Zieken per ambulance

De fractie van het CDA in de Tweede Kamer heeft een nieuw lid. De heer D. Ramlal, hij is deze week geïnstalleerd, was wethouder voor zorg-kwesties in Den Haag. In die functie heeft hij een stijl van besturen en besluiten aan de dag gelegd waar hij als Kamerlid hopelijk gezonde kritiek op leert ontwikkelen.

De ex-wethouder ontsnapte ternauwernood aan de gram van de twee ziekenfondsen in zijn stad. Die hebben hun buik vol van het gemiezemuis van Ramlal en de achter zijn rug schuilende bureaucratie. Een schoolvoorbeeld van een goed idee dat in dit geldverslindende struikgewas dreigt te worden gesmoord is het zogenaamde ligtaxi-project. Of: hoe de gezondheidszorg duur te houden. Een succesje in de dop voor "Simons'.

Het woord ligtaxi roept verwarrende associaties op. Het gaat niet om een taxi waar vermoeide reizigers met hun bezoek een dutje in kunnen doen. Dit plan is veel voor de hand liggender: het inzetten van eenvoudige lig-auto's voor mensen die als gevolg van een niet-acute medische situatie vervoerd moeten worden zonder dat daar hoog geschoold personeel, een hartbewakingsmachine en een zuurstofapparaat bij nodig zijn - net gehechte jonge moeders, pech-skiërs in het gips, langdurig zieken op controle-tournée.

Tenzij de familie een bestelwagentje heeft, of de huisarts een gewone taxi verantwoord acht, gebeurt dit soort vervoer per ambulance. Dat kost al snel 350 gulden per stadsrit, het tarief waartegen ook spoedpatiënten met loeiende sirenes worden vervoerd. Een kale ambulance waar een brancard in past, kan dat rustige werk voor zeker 150 gulden minder doen. Bij 10.000 van dergelijke "bestelde' ritten per jaar levert dat alleen al in de regio Den Haag een besparing van 1,5 miljoen op. In werkelijkheid veel meer.

De ziekenfondsen Haaglanden en Azivo ontwikkelden samen met de particuliere ziekenvervoerder Witte Kruis het ligtaxiplan. Het woord ligtaxi kwam voort uit de opzet van de initiatiefnemers hun auto's uitsluitend met een taxi-vergunning te laten rijden en daarmee buiten het bestuurlijk moeras van regels en tariefafspraken rond het ambulancevervoer te blijven.

Aanvankelijk met succes. De provincie Zuid-Holland, die nog steeds veel genoegen beleeft aan haar bevoegdheid tot het voeren van een taxibeleid, gaf in 1990 een taxi-vergunning af aan Witte Kruis bv. Per 1 januari 1991 begon men te rijden met vijf witgeverfde Mercedessen zonder medische snufjes. Na drie weken kwamen zij al tot stilstand door een uitspraak van het College van beroep voor het bedrijfsleven, dat in kort geding de Gemeente Den Haag gelijk gaf en de vergunning schorste.

De voorzitter van het College oordeelde dat volgens de wet een ziekenauto een ziekenauto is, en dat de exploitant zelfs strafbaar is als de vereiste medische apparatuur ontbreekt. De ligtaxi's waren daarom geen taxi's maar ambulances en moesten voorzien zijn van een vergunning op grond van de Wet Ambulancevervoer. Het plan zou via zo'n vergunning overigens best kunnen doorgaan.

Het lijkt een papieren verschil, maar dat is een misverstand, zoals de verdere geschiedenis nu anderhalf jaar later leert. Sinds januari '91 staan bij Witte Kruis bv in de Kobaltstraat te Den Haag vijf glimmende auto's met amper 1000 kilometer op de teller rustig oud te worden. Aan afschrijving en renteverlies heeft dat inmiddels 350.000 gulden gekost, en aan gemiste besparing voor de burger een veelvoud daarvan.

Sinsdien proberen de ziekenfondsen en het Witte Kruis de ligtaxi's onder de naam "hulpambulances' weer de weg op te krijgen. Daar is een vergunning van het ministerie van WVC voor nodig. Men zou verwachten dat staatssecretaris Simons wel oren zou hebben naar plannen die op landelijke schaal vele miljoenen kunnen besparen. Zijn beleid is gericht op kostenbesparing in de gezondheidszorg.

Maar helaas, de ambtenaren van Simons lijken niet allemaal even gretig. Wat de staatssecretaris zelf wil, onttrekt zich aan mijn waarneming, maar voortvarendheid is Rijswijk in dezen moeilijk te verwijten. Men heeft gezegd akkoord te gaan met een experiment met hulpambulances mits de gemeente Den Haag daar geen bezwaar tegen heeft.

Waarna de bal al weer meer dan een jaar in Den Haag ronddoolt. Tot eergisteren aan de voet van de altijd optimistische Ramlal. Zoals wel vaker heeft de gemeente twee petten op: enerzijds als hoeder van het publieke belang om zieken en herstellenden snel, veilig en tegen de laagste prijs vervoerd te krijgen en anderzijds als "eigenaar' van de GGD annex ambulancedienst. Het nieuwe plan brengt concurrentie voor de ambtelijk werkende ambulancedienst van de gemeente. Dat betekent harder lopen, "banen op de tocht' en ander ongerief.

Hoe sterk het efficiëntieverschil tussen de ambulancedienst van de GGD en die van een particulier bedrijf als het Witte Kruis is blijkt uit de prijs die beide mogen hanteren volgens het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg (COTG): GGD 329 gulden per rit, tegen het Witte Kruis ƒ 225,15 In beide gevallen komt daar nog ongeveer 36 gulden boven op voor de bemiddeling van de Centrale Post Ambulancevervoer die op last van de Wet Ambulancevervoer iedere rit toedeelt.

Die CPA is ondergebracht bij de GGD (weer twee petten op één hoofd) en moet toch een eerlijke ritverdeling tussen gemeente- en particuliere ambulances bewerkstelligen. Om de afgesproken marktverhoudingen te eerbiedigen kan het voorkomen dat de centrale post een spoedgeval per ambulance van firma X naar het Rode Kruis-ziekenhuis laat rijden, waar een bijna herstelde operatie-patiënt even later met een bestelde ambulance van firma Y wordt opgehaald.

De inspecteur van de volksgezondheid in Zuid-Holland stelt in een nog niet gepubliceerd rapport dat de huidige regeling “een doeltreffende organisatie van het ambulancevervoer in de weg staat”. Heel netjes gezegd. Hij constateert dat ziekenauto's in de regio Den Haag in 1991 maar liefst 11.278 loze ritten hebben gemaakt, dat is 34 procent van alle tochten.

Niet alleen de GGD werkt met meer auto's en mensen dan nodig, ook de ambulanceploegen van de particuliere vervoerders draaien volgens dit lome rouleerpatroon. De centrale post turft, wikt en beschikt.

De ziekenfondsen hoeven op grond van het al ingevoerde deel van het plan-Simons per 1 januari 1994 hun contract met de GGD voor ambulancevervoer niet te verlengen. En zij hebben Den Haag geschreven de “goede trouw en redelijkheid” bij de gemeente in deze lijdensweg zo te hebben gemist dat zij vooralsnog niet van plan zijn langer dan nodig met de GGD en de gemeente te werken. Den Haag vindt dat heel onaardig, is nu een beetje akkoord met een experiment, mits WVC, enzovoort, enzovoort. Nu is het aan Simons om te laten zien dat kostenbesparing en kwaliteitshandhaving samen kunnen gaan, dat zijn plan in het ambulance-vervoer werkt. De bal ligt op de stip, de keeper is theedrinken.