Harnoncourt jaagt publiek uit pluche

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt, met Edita Gruberova, sopraan. Programma: Schubert: Eerste symfonie D82 in D; Vierde symfonie D417 in c; offertorium "Totus in Corde Langueo' D136; offertorium "Salve Regina' D223; aria "Wo ich weile, wo ich gehe' D326; aria "Ihr unsichtbaren Geister' D84. Gehoord: 20/6 Grote zaal Concertgebouw, Amsterdam. Radio-uitzending: 1/7 door de Avro.

Binnenkort vertrekt het Concertgebouworkest met Nikolaus Harnoncourt om in Hohenems vlakbij Wenen binnen een week alle Schubert-symfonieën en een aantal vocale werken uit te voeren en voor Teldec op de plaat te zetten. De Schubert-concerten van de afgelopen weken in het kader van het Holland Festival en zaterdagavond in de E-serie van het Concertgebouworkest stonden alle in het kader van een grote schoonmaakactie: Schubert ontdaan van het vergeelde vernislaagje en de zware gouden omlijsting. Zo hangt Schubert toch nog altijd te pronken in ons klankmuseum en zo hoorden we zijn Unvollendete nog onlangs in de versie van Simon Rattle en het Rotterdams Philharmonisch Orkest, ondanks restauratieacties die de laatste jaren werden ondernomen door onder anderen Richard Norrington en Frans Brüggen. Maar niemand is zo radicaal en overtuigend als chef-restaurator Nikolaus Harnoncourt. Zijn Unvollendete klonk op 5 juni jongstleden verbijsterend: ontdaan van sentimentaliteit en uiterlijk vertoon en daardoor pijnlijk gevoelig.

Zaterdagavond was de jeugdige Schubert aan de beurt. Harnoncourt, een fel tegenstander van passief "muziekgenot', joeg het publiek uit het pluche met felle accenten en pulserende bewegingen. De 15-jarige Schubert kwam in zijn Eerste symfonie te voorschijn als een stormachtige geest en tegelijk een wat onhandige puber. Harnoncourt is er de man niet naar om gebreken te verdoezelen en zo waren er momenten waar het koper de strijkers volledige overstemde en beweringen vooral met volume kracht werden bijgezet.

In de drie jaar later geschreven Vierde symfonie, de "Tragische', weet Schubert de rijkdom van geest beter in muziek om te zetten en zijn er van die typische Schubert-momenten waar de kleur plotseling verschiet. Uiterst gevoelig werd dit alles door Harnoncourt geregistreerd waarbij het ontbreken van een verliefde glimlach de partituur wel wat grimmig deed klinken.

De Tsjechische Edita Gruberova was soliste in twee offertoria en twee opera-aria's, jeugdwerken waarin de persoon Schubert nog schuilgaat achter Mozart. Met de dramatische kracht van haar stem gaf zij vooral van de aria Ihr unsichtbaren Geister een indrukwekkende vertolking.