Wachten op de sterke man; In Bulgarije leeft 89 procent onder het bestaansminimum

Bulgarije is in de greep van verbijstering en anarchie. Bijna een halve eeuw isolement en dictatuur hebben het weinige dat het land aan politieke cultuur bezat, vernietigd. En hoe moeten Lazar en Liliana Petroenov rondkomen met hun twee maal 43 gulden per maand? Hun Trabant is tot stilstaan gedwongen. "Eén keer per week start ik de motor even om hem niet te laten wegroesten.'

Dit is een geatomiseerde samenleving, zegt de socioloog Zjivko Georgiev, een samenleving die is verdeeld, die verward is, die niet begrijpt wat er met haar gebeurt. Bulgarije is veertig jaar geïsoleerd geweest, veel meer dan Polen of Hongarije. De Bulgaren snappen niets van de vrije markt, de democratie. De vrije markt is voor de meeste Bulgaren een rip off, diefstal door snelle handige jongens of de oude nomenklatoera, en democratie is anarchie, een toestand waarin alles mag.

Zjivko Georgiev is niet de enige die het zegt. Iedereen die het kan weten zegt het. Niemand in het Westen, zegt Aleksandur Jordanov, de fractieleider van de regerende Unie van Democratische Krachten (SDS) in het parlement, kan zich voorstellen wat voor schokken de gewone Bulgaar de afgelopen jaren te verwerken heeft gekregen. Hij snapt niet hoe het immobiele Bulgaarse socialisme kon verdwijnen. Hij snapt niet hoe de machtige Sovjet-Unie met dat enorme leger en die hulpbronnen kon bezwijken. Maar hij snapt ook niet waarom bananen goedkoper zijn dan appelen en waarom je bananen het hele jaar door kan krijgen. De mensen beleven elke dag nieuwe schokken. De Polen en de Hongaren konden reizen, maar van de Bulgaren heeft 85 procent nooit een voet over de grens gezet.

Het is geen wonder, zegt Aleksandur Jordanov, dat volgens opiniepeilingen de meeste Bulgaren zelfs nu nog vinden dat het socialisme niet had hoeven verdwijnen, dat het had kunnen worden vermenselijkt, hervormd, en het is ook geen wonder dat ze vinden dat de staat nog steeds hun lonen en pensioenen moet betalen en hun banen moet garanderen. De revolutie was in Bulgarije het werk van een kleine intellectuele elite, die de bevolking heeft meegesleurd.

Verwarring, verbijstering, anarchie. Het doet allemaal wat denken aan de generaal uit dat verhaal van Vasil Popov, de generaal die vijftig jaar zoekt naar een woord dat hij niet kon vinden, het woord waarheid, en die, als hij het eindelijk heeft gevonden, te horen krijgt dat waarheid geen woord is, omdat iets voor de één waar kan zijn zonder waar te zijn voor de ander en omdat het woord waarheid niet op alles een antwoord heeft.

Het is zelfs in het straatbeeld te zien. Sofia, vroeger een van de vriendelijkste en rustigste steden van Oost-Europa, is wat minder vriendelijk geworden. De sfeer in de stad met de paleizen in zachtgeel of zachtgroen en de stille lanen met veel bomen wordt twee jaar na de val van het socialisme vooral bepaald door de nieuwe, agressieve reclame van Westerse bedrijven, de felle kleuren van de borden van Johnny Walker, Panasonic en Coca Cola die gevels bederven en zich voortdurend opdringen en het lawaai uit nieuwe gokhallen met hun eenarmige bandieten. De sfeer wordt verder bepaald door de auto's die in deze stad zonder parkeerruimte pardoes overal op de stoep worden gezet, en door het agressieve gedrag van automobilisten die zich niet meer om de politie hoeven te bekommeren, omdat die politie niet meer wordt gerespecteerd.

En de sfeer wordt bepaald door de agressieve straathandel, door de verkopers met hun tafels vol derderangsliteratuur of groenten of vervalste Palech-doosjes en de lintjes van het socialisme die elke paar meter voor een habbekrats te koop worden aangeboden.

Vrije val

Een samenleving onder druk. Een verwarde samenleving. De euforie van vroeger, zegt Zjivko Georgiev, is weg: Bulgarije is in een vrije val van politiek gekakel en reusachtige prijsstijgingen terechtgekomen. Liefst 89 procent van de bevolking is onder het sociale bestaansminimum gedrukt; er zijn mensen, zegt Georgiev, die hun kinderen bij weeshuizen afgeven omdat ze geen geld voor eten hebben. Bulgarije is ook in een vacuüm beland: oude waarden zijn verdwenen en er is niets voor in de plaats gekomen, niets dan die anarchie. Er is geen zelf-identificatie meer, geen identificatie van de eigen belangen.

Bijna een halve eeuw van isolement en dictatuur hebben het weinige dat Bulgarije aan politieke cultuur bezat, vernietigd. Georgiev: ""Massa's hebben hier altijd een achtergrond gevormd. We weten niet wat politiek betekent: we hebben geen criteria. Er is geen democratische traditie. Er is ook nooit een dissidente beweging geweest. En daarbij komt nog dat Bulgarije een land is waar de politiek altijd ondoorzichtig is geweest - ook vroeger al, in 1878 is daar al een boek over verschenen. Bulgaren geloven rotsvast dat politiek een samenzwering is. Het parlement is altijd zwak geweest, een gevangene van de koning en de regering. Pluralisme is hier nooit een organisch onderdeel van de politieke structuur geweest.''

Het geldt nog steeds. Er wordt hier weinig uitgelegd, zegt Georgiev. ""We weten niet waarom onlangs minister van defensie Loedjev werd ontslagen, wat president Zjelev precies met koning Simeon heeft besproken, welke voorwaarden het IMF stelt. Het ligt niet aan de media, die hebben ook geen toegang tot de informatie, het ligt aan de mentaliteit van de leiding. Ergens daarboven wordt gemanipuleerd. Dat de linkerhand niet weet wat de rechterhand doet, geldt nergens meer dan hier.''

Het heeft bij veel Bulgaren geleid tot apathie, tot een afkeer van de politieke participatie: niet voor niets, zegt Georgiev, werd bij de presidentsverkiezingen achttien procent van de stemmen uitgebracht op de anti-politicus en demagoog Georgi Gantsjev. ""Het wachten is op de sterke man'', zegt hij. ""Als die vandaag zou opstaan, zou hij van de meeste Bulgaren de macht mogen overnemen - tenzij hij tot een van de twee grote partijen behoort: dat mag niet, die partijen hebben veel krediet verloren. In 1934 werden alle politieke partijen verboden. Het is opvallend hoe vaak daar nu in de kranten over wordt geschreven. Dit is de republiek van Weimar,'' zegt Zjivko Georgiev. Democratie is een façade, een formele structuur. We moeten privatiseren, zegt hij, maar we zouden eerst het denken moeten privatiseren.

De nieuwe democratie met haar nieuwe markt zet de Bulgaarse tradities onder druk, zet gezinnen onder druk. Op het platteland, zegt hij, zie je hoe families hechter worden, men zoekt bescherming onder het schild van de familie. In de steden gebeurt het omgekeerde: als een partner op straat komt te staan en een ander beroep moet kiezen, kan dat tot enorme conflicten leiden, vooral bij intellectuelen, de man die op straat worstjes gaat verkopen, de vrouw die gaat strippen in een nachtclub. Bulgarije anno 1992, zegt Zjivko Georgiev, is een belachelijk parlement waar voortdurend wordt geruzied, een geruïneerde economie, een geruïneerd milieu, zonder experts en zonder hulp, een natie van dertienhonderd jaar oud die haar hand moet ophouden bij de VS, een natie van tweehonderd jaar oud, en wordt genegeerd.

De bejaarden hebben het het moeilijkst. Je ziet ze in de rij staan, je ziet ze bij de groentenstalletjes moeilijk doen met de paar leva die ze te besteden hebben, je ziet ze ook bedelen. Eenderde van alle Bulgaren boven de achttien is gepensioneerd en leeft van mensonterend lage pensioenen. Zij, zegt Zjivko Georgiev, hebben het gevoel dat hun leven verspild is geweest. Ze begrijpen het niet, ze zijn boos, ze zijn verdrietig en ze zijn bang. Ga naar het parlement, ze staan er elke dag, met hun protestborden.

Chirurg

Niet boos, wel verdrietig, en wel bang zijn Lazar Petroenov en zijn vrouw Liliana. Zij behoren tot dat leger van gepensioneerden, hij was chirurg, zij was bacteriologe, sinds zes jaar zijn ze met pensioen. Ze wonen in een tweekamerflatje in de Sandor Petöfistraat, niet ver van het centrum van Sofia.

Petroenov klaagt niet, hij houdt zich groot. Hij krijgt een pensioen van 540 leva (een lev is acht cent), zijn vrouw ook. Dat is niet veel in een land waar een pond koffie vijftig leva kost en een kilo kaas 43, maar artsen werden altijd al slecht betaald, zegt hij. Ik verdiende de helft van wat een politieman kreeg, en gekoeioneerd werd ik ook nog. Als ik ging opereren stond er zo'n vent achter me te roepen dat ik moest oppassen, de zieke was een communistische activist. Toen mijn zoon me later vroeg of ik me in die 35 jaar wel altijd aan de eed van Hippocrates heb gehouden, heb ik hem geen antwoord gegeven, ik heb naar mijn schoenen gekeken, zegt Lazar Petroenov.

Twee keer 43 gulden in de maand, bij prijzen die de Westerse kant opgaan - nee, je kunt er niet van leven, zeggen Lazar en Liliana Petroenov. We hebben een Trabant, maar we rijden er niet meer mee, een keer in de week start ik de motor even, om hem niet te laten wegroesten, dat is alles. Kleren kopen ze ook niet meer, de kleren die ze hebben houden het wel tot hun dood, zeggen ze, en ook op eten moet worden bezuinigd. Vlees komt hooguit eens per week op tafel, vlees kost minimaal 50 leva per kilo. En fruit, dat kan ook niet meer. En roken, we roken Arda, dat is het goedkoopste merk, maar we roken nu samen nog maar een pakje per twee dagen. Het ene pensioen van 540 leva gaat op aan verwarming, water, elektriciteit en telefoon, het andere aan voedsel.

Maar het lukt wel, zeggen ze. ""We hebben ons nooit veel veroorloofd, we leiden een nederig en bescheiden leven. Het ergste is dat we geen boeken en platen meer kunnen kopen, dat was altijd onze grote liefde. Als ik vroeger geld had gespaard voor een trui, zegt Liliana, ging ik de deur uit om die te kopen en dan kwam ik terug met een Beethoven. We zijn geen uitgaanders, we zijn lezers en luisteraars. Onze zoon helpt ons soms, als zijn kinderen jarig zijn stopt hij ons wat toe zodat we een cadeautje kunnen kopen. Hij doet dat heel elegant, zegt Lazar Petroenov. En dan, plotseling: ""Maar het doet pijn dit te zeggen.''

Ze begrijpen het wel: de regering heeft geen geld, het land is door de communisten geruïneerd. Ja, veel bejaarden snappen dat niet, volgens mij zijn die demonstranten bij het parlement allemaal communisten, ze willen de spanning opdrijven. Ze vinden dat hun onrecht wordt aangedaan. Ik heb dat idee niet. Ik heb ook niet het idee dat mijn leven verspild is geweest of dat de samenleving me iets schuldig is, zegt Lazar Petroenov. Als er een samenleving is die me iets schuldig is, dan die, de oude, de communistische. Die maakt me bitter. Als ik lees dat de Bulgaren een ziek volk zijn, dat ze volgens de Wereldgezondheidsorganisatie de lijst aanvoeren bij hartziekten en kanker en infectieziekten, dan ben ik bitter. We hebben hard gewerkt en we dachten dat we mensen hielpen, zegt Lazar Petroenov, het ging er vaak om wie eerder kwam, ik of de dood, maar in werkelijkheid hebben we gefaald omdat de communisten ons faciliteiten onthielden.

We rooien het wel, zegt Lazar Petroenov. Natuurlijk, we zouden veel dingen gaan doen, we zouden zo graag naar Wenen gaan, het is mijn droom daar naar een concert te gaan. Maar het is geen obsessie. De Britten zeggen: hou je hoofd hoog, het moeilijkste komt nog. We moeten tougher zijn dan de Britten.

Pathos

Ook Aleksandur Jordanov gelooft niet werkelijk in de bewering van de socioloog Zjivko Georgiev, als zouden desillusie en teleurstelling of de ondoorzichtigheid van het bestuur hebben geleid tot apathie en een daling van het prestige van politieke partijen en het parlement. Dat is maar een oppervlakkige indruk, zegt hij, het lijkt maar zo. Wat dat parlement betreft, de Bulgaren hebben geen vergelijkingsmateriaal. Wat ze op hun tv-scherm te zien krijgen is niet het beste parlement van Europa, er wordt gescholden en geruzied en zelfs af en toe getrokken en geduwd, maar ze weten wel dat de SDS en de socialisten, de ex-communisten, het diep in hun hart eens zijn over de koers van het land. Het is geen ware consensus, want ware consensus bestond alleen onder Stalin, maar het is wel een gelijkluidende opvatting over waar het land heen moet.

Hij is niet ontevreden over de samenwerking met de ex-communisten, Aleksandur Jordanov. Ze roepen wel dat we hun de keel afsnijden, maar dat is maar pathos, er is in Bulgarije geen keel afgesneden en dat weten ze best. Dit is een kalm land, dit is Joegoslavië niet, of de voormalige Sovjet-Unie. En respect voor instituten komt er niet vanzelf, dat moet groeien, zegt Jordanov. Vergeet niet: het is voor het eerst in hun leven dat de Bulgaren een levend parlement zien, met levende mensen, die echt praten, die iets doorleven. Ze begrijpen veel niet, ze staan voortdurend onder druk, het hele leven is een apocalyps geworden en ze zijn gewend direct te denken dat er smerigheidjes worden uitgehaald. Alles moet worden uitgelegd, en het gebeurt vaak door politici die het ook niet allemaal even goed weten. Maar desillusie? Nee, zegt Aleksandur Jordanov, daar geloof ik niet in.

Lazar Petroenov wil niets weten van de ruzies in het parlement, hij is ook niet gedesillusioneerd in de politiek. Hij is er nog steeds trots op zich bij de verkiezingscampagnes als vrijwilliger voor de SDS te hebben ingezet. Hij neemt de regering in bescherming: je kunt ook te kritisch zijn, zegt hij. Hij weet niet of die politici deugen of niet, weet ook niet of ze beseffen wat ze de Bulgaarse bejaarden aandoen of niet. Iedereen weet dat de staatskas leeg is. Maar er is één voordeel, vergeleken met vroeger: die politici van nu zijn gekozen. En ze zijn niet gekozen om veertig jaar te blijven zitten. Dat is ons grote geluk, zegt Lazar Petroenov.