WEU; Europa's defensie ontwaakt

De Westeuropese Unie is door de gisteren in Bonn aanvaarde Verklaring van Petersberg eindelijk handelingsbekwaam geworden.

Wat tijdens de Europese top van Maastricht schetsmatig werd aangeduid, heeft een concrete uitwerking gekregen: de WEU krijgt de beschikking over militaire eenheden en zal in Brussel worden uitgerust met een staf van veertig man die eventuele gezamenlijke militaire operaties kan voorbereiden. Het secretariaat verhuist nog voor het einde van dit jaar van Londen naar de Belgische hoofdstad. Op papier wordt de WEU een effectief veiligheidsapparaat, dat zelfs bereid is tot militaire operaties die de vrede in een bepaald gebied moeten herstellen.

Lange tijd was de Westeuropese Unie, die in 1948 werd opgericht, een slapende organisatie. Het was immers de NAVO die waakte voor de veiligheid van Europa. Maar met het einde van de Koude Oorlog kwamen de betekenis en de functie van de NAVO en de Amerikaanse aanwezigheid in Europa ter discussie. Wat moest de taak van die organisatie worden nu de traditionele vijand was weggevallen? Tijdens de ministersconferentie van de NAVO, begin deze maand in Oslo, werd besloten de diensten van de NAVO aan te bieden aan de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa om zo de organisatie een nieuwe rol te geven bij het beslechten van geschillen, desnoods ook buiten het traditionele verdragsgebied.

De Franse president Mitterrand en de Duitse bondskanselier zorgden voor politieke opwinding door de oprichting van een gezamenlijk Frans-Duits Eurokorps, die vorige maand in het Franse La Rochelle haar beslag kreeg. Voor Frankrijk is de NAVO de belichaming van de Amerikaanse betrokkenheid bij de verdediging van Europa en vanuit Parijs zijn telkens weer pogingen ondernomen om te komen tot een eigen Europese verdedigingsorganisatie, omdat men het niet op die Amerikaanse aanwezigheid heeft. Amerikanen, Britten en Nederlanders toonden zich niet ingenomen met het Frans-Duitse korps, waarvoor ook andere Europese landen werden uitgenodigd. Was dit de door Parijs beoogde uitsluiting van de Amerikanen van de Europese veiligheid en deden de Duitsers daaraan mee?

De voornaamste functie van de gisteren in Bonn gehouden bijeenkomst is dat er voorlopig een einde is gemaakt aan dit slepende debat over de functie en de competenties van de verschillende veiligheidsorganisaties die in Europa actief zijn en over hun onderlinge relatie. De Westeuropese Unie kan zich verder ontwikkelen tot de veiligheidsarm van de Europese Gemeenschap ook al zijn Griekenland, Ierland en Denemarken nu nog geen lid van de WEU, maar ze vormt tegelijk de Europese poot van de NAVO. En ook het Frans-Duitse Eurokorps is in principe beschikbaar voor de WEU.

Dat het in Bonn allemaal goed zou komen, werd eerder deze week al duidelijk door uitlatingen van de Britse minister van defensie, Malcolm Rifkind. Hij bepleitte dat alle lidstaten van de WEU in beginsel hun NAVO-strijdkrachten zouden aanbieden voor WEU-diensten, zodat die organisatie over een grote variëteit aan troepen zou kunnen beschikken. Uitlatingen van de Westduitse minister van defensie, Volker Rühe, dat Duitsland zijn loyaliteit ten opzichte van de NAVO volledig overeind houdt, hadden de aanvankelijke ongerustheid van de Britten kennelijk weggenomen. De Verklaring van Petersberg legt nog eens expliciet vast dat de Westeuropese Unie de NAVO op geen enkele manier ondermijnt, maar daar juist een aanvulling op vormt. Een hoge Britse diplomaat verklaarde gisteravond dan ook niet te verwachten dat Washington bezwaren zou koesteren tegen de in Bonn gekozen opzet.

Of de nieuwe opzet ook effectief zal zijn, moet overigens nog blijken. Zoals de NAVO tijdens haar vergadering in Oslo nieuwe activiteiten tot behoud van de vrede koppelde aan eventuele beslissingen van de CVSE, die daarover bij unanimiteit moet beslissen, zo koppelde ook de WEU eventuele militaire acties aan uitspraken van de CVSE of een oproep van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Afzonderlijke landen krijgen het recht om niet mee te doen aan dergelijk operaties. Die bepaling geeft bijvoorbeeld Duitsland de mogelijkheid om niet te participeren in acties waartoe ze grondwettelijk gezien geen mogelijkheden heeft. Het wachten is nu op een verzoek van de CVSE of de Veiligheidsraad en dan zal duidelijk worden in hoeverre aan de gisteren betoonde Europese eensgezindheid in de praktijk ook handen en voeten kan worden gegeven.