Denen zien kans op stunt bij agressieve aanpak

GOTHENBURG, 22 JUNI. De onbevangenheid waarmee het voetbalelftal van Denemarken vorig week het Franse team tegemoettrad, vormt vanavond ook het belangrijkste wapen in de halve finale van het Europese kampioenschap tegen Nederland. De Scandinaviërs, op het laatste moment opgeroepen voor het uitgesloten Joegoslavië, vinden het al een mirakel dat ze zo ver zijn gekomen. Ze hebben niets meer te verliezen. Van enige mentale druk is geen sprake. Terwijl van het Nederlandse elftal wordt verwacht dat het ten minste de finale bereikt.

“Qua krachtsverhoudingen is het David tegen Goliath”, zegt Flemming Povlsen. De Deense spits speelde een paar jaar geleden nog voor PSV en staat nu onder contract bij Borussia Dortmund. “Maar het verrassende verloop van dit toernooi is ongetwijfeld nog niet ten einde”, veronderstelt hij. “We hopen op een stunt.”

Povlsen vindt dat het Deense elftal moet voorkomen dat Nederland langdurig balbezit heeft. “We zullen agressief moeten spelen. Zoals de Duitsers dat in de tweede helft tegen het Nederlandse elftal deden. Zij hadden te veel respect voor Nederland. Duitsland dacht door een gelijkspel groepswinnaar te worden. De Denen vinden het een geweldige uitdaging om zich te meten met al die Nederlandse vedetten. We zullen alles geven.”

Lars Elstrup, de spits van Odense BK die als invaller het winnende doelpunt tegen Frankrijk maakte, is goed op de hoogte van het Nederlandse voetbal. Hij speelde in de periode tussen 1986 en 1988 bij Feyenoord. “Het Nederlandse elftal is het beste team van dit toernooi. Het heeft zowel in aanvallend als verdedigend opzicht heel goede voetballers. De meeste teams loeren op een counter of hopen dat ze scoren uit een vrije trap of een hoekschop. Maar Nederland kan een beslissing forceren met een aanval door het midden. Positioneel zit het fantastisch in elkaar. Als een speler de bal krijgt weet een ander precies hoe hij zich moet opstellen. Daarnaast zie je dat niemand zich egoïstisch gedraagt. Iedereen offert zich op aan het teambelang.”

Henrik Andersen, linksback van FC Köln, is niet bang voor een afstraffing. “Maar je weet het nooit. In 1984 verloor het Deense elftal met de sterren van toen, zoals Simonsen, Ivan Nielsen, Brylle, Mölby, Michael Laudrup en Elkjaer Larsen, met 6-0 van het Nederlandse elftal. Als je aan zo'n uitslag gaat denken gebeurt het ook. Maar er is bij ons toch iets van vertrouwen gegroeid. Hoewel we een beetje gelukkig in de halve finale zijn terechtgekomen, ziet het er naar uit dat er een nieuwe lichting Denen is opgestaan.”

Andersen speelt vanavond waarschijnlijk tegen Ruud Gullit. “Gullit kan alles met de bal. Een grote voetballer. Maar als ik net zo speel als in de eerste drie wedstrijden hoeft hij geen probleem voor mij te vormen.”

De winnaar van vanavond wacht vrijdag de finale tegen Duitsland. In de halve finale hadden de Duitsers gisteren ondanks het kleine verschil in doelpunten (3-2) opvallend weinig moeite met de Zweden.

Pag 15: Spotten met alle logica

Dat de Denen doordrongen tot de laatste vier van Europa is eigenlijk in strijd met alle logica. Door de late uitsluiting van Joegoslavië werd het team van bondscoach Richard Möller-Nielsen een voorbereiding gegund van slechts negen dagen. Toevallig stond de oefeninterland tegen het GOS al gepland als afsluiting van het seizoen. Niemand in Denemarken geloofde op voorhand in een succes. “Het fiasco is voorgeprogrammeerd”, zei Barcelona-ster Michael Laudrup en hij bedankte voor de eer.

“Uiteindelijk heeft die korte voorbereiding ons alleen maar goed gedaan”, veronderstelt verdediger Henrik Andersen. “Denen moet je niet wekenlang opsluiten in een trainingskamp.” En spits Flemming Povlsen zegt: “We konden in de voorbereiding alleen nog tegen hele zwakke teams oefenen. Die versloegen we dan ook met grote cijfers, zoals 14-0. Dat heeft ons zelfvertrouwen opgevijzeld.”

Bondscoach Richard Möller-Nielsen werd vooraf als een andere remmende factor beschouwd. De voormalige assistent van de nu bij het Turkse elftal werkzame Sepp Piontek zou nog geen warming-up kunnen leiden, werd beschouwd als contactgestoord en heette taktisch een nul. Vandaar dat Ivan Nielsen en Michael Laudrup met hem in conflict raakten. Jan Mölby (Liverpool) werd door Möller-Nielsen gewoonweg niet geselecteerd.

Lars Elstrup, de spits die tegen Frankrijk als invaller het winnende doelpunt maakte, zegt over zijn bondscoach: “Piontek en Möller-Nielsen zijn twee verschillende persoonlijkheden. Daar hebben veel spelers aan moeten wennen. Maar als je ziet dat Möller-Nielsen onder grote druk in een korte tijdspanne toch voor resultaten heeft gezorgd, dan kan hij niet slecht zijn. Je merkt ook dat hij zich op de persbijeenkomsten steeds beter weet te preserenteren.” Over de perikelen die ertoe hebben geleid dat een aantal spelers niet bij de huidige selectie zit, wordt zo langzamerhand geen woord meer vuil gemaakt. De generatie van de jaren tachtig heeft definitief afgedaan. Povlsen: “Op het EK van vier jaar geleden behaalde het Deense team met al die sterren geen enkel punt. Nu bevinden we ons in de halve finale. Deze spelersgroep heeft weer honger naar succes. De exponenten van de vorige generatie hebben te veel meegemaakt om nog goed te kunnen presteren.” En Andersen: “Goed, we hadden Jan Mölby wel kunnen gebruiken. Maar aan de andere kant kun je stellen dat deze groep alles heeft. Routine, snelheid en fysieke kracht.”

Het is opvallend dat veel Denen in de loop der jaren terugkeerden naar hun eigen land. Zoals Lars Elstrup, Kent Nielsen (ex-Aston Villa, nu AGF) en de niet geselecteerden Ivan Nielsen (ex-PSV), Bartram (Bayer Uerdingen naar Aarhus) en Claus Nielsen (van FC Twente naar Bröndby). De huidige selectie van twinting bevat nog "maar' zeven "buitenlanders', van wie Bent Christensen (Schalke '04) met een kapotte meniscus al weer in Kopenhagen vertoeft.

De Deense competitie moet na de uitholling in de jaren tachtig door de uittocht over meer kwaliteit beschikken. Elstrup: “Het semi-professionalisme is bij ons ingevoerd in 1978. Full-profs kwamen er pas in 1986. Als je dat vergelijkt met de Nederlandse competitie of de Engelse league, waar ze al honderd jaar echte professionals kennen, hebben wij nog wel wat in te halen.” De invoering van de sponsoring heeft een positieve invloed op de ontwikkeling van de Deense topclubs, die nu makkelijker hun goede spelers kunnen vasthouden dan vroeger. “Maar er is nog een lange weg te gaan”, meent Povlsen. “De verdiensten staan niet in verhouding met de rest van Europa.”

Foto: Ex-PSV'er Flemming Povlsen in het Deense trainingskamp: “Grote uitslagen in voorbereiding hebben ons zelfvertrouwen opgevijzeld.” (Foto Michael Kooren)