Boekje open over doping

De roep om het gebruik van dope door sportmensen vrij te laten wordt steeds meer gehoord. De een ziet overeenkomsten tussen sporters en artiesten, die het onbeperkt kunnen doen. De ander meent dat door liberalisering doping uit de louche sfeer wordt gehaald. Steeds meer mensen vinden dat iedereen maar voor zichzelf moet uitmaken wat hij met zijn lichaam doet. Een uitgangspunt dat geboren kan zijn uit machteloosheid dan wel uit onverschilligheid.

De milde houding ten aanzien van dope-gebruikers door de Nederlandse autoriteiten is bekend. Met voorlichting meent men meer te kunnen bereiken dan met dopingcontroles en sancties. Met name in de Verenigde Staten vrezen ze dat voorlichting aan jeugd over de nadelige effecten van te veel medicijngebruik geen zin heeft. Wie kans heeft op een miljoenencontract neemt het risico voor zijn veertigste versleten of misschien wel dood te zijn. De toename van dope- en met name hormonengebruik neemt snel toe. Het Amerikaans Olympisch comité besloot daarom vorig jaar minder geld in topsport en meer in voorlichtingscampagnes op scholen te steken.

Of men daar hier een voorbeeld aan moet nemen? Zo bedenkelijk is het gebruik allerminst. Niettemin is het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken opgericht om het gebruik van medicamenten te kanaliseren. Het NeCeDo heeft ervaren dat heel veel sportbonden, veel sporters, maar ook veel artsen niets afweten van de dopingproblematiek. Mede daarom heeft het instituut nu een boekje uitgegeven: "Doping in de sport, verboden en toegestane middelen'. Het boekje bevat een uitleg over het hoe en waarom van de IOC dopinglijst alsmede een lijst met verboden stoffen. De auteurs hebben voor de opsomming van stoffen gekozen, omdat een lijst van preparaten nooit actueel kan zijn. Nieuw is dat voor het eerst een lijst met toegestane middelen is opgesteld. Daarnaast is een hoofdstuk gewijd aan juridische apspecten. De procedures bij dopingcontroles worden nog maar eens toegelicht.

Het boekje wordt uitgedeeld aan ruim duizend sporters, maar ook aan apothekers, artsen en sportorganisaties. Of het boekje de problematiek kan inperken is de vraag. Veel sportbonden gaan er immers van uit dat doping in hun kring niet bestaat. De kans dat het werkje wordt genegeerd, is daarom groot. In Nederland bestaan immers alleen sportieve sportmensen. Dope gebruiken ze alleen over de grens.