Veertig jaar antifascistische opvoeding en haar gevolgen; De navrante geschiedenis van Buchenwald

Net buiten Weimar gaat de weg omhoog. Over deze weg liepen in 1937 de eerste gevangenen van het station in Weimar naar het concentratiekamp Buchenwald. Over deze weg werden acht jaar later in april 1945 grote groepen gevangenen in omgekeerde richting door de SS-Totenkopfverbände uit het kamp gedreven naar Weimar, en verder. De "Dodenmars', een laatste poging de sporen van de gruwelijke en sadistische nazi-terreur in Buchenwald aan het oog van het naderende Amerikaanse leger te onttrekken. Enkele dagen na de bevrijding van Buchenwald door de Amerikaanse troepen werden duizend inwoners van Weimar, van wie de helft vrouwen, de helft ook NSDAP-leden, over deze weg naar het kamp gebracht om te zien wat hun landgenoten in hun directe omgeving hadden uitgericht.

Vandaag loopt de weg langs een Sovjet-kazerne - Weimar was de grootste Russische garnizoensstad in de DDR - naar een monument ter nagedachtenis aan het anti-fascistische verzet en de 55.000 slachtoffers van Buchenwald. Een kilometer verderop bevindt zich op de top van de heuvel tussen de bomen het eigenlijke kamp. Enkele gebouwen waar SS-officieren en -soldaten sliepen, zijn intact gebleven. De klok boven de ingang van het kamp staat stil; kwart over drie, het exacte tijdstip waarop het kamp werd bevrijd. Achter het hek is een uitgestrekte winderige kale vlakte: de appèlplaats. De barakken daarachter zijn verdwenen. Rechts naast de ingang staat het crematorium. Rechts achterin, waar de vlakte wordt afgegrensd door bomen, staat het gebouw waar de nieuwe gevangenen hun kampkleding kregen. In het gebouw is een museum ingericht.

Tijdens een bezoek aan de voormalige DDR komt steeds hetzelfde gevoel naar boven. Het is dat de problemen, waar men nu na veertig jaar SED-regime en na de Duitse eenwording in 1990 mee worstelt, zich zo evident en zo pijnlijk manifesteren, want anders was de DDR in bepaalde opzichten niet meer dan een kinderlijk hypocriete farce. En over het oorlogsmonument Buchenwald, als exponent van de zogenaamde antifascistische opvoeding in de DDR, zou de ongenegen bezoeker met kille onverschilligheid nagenoeg hetzelfde kunnen opmerken.

Het concentratiekamp Buchenwald heeft een afschuwwekkend maar ook complex verleden. En met de Duitse hereniging is daar nog een ander verleden aan toegevoegd: de geschiedenis van het DDR-oorlogsmonument Buchenwald. Een verslag van veertig jaar antifascistische opvoeding en wat daarna moet komen.

Voor de SED was het antifascisme een van de pijlers van de identiteit van de DDR. Antifascisme was het sleutelwoord, een toverwoord bijna, bij de omgang met het nazi-verleden in de DDR. De presentatie van het oorlogsmonument Buchenwald droeg dan ook een zwaar propagandistisch en ideologisch SED-stempel, waarbij het antifascisme nadrukkelijk centraal stond. Een bezoek aan Buchenwald was een vast onderdeel van de antifascistische opvoeding van de DDR-burgers.

Vanuit de hele DDR brachten schoolklassen op initiatief van hun docenten vaak herhaalde malen een bezoek aan het kamp. Buchenwald was zó populair dat het veel weg had van een toeristische trekpleister. Eén van de gebouwen waar vroeger de SS-ers sliepen deed dienst als jeugdherberg. En vijftig meter verderop, eveneens op het voormalige SS-terrein, stond een groot hotel.

Vast onderdeel van het programma was een bezoek aan het museum. Daar herinnerde een permanente tentoonstelling aan de steun van de grootindustriëlen, Pruisische Junkers en militairen aan het nationaalsocialisme. De burgerlijke middenklasse werd in de optiek van de DDR in haar geheel bij de meelopers gerekend. De arbeidersklasse daarentegen was de klasse van de antifascisten bij uitstek.

In de documentaire "O Buchenwald' en tijdens de rondleiding door het kamp werd uitgebreid verhaald over de antifascistische verzetsgroepen in Buchenwald; één van de belangrijkste aspecten van de antifascistische leerstof. Hierbij werd vrijwel uitsluitend de rol van de communisten behandeld. Sociaaldemocratische, christelijke en andere verzetsgroepen werden zonder enige schroom op de achtergrond geschoven.

Het zal niemand verbazen dat de rol van het antifascistische verzet soms ook enigszins werd overdreven. Een paar dagen voor de aankomst van de Amerikaanse troepen zou deze het kamp reeds op de SS hebben veroverd. In werkelijkheid was op dat moment het overgrote deel van de SS-Totkopfverbände al gevlucht. Zonder veel geweld konden de achtergebleven bewakers door de gevangenen worden overmeesterd. Maar wel beschouwd werd Buchenwald natuurlijk door het oprukkende Amerikaanse leger bevrijd. De bewakers waren voor de Amerikanen gevlucht, niet voor de verzetsgroepen in het kamp.

De presentatie van het concentratiekamp vertoonde bovendien een wat merkwaardige lacune. Het feit dat Buchenwald in de eerste jaren na de oorlog door de Sovjets werd gebruikt als interneringskamp was nergens terug te vinden. In het sovjet-interneringskamp werden tussen 1945 en 1950 vermeende tegenstanders van de bezettende Sovjet-autoriteiten vastgehouden. In het museum en tijdens de rondleiding door het kamp werd hierover met geen woord gerept.

Na de ondergang van het SED-regime en, in het kielzog daarvan, na de Duitse eenwording is in Duitsland de discussie over het oorlogsmonument Buchenwald losgebarsten. En terecht: de wijze waarop de SED in Buchenwald staatspropaganda bedreef, getuigde noch van historisch besef noch van enige voeling met de vijfenvijftigduizend slachtoffers van Buchenwald. De eenzijdige en gekleurde aandacht voor het antifascistische verzet en het ontbreken van informatie over het Sovjet-interneringskamp werden vaak hevig en emotioneel bekritiseerd. Joodse belangengroepen, de katholieke en de evangelische kerken, nationale comités Buchenwald maar ook voormalige antifascistische verzetsorganisaties verhieven hun stem. Vooralsnog stonden de standpunten veelal lijnrecht tegenover elkaar. Er gingen geluiden op om het antifascistische oorlogsmonument in zijn geheel te ontmantelen. Terwijl anderzijds gepleit werd om Buchenwald in zijn huidige vorm als gedenkteken voor veertig jaar DDR-geschiedenis te behouden.

Om aan deze soms wat onoverzichtelijke discussie een einde te maken werd in september 1991 door de regering van de deelstaat Thüringen een commissie van tien vooraanstaande historici aangesteld. Zoals zo vaak op dit moment bestond deze commissie voornamelijk uit deskundigen uit de oude Bondsrepubliek. De commissie hoorde de diverse belangengroepen gehoord en in het afgelopen voorjaar bracht ze verslag uit over de toekomst van het oorlogsmonument Buchenwald.

Het moet worden gezegd, de adviescommissie heeft haar werk uitstekend gedaan. De plannen voor de herstructurering van het monument, zoals die nu op tafel liggen, zien er goed doordacht uit. De samenwerking tussen de Wessis en de Ossis in Buchenwald is in deze ook voorbeeldig te noemen. De medewerkers van het kamp hebben met groot enthousiasme op de voorstellen van de commissie gereageerd. De eerste correcties en veranderingen in het kamp worden dan ook met grote voortvarendheid doorgevoerd.

Zo is het hotel in Buchenwald reeds gesloten. Naar alle waarschijnlijkheid zal er even naast het terrein van het concentratiekamp een nieuw hotel worden gebouwd. Verder is men druk doende om de woning van de kampcommandant en andere gebouwen, die nu door het bos zijn overwoekerd, bloot te leggen en in de rondleiding op te nemen.

Van wezenlijker belang zijn de veranderingen die de presentatie van het kamp zelf zal ondergaan. In het kamp zal in de toekomst zowel aandacht aan het nazi-concentratiekamp als aan het Sovjet-interneringskamp worden besteed. Het zwaartepunt moet daarbij op het concentratiekamp liggen. Voor het interneringskamp wordt, duidelijk van het kamp gescheiden, een apart museum gebouwd. Het bestaande museum zal opnieuw worden ingericht. De permanente tentoonstelling daar moet op gepaste wijze het lot van de slachtoffers uitbeelden en een correct beeld presenteren van de verzetsgroepen in het kamp. Ten slotte zal in het museum worden herinnerd aan de geschiedenis en de functie van het oorlogsmonument ten tijde van de DDR.

Er is de laatste tijd wel vaker terecht geconstateerd dat de last van de oorlog veel zwaarder op de DDR heeft gerust dan op de Bondsrepubliek. Het is een last die zich overal in de nieuwe Duitse samenleving laat voelen. De neerbuigende houding van de Wessis en het gevoel van minderwaardigheid bij de Ossis, die daar in zekere zin het gevolg van zijn, hebben na de Duitse hereniging maar al te vaak tot wederzijds onbegrip en gevoelige conflicten geleid.

Gelukkig is de problematiek over het verleden, heden en toekomst van Buchenwald wat dat betreft een uitzondering. Met als gevolg dat nu, een dikke veertig jaar later, het concentratiekamp Buchenwald eindelijk de functie en het aangezicht krijgt die het verdient.

Foto: Nabestaanden leggen bloemen bij het oorlogsmonument Buchenwald. (Foto AP)