Eén ding weet Avital zeker: hij wordt nooit groter

ROTTERDAM, 22 JUNI. Volleybalbondscoach Arie Selinger sprak van little things die af en toe voor problemen binnen zijn team zorgen. Het zijn volgens hem vooral zaken van mentale aard. Op momenten dat het even slecht gaat blijkt Oranje nog geen eenheid te zijn en is er sprake van kleine onderlinge irritaties. Zelfs de grote Selinger heeft daar blijkbaar weinig grip op. Na de onnodige 3-1 nederlaag tegen Cuba van zaterdag was de aangeslagen Amerikaan nauwelijks aanspreekbaar. Op de vraag van een journalist waar de knelpunten in het team liggen antwoordde de interim-bondscoach: “Dat kan je misschien beter zelf beoordelen. Jij hebt de ploeg meer zien spelen dan ik.”

Een dag later was Arie Selinger weer opgewekt. Zijn ploeg had revanche genomen op de Cubanen (3-1) en die zege was vooral van grote psychologische waarde. Verlies zou de vierde achtereenvolgende nederlaag tegen de eerste tegenstander op de Olympische Spelen hebben betekend. Geen prettige balans. Nu weten de spelers in ieder geval dat het ijzersterke Cuba is te verslaan. Of dat straks in Barcelona ook gebeurt is natuurlijk de vraag. Nederland speelt namelijk nog steeds veel te wisselvallig. Ook Selinger heeft dat euvel nog niet kunnen wegnemen. “Maar we worden beter”, constateerde hij.

Het is, aldus Selinger, vooral een gevecht tegen de tijd. Al over vier weken en zes dagen staat in het Pavello de la Vall d'Hebron in Barcelona de eerste wedstrijd op het programma. En er zijn wat betreft de opstelling nog onduidelijkheden voor Selinger. Hij wil bijvoorbeeld Martin van der Horst nog proberen. De 2,14 meter lange middenaanvaller was geruime tijd geblesseerd aan de knie, maar zal deze week de training hervatten. Ook Jan Posthuma, sinds kort weer basisspeler, is niet fit. Hij heeft last van zijn slagarm, maar speelde met behulp van een pijnstillende injectie toch tegen Cuba. Dat vond Selinger belangrijk. In aanvallend opzicht kwam Posthuma bewust nauwelijks in actie, maar blokkerend was hij zeer nuttig.

En dan is er nog de zeer belangrijke positie van spelverdeler. Die man kan een team laten winnen of verliezen. Nederland heeft de langste, Peter Blangé (2.05 meter) en de kleinste spelerverdeler, Avital Selinger (1.75 meter), uit de internationale volleybaltop binnen de gelederen. Het ligt voor de hand om de voorkeur aan de lange te geven omdat de kleine als hij het net staat een zwakke plek vormt. Zo simpel ligt die keuze echter niet. Vooral niet nadat Avital Selinger een belangrijke rol speelde in de zege op Cuba van gisteren.

Hij werd in de tweede set ingezet. Oranje stond toen met 12-6 achter, maar kwam sterk terug en verloor de set slechts met 15-12. Daarna maakte Nederland met Selinger als regisseur korte metten met Cuba door via 15-5 en 15-9 met 3-1 te winnen. Cuba was door de zege van zaterdag al zeker van de eerste plaats in groep B van de World League. Toch was er een aantal redenen waarom de Cubanen er gisteren zeker niet met hun pet naar gooiden. Elke overwinning in deze competitie levert een flinke zak dollars op en bovendien tellen de punten ook nog mee voor de halve finale. De Cubaanse coach Samuels klaagde na afloop wel over een gebrek aan concentratie bij zijn spelers in sommige fasen van het duel. En dat zinde hem helemaal niet.

Invaller-spelverdeler Selinger is wat zijn lengte betreft dik in het nadeel ten opzichte van Blangé, dertig centimeter om precies te zijn. De captain heeft ook voordelen ten opzichte van zijn collega. Hij wordt als één van de beste grondverdediger van de wereld beschouwd en kan een team oppeppen. “Hij is een echte leider in het veld. Hij zorgt voor sfeer”, aldus Arie Selinger gisteren. Hij had op een briefje genoteerd dat de momenten die Avital tegen Cuba aan het net stond Oranje geen punten had gekost. “Een kleine blokkeerder in je ploeg is een interessant verhaal. Je weet dan waar de tegenstander gaat slaan en dat kan soms een voordeel zijn.”

De Cubaanse aanvoerder Joël Despaigne, de vaak ongrijpbare virtuoos in de aanval, leverde zittend naast Avital en Arie Selinger ook nog een bijdrage aan de discussie door te stellen dat Nederland gisteren mét Selinger ineens een heel andere, veel sterkere, ploeg was. Bondscoach Arie Selinger constateerde daarna dat het de hoogste tijd wordt om beslissingen te nemen. Maar hij zal mogelijk niet eens een echte eerste spelverdeler aanwijzen. “Ik zou ze beiden kunnen inzetten. Gewoon kijken wie er op een bepaalde dag het beste in vorm is.” Blangé en Arie Selinger hadden zowel zaterdag als gisteren tijdens de time-outs woorden met elkaar. De speler liep voortdurend te mopperen. Daar wilde Selinger zich na afloop echter niet over uitlaten. “Problems? No problems.”

Vader Arie en zoon Avital Selinger hebben natuurlijk niet alleen een coach-speler-relatie. Dat lijkt het probleem complexer te maken. Maar Selinger sr. en Selinger jr. zeggen zelf van niet. Arie: “Ik probeer er niet aan te denken dat hij mijn zoon is. Anders zou ik de grootste fout maken die een coach kan maken en dat is een speler voortrekken.” Toch gaf hij het grif toe dat hij erg leuk vond dat Avital de ploeg naar de overwinning had gestuurd. “I enjoy it of course.”

Avital Selinger is op zijn beurt vooral blij dat zijn vader hem af en toe het vertrouwen schenkt als spelverdeler. “Andere coaches hebben moeite met mijn lengte. Ik denk dat ik daarom ook nog geen aanbiedingen uit het buitenland heb gekregen. Ik hoor vaak van: was je maar tien centimeter langer. Nou, één ding weet ik zeker: ik zal nooit groter worden.” Avital zal nooit te betrappen zijn op de uitspraak dat hij in de ploeg hoort. “De beste moet spelen en dat bepaalt de coach.”

De aanvoerder schikt zich in zijn rol, óf in het veld óf langs de kant. Hij hoorde voetballer Frank de Boer op tv zeggen dat de Ajacied als reserve bij het EK de wedstrijd niet hetzelfde beleeft als wanneer hij op het veld staat. Avital Selinger begrijpt dat niet. “Zoiets maak je bij de volleyballers niet mee. Bij ons zou ook niemand zoals Völler bij het Duitse voetbalelftal naar huis gaan als hij geblesseerd is. Al heb ik geen benen meer ik blijf bij mijn team.”

Arie Selinger kan de komende weken in halve finale van de World League naar zijn ideale opstelling blijven zoeken. Het gaat in deze miljoenencompetitie om veel geld, maar de league staat dit jaar desondanks in het teken van de olympische voorbereiding. Daarom is het niet eens zo verkeerd dat Nederland tweede in zijn poule is geëindigd. Nu speelt het in de halve finale tegen de nummers één uit de andere poules - komend weekeinde in Ahoy' twee keer tegen de Verenigde Staten en op 4 en 5 juli in Florence tegen olympisch favoriet Italië. Een betere voorbereiding op Barcelona is er eigenlijk niet.

Foto: Avital Selinger verkeert in een nadelige positie: “Ik hoor vaak: was je maar tien centimeter groter.” (Foto NRC Handelsblad/Rien Zilvold)