoping van de Chinese democratische lente in 1989 leidde in Hongkong tot heftige reacties. Een gevoel dat Londen hen had uitgeleverd aan communistische barbaren bekroop de mensen.

Amper drie jaar later is van dat gevoel nog maar weinig te bespeuren. Peking heeft andermaal duidelijk gemaakt op economisch terrein de vrije markt nog meer ruimte willen geven - sterke man Deng Xiaoping reisde begin dit jaar ostentatief naar de Zuidchinese provincie Guangdong om verdere kapitalistische hervormingen te propageren. De integratie van het zuiden van China, met Hongkong, tot één economisch blok schrijdt in een zeer snel tempo voort. De provincie Guangdong is samen met Hongkong (in totaal 66 miljoen inwoners) een van de snelst groeiende industriële economische centra ter wereld. In 1991 bedroeg de groei 27 procent. Drie miljoen mensen in Guangdong werken inmiddels voor bedrijven in Hongkong.

Intussen wordt de invloed van Peking in Hongkong voelbaar. Een groep van 44 invloedrijke zakenlieden in Hongkong, die al langere tijd overtuigd waren van het nut van goede betrekkingen met de Volksrepubliek, zijn onlangs zover gegaan bij Peking "in dienst' te treden als adviseurs. Onder hen is de grootste onroerend goed-magnaat, miljardair Li Ka-shing.

Die stap is niet bij iedereen in goede aarde gevallen. Emily Lau, sinds vorig jaar een van de 18 direct gekozen leden van de Legislative Council (het parlement van Hongkong waarin verder 42 indirect gekozen en benoemde leden zitting hebben) noemt de groep “de gezalfden van Peking” en ziet het als een weldoordachte communistische actie om een begin te maken met gelijkschakeling. “Door bepaalde mensen wel te vragen als adviseur en anderen niet maakt Peking de mensen van Hongkong duidelijk wie ze wel en wie ze niet moeten vertrouwen”, zegt Lau, die sceptisch is over de kans op een werkelijke democratie in Hongkong, met een volledig gekozen parlement en een daaruit gevormde regering.

Mede-parlementariër Martin Lee steunt die mening volledig. Lee, voorzitter van de Verenigde Democraten van Hongkong (UDHK), zegt zich neer te leggen bij de Joint Declaration, maar zou liever alle overeenkomsten verscheuren. “Als het aan de mensen van Hongkong had gelegen, waren we onafhankelijk geworden”, zegt hij. “Maar een referendum is nooit gehouden.” Lee verwijt de huidige gouverneur, Lord David Wilson, een knieval ten opzichte van China en hoopt dat de nieuwe gouverneur, Chris Patten, die volgend maand begint, de Chinezen beter zal weerstaan. “Hij moet niet gaan vechten met de Chinezen, want dat kan hij toch niet winnen, hij moet zich ferm opstellen en de belangen van Hongkong verdedigen.”

De vraag is of de Hongkong-Chinezen zich werkelijk zoveel zorgen maken om de politiek. Voor Sjouke Postma, algemeen directeur van de RABO-bank vestiging in de kroonkolonie is dat geen vraag meer. “De mensen in Hongkong zijn alleen gericht op geld verdienen. Zolang de bus op tijd gaat en alles rustig is, interesseert niemand zich voor de politiek.”

Postma zegt verbaasd te zijn over de onwetendheid in "de wereld' over de stand van zaken in Hongkong en China. “Er leven twee grote misverstanden: China gaat dezelfde kant op als de Sovjet-Unie, en 1997 is de ondergang van Hongkong, niets is minder waar.” De bankier moet keer op keer ook zijn eigen hoofdkantoor in Nederland ervan overtuigen dat Hongkong de moeite van het investeren waard is.

China neemt Hongkong niet over, Hongkong neemt China over, meent Mary Wong, van de Hongkong Trade Development Council. “Het is allemaal veel eenvoudiger dan men denkt. In dit deel van de wereld valt veel geld te verdienen, op vrijwel elk gebied: import, export, produktiearbeid.” Ze noemt de zakenwereld in China “booming”. Vooral investeerders en handelaren uit Hongkong en Taiwan penetreren de Volksrepubliek. In enkele jaren tijd is de import uit en export naar China verviervoudigd.

De vice-president van Philips Hongkong, de Schot K.S. Stewart, zegt “vertrouwen als een stier” te hebben in de toekomst van China en Hongkong te hebben. Het verdwijnen van de grenzen zal het voor Philips alleen maar makkelijker maken, zegt Stewart, al wil hij een eventuele terugval door politieke ontwikkelingen niet uitsluiten.

Hongkong zelf verandert door de symbiose met Zuid-China steeds meer in een zakenhart waar de witte boorden beslissen wat er met het grote achterland gebeurt. Het is een duizelingwekkende wereld, van drie niveaus: onder de grond de metro; op de begane grond de brede boulevards met vier- of achtbaans autowegen en daarboven de wandelwegen met vele, vele banen. De ene marmeren shopping-arcade vloeit over in de andere, wedijverend in pracht en praal. De entree tot de fonkelende torenflat waar de Rabo-bank is gevestigd, aan het Exhange Square, is versierd met watervallen die langs natuurstenen muren worden geleid en over bedjes van verse bloemknoppen glijden. Hier geen graffiti, afval of vuil. Zelfs de enkele zwerver onder de fly-overs heeft zijn parkje keurig aangeharkt.

En Hongkong bouwt nog hoger, nog groter, nog luxueuzer. Het nieuwe Central Plaza Gebouw, dat bijna af is, telt 78 verdiepingen en is het op drie na hoogste gebouw ter wereld. Aan de kust van het westelijke eiland Chek Lap Kok verrijst een vliegveld uit zee. Gepland jaar van oplevering van het 30 miljard gulden kostende project: 1997.

De Chinezen in Hongkong lijkt maar één ding te drijven: een onstilbare honger naar materiële vooruitgang. Mimi Lee, werkzaam op het bureau van het vliegveldproject, vat Hongkongs stille kracht eenvoudig, maar uiterst treffend samen: “Het beste is nog niet goed genoeg voor ons.” Hongkong is het fanatiek najagen van het allerbeste dat een consumptiemaatschappij te bieden heeft.

Foto: De muren van Hongkongs Ommuurde Stad - een crimineel walhalla dat ondanks het felle verzet van de bewoners tegen de vlakte gaat. (Foto Lolke van der Heide)