Confrontatie is niet de lijn in Suriname; Vraaggesprek met RONALD VENETIAAN; "We denken 's nachts niet: wat doet het leger morgenochtend'

President Ronald Venetiaan is vandaag teruggereisd naar Suriname na een bezoek van een week aan Nederland. Na de officiële besprekingen over het raamverdrag tussen Nederland en Suriname had de president, die in Suriname om zijn onkreukbare reputatie bekendstaat als "de man met tien schone vingers', drie dagen lang intensief contact met de Surinaamse gemeenschap. In eigen land wacht hem de zware taak de economie ingrijpend te saneren en tegelijk de bevolking tevreden te houden - terwijl de militairen nog altijd vanuit de coulissen toekijken. “Maar we laten ons niet gijzelen binnen de eigen grenzen, met wapens die we zelf hebben gekocht”, zei hij gisteren op een bijeenkomst in de RAI in Amsterdam.

Het is al bijna middernacht als president Ronald Venetiaan afscheid neemt van zijn laatste gast, vice-premier Wim Kok. Na een inspannende week van onderhandelingen en talrijke informele ontmoetingen oogt het 56-jarige Surinaamse staatshoofd nog opmerkelijk monter. In zijn suite van het Amsterdamse Okura-hotel heeft hij het officiële safaripak verruild voor een fleurig overhemd. Het diner is er bij ingeschoten, familieleden lopen binnen met Surinaamse afhaalmaaltijden. Op de achtergrond zendt Eurosport beelden uit van de EK-wedstrijd tussen Zweden en Duitsland.

Venetiaan is voldaan na de ondertekening afgelopen donderdag van het raamverdrag dat een nieuwe, brede samenwerking tussen Nederland en Suriname inluidt. Van de 1,3 miljard gulden die Suriname tegoed had op grond van het verdrag van 1975, is één miljard ter beschikking gesteld voor sanering van de economie, versterking van democratie en rechtsstaat, onderwijs, cultuur en gezondheidszorg. Bovendien heeft Nederland beloofd dat de hulp zal worden voortgezet wanneer de verdragsmiddelen zijn uitgeput, en ook toegezegd tijdig hierover met Suriname te zullen overleggen. “We hebben een resultaat bereikt waarmee beide partijen tevreden kunnen zijn”, zegt Venetiaan.

Zit uw regering steviger in het zadel nu het raamverdrag is gesloten en de hulp weer op gang komt?

“Ik ga ervan uit dat de afgelopen week toch wel een positieve uitwerking zal hebben op de positie van de regering. Als men van oordeel is dat wij Suriname op een goede wijze hebben vertegenwoordigd, dan heeft dat sowieso een positieve doorwerking, naar welke groep dan ook. En voor zover dat een punt is: ook naar het leger.”

Maar in hoeverre draagt dit verdrag bij tot de inperking van de machtspositie van de legerleiding - en was dat ook de bedoeling?

“Het is niet zo dat we 's nachts wakker liggen van de gedachte: wat doet het leger in de nacht of wat doet het leger morgenochtend. Ik kan me voorstellen dat men op een afstand zich de vraag stelt hoe dat nou zit met dat leger. Maar in Paramaribo houden we ons voor wat betreft de dagelijkse gang van zaken meer bezig met wat bepaalde andere groepen denken over de stappen die we ondernemen. Een destabilisatie hoeft niet alleen uit militaire hoek te komen. Als de regering niet zorgvuldig omspringt met de belangen van vakbeweging, bedrijfsleven en kerken, krijgen we problemen. Het raamverdrag is in elk geval een basis voor het ontmoedigen van mensen die ten aanzien van democratie of rechtsstaat negatieve activiteiten willen ontplooien. Het zal natuurlijk nog wel moeten blijken hoe vlot de uitvoering van het verdrag verloopt.”

Verplicht het raamverdrag Nederland, op zijn minst moreel, niet tot militaire steun als er opnieuw een coup wordt gepleegd?

“Dat staat niet in het verdrag. Ik geloof dat het verdrag een positief streven tot uitdrukking brengt om de democratie en de rechtsstaat te stabiliseren en uit te bouwen. Militaire interventie...laat ons realistisch zijn, voordat één Nederlandse militair of marinier uitvliegt, heeft dat zóveel voeten in de aarde. Ons oogmerk is geweest een versterking van de instituten in Suriname die een functie vervullen voor de democratie en de rechtsstaat. Want er is een grote terugval geweest in allerlei opzichten, heel veel wetgeving ontbreekt. Om concreet te zijn: we hebben bij ons aantreden in september met het ministerie van defensie afgesproken dat er in november een wet moest zijn op het nationaal leger, maar het ontwerp is er niet - bij gebrek aan kader.”

U sprak tijdens uw bezoek over de vijanden van het volk, die wachten tot de mensen de straat op gaan om alles kort en klein te slaan. Bedoelt u daar het leger mee?

“Nou, er zijn genoeg mannen in het leger die een gedisciplineerd korps willen en die willen uitvoeren wat het burgerlijk gezag aangeeft. Er zijn er genoeg. Dus je kunt niet het leger invullen als vijand van het volk. Er zullen militairen bij zijn, maar reken maar dat er ook burgers bij zijn.”

In de kazerne zijn door legerleider Bouterse de laatste tijd geen politieke uitspraken meer gedaan. Komt dat door de reprimandes die hij kreeg?

“U lokt me bijna uit om hulde te brengen aan meneer Bouterse. We hebben de afspraak dat er niets zal gebeuren als hij op het podium van zijn politieke partij wil klimmen. De grondwet verbiedt het hem niet. Ik heb hem duidelijk gezegd dat hij er wel rekening mee moet houden dat men kijkt hoe hij die ruimte invult. Het is niet de bedoeling dat hij de kazerne gebruikt als podium. En ik denk dat we moeten zeggen dat hij zich daaraan gehouden heeft.”

In het verdrag nemen democratie en rechtsstaat een belangrijke plaats in. Hoe denkt u schendingen van mensenrechten uit het verleden, zoals de decembermoorden in 1982 door het leger, aan te pakken?

“Acht december heeft bij de besprekingen geen rol gespeeld. Maar wat die problematiek zelf betreft: we zijn gewoon nog niet aan de antwoorden toe. Sommige mensen zullen ons dat kwalijk nemen, maar we zijn technisch niet klaar om een overzicht te hebben van de zaken waaraan we juridisch en internationaal gebonden zijn. Ook emotioneel zijn we nog niet klaar om systematisch na te gaan wat er bij de nabestaanden leeft. Ook bij de verantwoordelijken moet je nagaan of ze emotioneel zover zijn dat ze een bijdrage kunnen leveren. Mijn ontmoeting met de nabestaanden alsmede de behoefte om de tienjarige herdenking dit jaar een bijzondere plaats te geven in Suriname zijn voor ons wel aanleiding er versneld aan te werken.”

Denkt u ook aan amnestie, zoals bijvoorbeeld in Argentinië is verleend aan militairen?

“Ook ik heb daar wel eens over gesproken, omdat amnestie natuurlijk de weg opent om de zaak verder af te doen zonder al te grote risico's voor de rust in de samenleving. Maar het is ook gebleken dat volgens sommigen amnestie niet mogelijk is. Daarom zeg ik: we zijn nog niet klaar.”

Als er meer gegevens op tafel komen over de betrokkenheid van militairen bij de drugssmokkel, gaat u dan maatregelen nemen? Zou u Bouterse laten verhoren?

“Als er aanleiding is om mensen te verhoren, moet dat gebeuren. Betrokkenen wekken niet de indruk een dergelijk onderzoek te willen tegenwerken.”

Heeft u op dit moment onvoldoende aanwijzingen om mensen als Bouterse te laten verhoren?

“Ik weet niet of het Openbaar Ministerie over aanwijzingen beschikt. Maar ik persoonlijk heb geen aanwijzingen. Laat ons maar niet fantaseren.”

Hoe maakt u als president in het algemeen de keus tussen een confrontatie-koers en voorzichtig manoeuvreren in het licht van de fragiele situatie in Suriname?

“Voorzichtig manoeuvreren geeft misschien geen juiste indruk, maar confrontatie is in elk geval niet onze lijn. Confrontatie betekent namelijk een shoot-out.”

Letterlijk?

“Dat is confrontatie! Komend uit de jaren tachtig in Suriname is dat confrontatie. Meneer, dan houden we een shoot-out.”

Maar wat is dan nog uw manoeuvreerruimte als president?

“Dat ik de mensen aan tafel roep als er problemen zijn. Iedereen kan zijn eisen naar voren brengen. Er moet natuurlijk wel een oplossing komen en de wet geeft aan hoe daarbij de machtsverdeling ligt. Maar als mensen willen gaan schieten, is dat een spontane keus van ze.”

Betekent dat toch niet dat u feitelijk als opperbevelhebber geen volledige controle heeft over het leger?

“Je moet er in alle sectoren rekening mee houden dat mensen niet doen wat je zegt. Dat is een algemeen probleem wat je hebt als je aan de top zit.”

Wat betreft de economie, hoe denkt u het vertrouwen van buitenlandse investeerders te krijgen?

“Er zijn al voorzieningen getroffen, waardoor de mensen die exporteren een deel van de in het buitenland verdiende deviezen mogen behouden om hun bedrijf te laten draaien. Verder komt er een nieuwe investeringswet, waarin de ruimte wordt vastgelegd die de mensen hebben om hun winst eventueel voor een deel weg te brengen. De regering heeft al beslist over liberalisering en deregulering om een eind te maken aan de honderden stappen die je nu nog moet ondernemen voordat je als bedrijf eindelijk aan de slag kunt. En wat zeer belangrijk is, is dat we het algemeen economisch klimaat gezond gaan maken. Een grote uitdaging waar de regering nu voor staat is om binnen een paar weken te besluiten welke bedrijfssectoren een andere dan de officiële wisselkoers mogen hanteren.”

De laatste jaren zijn op illegale wijze, bijvoorbeeld door drugshandel, grote vermogens vergaard. Gaat u die aanpakken?

“We hebben geen plannen daarvoor opgesteld. Het punt is namelijk dat het een hele klus is om vast te stellen hoe iemand aan een bepaald vermogen is gekomen. Zeker binnen onze situatie in Suriname. De dingen zijn niet zo duidelijk geregistreerd.”

Vindt u niet dat het belangrijk is voor het herstel van het normbesef in de Surinaamse samenleving, en ook voor de geloofwaardigheid van de regering, om juist aan die illegale vermogens iets te doen? Iedereen in Paramaribo heeft gezien hoe in korte tijd overal dure villa's zijn verrezen.

“Als we erop afgaan moeten we niet bijvoorbeeld drie mensen pakken, maar alle boeven opsporen. Wat ik ervan overzie, zou dat een verschrikkelijke inzet vergen, waarbij het resultaat zeer twijfelachtig is. Ik wil geen kunstmatige geloofwaardigheid. We moeten een zodanige infrastructuur proberen te scheppen dat we vanaf een bepaald punt het verschijnsel dat mensen op een onterechte manier rijk worden verder kunnen bestrijden.”

Wie de buit op tijd binnen heeft gehaald, ontspringt dus de dans?

“Als we manieren zouden hebben of als u ze zou kunnen aangeven....”

Hoe denkt u de controle te herstellen over het binnenland, waar het Junglecommando en de Tucajana-indianen het voor het zeggen hebben? Beide groepen sloten onlangs een vredesakkoord, maar hebben de wapens niet neergelegd.

“Wat in elk geval een feit is: ze zijn aan tafel gaan zitten. We gaan ervan uit dat we die positieve kant aan de zaak moeten onderstrepen. De regering heeft duidelijk tot uitdrukking gebracht dat ze bereid is te praten over de rechten van de inheemse bevolking en van de bosnegers. We willen praten over hun mogelijkheden om te participeren in de economische activiteiten in hun woongebied.”

Tot slot, is zoals bij de vorige burgerregering een telefoontje uit de kazerne genoeg om u weg te krijgen?

Even is het stil. Dan, lachend: “Ik kan me niet voorstellen dat u zo'n vraag stelt... Ik kan het me niet voorstellen.”