Hele wereld is getuige van de zelfmoord van een land

PRAAG, 22 JUNI. Het leek afgelopen vrijdagnacht in en rondom het op een heuvel boven de Donau gelegen hotel Bórik in Bratislava wel een toneelstuk van Tsjechov. Compleet met emotionele uitbarstingen, wanhopige uitroepen, bittere verwijten over en weer, compleet ook met een apocalyptisch onweer dat veel spelers van het drama letterlijk van het toneel spoelde. Na het onweer en na de wolkbreuk die de overkant van de rivier, waar die rustige democratie Oostenrijk ligt, onzichtbaar maakte, viel voor lange tijd een onheilspellende stilte in. Totdat, het was toen al midden in de nacht, bleek dat de langverwachte ontknoping, het akkoord tussen de Tsjechische partijleider Václav Klaus en zijn Slowaakse tegenpool Vladimir Meciar, alleen maar de bevestiging inhield van wat iedereen had gevreesd: overeenstemming over het bijna onvermijdelijke uiteenvallen van het Tsjechisch-Slowaakse samenleven, een historisch volkerenhuwelijk dat, als het over een half jaar inderdaad wordt ontbonden, net geen driekwart eeuw heeft standgehouden.

Het enige dat hier ontbrak, zo leek het, was Tsjechoviaanse melancholie. Hier heerste harde politieke berekening, hier heerste de strijd om politieke overleving, om persoonlijke en politieke belangen die niet geschaad mogen worden. Hier heerste kortom cynische berekening.

“De hele wereldpers is hier toegestroomd”, riep een Slowaakse vrouw bij het zien van de tientallen televisiecamera's en honderden journalisten vertwijfeld uit, “om getuige te zijn van de zelfmoord van een land.” Zijzelf en de paar honderd demonstranten die hun steun betuigden aan Havel, aan Klaus, aan het voortbestaan van de federatie, moesten werkeloos toezien hoe die zelfmoord zich voltrok, geheel overeenkomstig de constitutionele regels, zoals Klaus en Meciar zelfvoldaan vaststelden.

De enige die een protest met enig mogelijk effect kon laten horen was Havel zelf, maar of de afgevaardigden in de vertegenwoordigende organen zich daar veel aan gelegen zullen laten liggen is zeer onzeker.

Het lot van de Tsjechoslowaakse federatie lijkt te zijn bezegeld, tenzij het gezonde verstand en niet de emotie de overhand krijgt in de politieke discussie. Want de overlevingskansen van een onafhankelijke Slowaakse republiek lijken klein. Afgezien van de te verwachten economische moeilijkheden - het in stand houden van een staat die voor een belangrijk gedeelte afhankelijk is van een industrietak, de zware- en wapenindustrie, waarvan de produkten niet erg goed in de markt liggen, en die in elk geval met zware verliezen draait - moet ook gevreesd worden voor toeneming van interne en externe druk die wordt veroorzaakt door de verandering van het geopolitieke evenwicht in Midden-Europa.

Het kleine Slowakije zal ongetwijfeld geconfronteerd worden met de roep om meer autonomie van de 600.000 man sterke Hongaarse minderheid die zich sterker zal laten gelden dan tot dusver het geval was. “Let maar op,” zei zaterdag Frantisek Farkas, een 45 jaar oude Hongaar in het vlak bij de Hongaarse grens gelegen stadje Komárno. “Boedapest zal onze eisen ondersteunen, en zo zal het ook gaan met de andere minderheden, de Roethenen, de Oekraïeners, de Sileziërs.” Farkas maakt daarbij een veelzeggend gebaar langs zijn hals.

Een vrouw die vrijdagmiddag meedeed aan de demonstratie voor Havel liep met een button op haar borst: “Ik ben een vrije burger.” Ze is bang dat ze als Meciar eenmaal aan de macht is in een onafhankelijk Slowakije daarmee niet meer openlijk over straat zal kunnen. “Het is een verloren zaak. In Joegoslavië is alles op precies dezelfde manier begonnen. Maar in godsnaam geen oorlog.”

Een andere vrouw zegt dat ze blij is drie dochters te hebben en geen zoons. Peter Marianek, de leider van de Beweging voor een Gemeenschappelijke Staat, bezweert de menigte om “fatsoenlijk en kalm te blijven” en zich niet te laten provoceren door de Slowaakse tegendemonstranten die hun verwensingen toeschreeuwen: “Schamen jullie je niet, Slowaken!?” of “Havel president? Ga maar naar Praag, jullie kunnen hem hebben!”

De stemming is gedrukt onder deze Slowaken die de gemeenschappelijke staat met de Tsjechen willen handhaven. Een joodse man zegt dat hij graag Hebreeuws zou willen leren: hij denkt erover om naar Israel te emigreren. Want niemand gelooft in de beloften die Meciar doet over een democratische samenleving en over bescherming van minderheden. Daarvoor heeft hij al te veel simplificaties en demagogische beschuldigingen op zijn naam staan.

Vandaag begint het laatste bedrijf in het Tsjechoslowaakse drama. Er is bijna niemand meer die gelooft in een onverwachts gelukkige afloop. Het is zoals een Slowaakse politicus eerder dit jaar voorspelde: de politieke dynamiek kan ertoe leiden dat er dingen gebeuren die niemand eigenlijk had gewild.