Heropening vliegveld Sarajevo opgeschort

BELGRADO, 22 JUNI. De VN-troepen hebben dit weekeinde hun werk aan de heropening van het vliegveld van Sarajevo opgeschort, totdat op en om het vliegveld tenminste 48 uur een staakt-het-vuren wordt nageleefd.

Een duidelijk geagiteerde generaal Lewis MacKenzie maakte deze beslissing zaterdag op een persconferentie in Sarajevo bekend, even nadat bij de ontruiming van het vliegveld door de troepen van de Verenigde Naties opnieuw een jeep onder de vuur was genomen en drie Canadese soldaten waren gewond, van wie één ernstig. De VN had zich van het vliegveld teruggetrokken, omdat de Bosnische en de Servische partijen in het conflict zich niet bleken te houden aan eerdere beloften de strijd rondom het vliegveld en de naburige stadswijk Dobrinja te staken.

Volgens ooggetuigen ter plaatse probeerden de Bosnische eenheden van de overdracht van het vliegveld door de Serviërs aan de VN gebruik te maken, het vliegveld te veroveren. De Serviërs staakten daarop hun terugtocht en vuurden terug, zodat de VN-troepen tussen de strijdende partijen geraakten. De gevechten op en rondom het vliegveld gingen het gehele weekeinde door. Volgens MacKenzie zal iedere keer wanneer er geschoten wordt de klok voor de 48 uur "buffertijd' opnieuw worden gestart.

Het Bosnische presidium, het wettige gezag in Bosnië-Herzegovina, heeft naar aanleiding van de opstelling van de VN-troepen, deze ervan beschuldigd eerdere afspraken te schenden. De VN is in Sarajevo om het vliegveld, dat gedemilitariseerd zou moeten worden en waarvan de omgeving van alle zware wapens zou moeten worden ontdaan, open te stellen voor humanitaire vluchten ten bate van de naar schatting 300.000 mensen die nog in Sarajevo zijn, en die ook dit weekeinde weer uitgebreide mortier- en artilleriebombardementen moesten ondergaan.

In een verklaring beschuldigde de Bosnische autoriteiten de VN ook van samenwerking met, en zelfs hulp aan, de Servische partij in het conflict. Deze kennelijke verslechtering in de verhoudingen tussen de VN en de Bosnische autoriteiten valt samen met een verslechtering in die tussen de VN en de Serviërs. De Servische propaganda beschuldigt de VN-macht (UNPROFOR) ervan mee te werken aan een medicamenten- en voedselblokkade tegen West-Bosnië en de door Serviërs veroverde gebieden in West-Kroatië, waardoor met name in de ziekenhuizen een onhoudbare situatie zou zijn ontstaan.

Het Bosnische presidium verklaarde dit weekeinde formeel de oorlog aan de "agressoren' tegen de republiek Bosnië-Herzegovina. Als agressoren werden Servië, Montenegro, het Joegoslavische leger en de voornaamste Servische partij in Bosnië, de SDS, genoemd. De draagwijdte en bedoeling van deze stap is voor waarnemers in Belgrado niet aanstonds duidelijk. Wellicht betreft het hier de eerste aanzet tot eeen algehele mobilisatie aan de kant van de wettige regering in Bosnië-Herzegovina, die vorige week een - eveneens nog duister - defensieverbond met de nabuur-republiek Kroatië sloot.

Ofschoon berichten over de strijd buiten Sarajevo vaag en onbetrouwbaar zijn, lijkt de oorlog in de republiek nog geenszins in intensiteit af te nemen. Gevechten werden dit weekeinde gemeld uit onder andere Tuzla, Samac, Bosanski Brod, Derventa, Brcko, Banovici, Bihac, Breza en Visoko. In Novi Travnik speelt een conflict tussen Kroatische en moslem-eenheden over de vraag wie in deze streek het wettig gezag vormt. Het Bosnische presidium maakte dit weekeinde melding van een nieuw dodencijfer in de republiek, 40.000, waarvan de juistheid overigens niet kan worden geverifieerd. 30.000 van deze doden zouden het gevolg zijn van de Servische inname van steden in Oost-Bosnië in het begin van de oorlog. Eerder was in Sarajevo de schatting van 7.200 doden gangbaar.

De studenten die al meer dan een week in de Servische hoofdstad Belgrado actie voeren voor het aftreden van de Servische president Slobodan Milosevic kregen dit weekeinde steun van de studenten in de Montenegrijnse hoofdstad Podgorica (voorheen Titograd), die een demonstratief rockconcert organiseerden. Eerder hadden studenten in de Servische steden Nis, Novi Sad en Subotica zich al bij de acties aangesloten.

Ook uit Kroatië werden dit weekeinde weer schermutselingen en beschietingen tussen Serviërs en Kroaten gemeld, onder andere bij Drnis, en in en bij Dubrovnik.