Alders: minder nadruk op hoger loon in CAO's

DEN HAAG, 22 JUNI. Wie kiest voor een duurzame ontwikkeling, moet stopppen met het "al maar meer' en niet te veel nadruk leggen op loonsverhoging, zoals in de nieuwe CAO voor de gezondheidszorg gebeurt.

Minister Alders (milieubeheer) herhaalde voor de IKON-radio gisteren de kritiek van premier Lubbers en staatssecretaris Simons (volksgezondheid) dat de zorg-CAO te weinig geld uittrekt voor "extra handen aan het bed'. Alders noemde de zorg-CAO slechts als voorbeeld van het "al maar meer'. Zaterdag al pleitte Alders op een PvdA-bijeenkomst in Utrecht over de milieutop in Rio voor “een versnelling van milieuvriendelijke maatregelen in plaats van meer loon”. Milieu-afspraken tussen de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties moeten volgens de minister in harde CAO-voorwaarden worden vertaald. Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) zei in dit verband dat na het huidige kabinet het “gedoe over de collectieve lastendruk maar afgelopen moet zijn”, zodat er ruimte komt voor milieuheffingen.

Premier Lubbers leverde vrijdag als eerste kritiek op de zorg-CAO, waarin een loonsverhoging van 4,5 procent is opgenomen. Dat leidt volgens de premier tot “minder geld voor de zorg zelf”. Zaterdag nam staatssecretaris Simons (volksgezondheid) hetzelfde standpunt in op een PvdA-bijeenkomst in Utrecht over de stelselwijziging in de gezondheidszorg. Volgens Simons zijn er de afgelopen jaren terwille van “meer handen aan het bed” zo'n 7.000 extra arbeidsplaatsen geschapen. “En nu sluit men een CAO af die tot een verlies van 2.000 tot 3.000 arbeidsplaatsen leidt”, aldus Simons. Hij waarschuwde dat bonden en werkgevers voorlopig niet bij hem hoeven aan te kloppen voor verlichting van de werkdruk.

Woordvoerder A. Pastoors van de vakbond AbvaKabo reageerde vanmorgen getergd op de uitlatingen van de bewindslieden. “Dit is te gek voor woorden. Iedereen spuugt nu op onze nieuwe CAO, het lijkt wel een gecoördineerde actie”, stelde ze. Volgens Pastoors hoeft de loonsverhoging in de zorgsector, die overeenkomt met het gemiddelde in de marktsector, niet te leiden tot minder werkgelegenheid, als de ziekenhuizen en de andere instellingen efficiënter gaan werken en bezuinigen op nieuwbouw en apparatuur.

Ook voorzitter drs. A.T.J. Krol van de werkgeversorganisatie NZf reageerde woedend op de uitspraken van Lubbers en Alders. Volgens Krol huilt het kabinet nu krokodilletranen. “Het kabinet heeft te lang vastgehouden aan geld uit het pensioenfonds PGGM. Begin april was er een loonbod van 3,7 procent. Hadden we daar nog extra financiering bij gehad, dan was een loonsverhoging van vier procent of minder overeengekomen. Nu er is gestaakt, willen de vakbonden hun inspanningen natuurlijk beloond zien.”

De drie procent die het kabinet zowel in 1992 als in 1993 uit de algemene middelen biedt, noemt Krol “iets meer dan een fooi”. “Het kabinet moet niet verwachten dat we daarmee ook de problemen rond de werkdruk, wachtlijsten en arbeidsmarkt kunnen oplossen”, aldus de voorzitter van de NZf.