Tralies voor twee

Mogen twee gevangenen in één cel worden gestopt om het cellentekort te bestrijden? Al is een beslissing over dit gevoelige onderwerp uitgesteld tot het najaar, na VVD en CDA vindt nu ook de PvdA dat er gevallen zijn waarin justitie haar toevlucht mag nemen tot zo'n noodoplossing.

In Engeland, Frankrijk en sommige delen van Duitsland is plaatsgebrek in de gevangenis al jarenlang een levensgroot probleem. De gevangenisbevolking is in de drie landen met rond de vijftigduizend ongeveer gelijk, de gevangenissen zijn er vaak oud, overvol en versleten, het aanbod stijgt en bouwen helpt niet afdoende. Twee in een cel wordt op veel plaatsen bijna als een luxe-variant beschouwd.

Laura Starink bracht een bezoek aan het Londense Wormwood Scrubs, het Bremense Oslebshausen en aan het Parijse Fleury-Mérogis, de fabriek onder de Europese gevangenissen. In Londen wierp zij een blik in een Engelse nachtspiegel, in Bremen trof ze een bijna ouderwets aandoend idealisme dat tegen de stroom lijkt op te roeien, in een voorstad van Parijs betrad ze de grootste gevangenenbunker van Europa. Een rondgang langs honderden celdeuren.

De Dungeon

Marks cel in Wormwood Scrubs is groter dan die van de anderen. Aan de muur hangen een kruisbeeld en een rozenkrans. Mark is rooms-katholiek en de priester komt wekelijks in zijn cel op een provisorisch altaartafeltje de mis opdragen voor de paar katholieken van de "lifers-section', de afdeling waar 124 mannen levenslang uitzitten. Mannen met levenslang hebben ieder een eigen cel. Wat Mark, een goede dertiger met de blauwbleke kleur van een binnenzitter, op zijn kerfstok heeft mag ik niet vragen. Dat is not done, zegt de joviale Joan Willcox, voorheen bewaarder, inmiddels opgeklommen naar de directiekeet. Met een grote sleutelbos ontsluit ze al het hermetisch hekwerk en ze lijkt bij gevangenen en personeel even populair.

Mark zit al acht jaar vast. Hoe lang hij nog moet hangt van zijn gedrag af en dat is bepaald niet onbesproken. In die acht jaar heeft hij heel wat gevangenissen van binnen gezien. Het absolute dieptepunt vond hij Wandsworth in Londen, regelmatig in het nieuws wegens opstanden en ontsnappingen. ""Wandsworth is smerig en onmenselijk. Het is een bolwerk van de Prison Officers Association, de vakbond van gevangenispersoneel, die geen veranderingen wil. Ons gevangenissysteem wordt nog steeds geleid met de laars.'' Wandsworth mocht ik van het ministerie niet bezoeken, evenmin als het beruchte Brixton, waar opstanden schering en inslag zijn.

Marks cel mag dan groter zijn, het stinkt er net als bij de anderen. Onder de tafel staat de beruchte emmer, waarin de meeste gevangenen in Engeland nog steeds hun behoefte doen. "Slopping out' ("slop' is de inhoud van een nachtspiegel) heet de driemaal-daagse gang naar de gemeenschappelijke toiletten om de emmer te legen en het is de schande van het Engelse gevangenissysteem. Eind 1994 moeten in alle cellen toiletten zijn aangebracht, verordonneerde de regering, en dan moet aan deze middeleeuwse toestand eindelijk een einde komen.

Het gloednieuwe Full Sutton was voor Mark de top van het gevangeniswezen. ""Daar had je je eigen toilet en wasbak, er was onderwijs en allerlei interessant werk.'' Waarom hij zich daar dan heeft laten wegsturen? Hij werd het slachtoffer van een veiligheidsoefening. De inspectie ensceneerde een gijzeling. Zonder dat hij het wist gebruikte men Mark als de vermeende dader. De zaak liep een tikje uit de hand en Mark moest worden overgeplaatst, omdat de andere gevangenen dachten dat hij gemene zaak had gemaakt met de directie. De afrekening zou niet lang op zich hebben laten wachten.

Mark heeft er overigens wel van geprofiteerd, vertelt Willcox later, want als schadeloosstelling schold men hem de A-status kwijt, de categorie "buitengewoon gevaarlijk'. Wat hij de hele dag doet? ""Ik schrijf een boek. Het wordt een bestseller.'' Hoe gaat het heten, vraag ik. Hij kijkt me onbewogen aan en zegt: ""Insanity drives me mad.''

Van het metrostation naar de poorten van Wormwood Scrubs loopt de "Henchmans Road". Wormwood Scrubs - letterlijk "het bittere-kruid-struweel', de naam van het aanpalende park - is een van Londens grootste "local prisons' (huizen van bewaring), met een capaciteit voor een kleine duizend gevangenen. Wegens een ingrijpende verbouwing is een aantal gebouwen gesloten, zodat er nu maar 674 gevangenen wonen. Het merendeel zit in voorarrest en dat deel zit bijna zonder uitzondering getweeën op een cel. In Engeland beschouwt men dat als normaal en zeker niet als teken van overbevolking. Overbevolkt is een cel pas als er drie of vier mensen op zitten, maar dat komt in "The Scrubs' niet voor.

"The Scrubs' is, als de meeste van Engelands 127 gevangenissen, oud, somber en oneindig verwaarloosd. De gangen zijn donker en afgetrapt, de ziekenboeg oogt zeer onhygiënisch, de toiletten onfris, de gevangenen smoezelig en het ruikt er of de ramen sinds de bouw in 1874 nooit meer open hebben gestaan. Duizenden bezwete mannenlijven hebben hier de afgelopen eeuw hun geurvlag geplant. Eén van hen was de Nederlandse dubbelspion George Blake, die in 1967 op spectaculaire wijze via een nylon laddertje over de muur klom en sindsdien in Moskou woont. In zijn memoires is hij niet negatief over The Scrubs, waar hij vijf jaar van zijn straf van 42 jaar gezeten heeft.

""Ik schaam me niet voor Wormwood Scrubs'', zegt Linda Wallace, vandaag het hoogste directielid dat aanwezig is. De vraag ergert haar. ""Natuurlijk is het smerig en stinkt het hier, maar de sfeer is niet slecht.'' Waarom de Engelse gevangenissen zo achterlijk zijn? Ze lacht schamper. ""Gevangenissen zijn een weerspiegeling van de maatschappij. Onze cultuur is veel repressiever dan die van jullie. We leven nog in het Victoriaanse tijdperk. Wat wil je als mensen keer op keer weer roepen om de strop? Thatcher was één en al "law and order'. Ze heeft veel kwaad gedaan. Met de komst van Major beginnen we god zij dank langzaam uit het treurige dal van verwaarlozing te klimmen.''

Twee in een cel vindt Wallace geen enkel probleem, als de gevangenen ermee instemmen. Het mag niet onder dwang gebeuren, zoals in de meeste Engelse gevangenissen. ""Veel gevangenen zitten liever met zijn tweeën omdat de regimes zo slecht zijn. Als je bijna de hele dag op cel zit, word je gek van verveling. De mensen met levenslang zijn veel buiten hun cel, dus die hebben geen behoefte aan gezelschap.''

In Engeland bestaat geen beperking op het aantal gevangenen in één cel, net zo min als er standaardregels voor de behandeling van gevangenen bestaan. ""Het rechtsstelsel in Engeland is een rampzalige bende'', zegt rechter Stephen Tumim, Inspector General voor het gevangeniswezen, aangesteld door de Kroon. In regerings- en gevangeniskringen heeft hij zich de laatste jaren bemind en gevreesd gemaakt met zijn kritische rapporten over mensonterende toestanden in Engelse gevangenissen. Overbevolking in de gevangenis, zegt Tumim, is het resultaat van het ontbreken van enig contact tussen rechters en gevangenissen. Er is geen gezamenlijk beleid. ""De rechtbank is een van de grootste defecten van ons systeem. Wij hebben het stadium bereikt waarbij "onafhankelijk' voor rechters synoniem is met "onwetend'. Rechters informatie verschaffen wordt, geheel ten onrechte, beschouwd als een poging hen te beïnvloeden. Zolang rechters zware vonnissen blijven uitspreken, blijven onze gevangenissen overvol. We zouden moeten leren van de Duitsers, die hun vonnissen hebben verlaagd, wat niet heeft geresulteerd in een toename van de misdaad.'' Ook Wallace heeft geen hoge dunk van Engelse rechters. ""De traditie van onze rechters stinkt. Dit is een klassenmaatschappij. Rechters worden geselecteerd uit steeds dezelfde mensen met geld, terwijl de maatschappij allang multiraciaal en multicultureel geworden is.''

Er is nog een reactionaire kaste in de Britse maatschappij, vindt Tumim, en dat is de Prison Officers Association, de vakbond van gevangenispersoneel. ""Hoewel er onder het gevangenispersoneel veel toegewijde mensen zijn, ijvert de vakbond slechts voor minder uren en minder werk en dat betekent dat de gevangenen meer in de cel zitten.'' Dat heeft volgens Tumim bijvoorbeeld geleid tot het absurde maaltijdensysteem in Britse gevangenissen. Om het personeel te gerieven eten gevangenen idioot vroeg (de lunch is om half twaalf 's ochtends, het diner om half vijf 's avonds), wat niet alleen ongezond is, maar het ook onmogelijk maakt een normale werkdag in te stellen. Zo kan van enige gezonde werkijver geen sprake zijn, te meer omdat de gevangenen voor eenvoudig naai- of laswerk niet meer dan vijf pond per week verdienen.

In april 1990 rebelleerde de gevangenis Strangeways in Manchester. Strangeways biedt plaats aan 970 gevangenen, op 1 april 1990 zaten er 1647 mensen opgesloten. De opstand brak uit tijdens een dienst in de kapel. Drie weken lang beheersten de gevangenen een groot deel van de gevangenis. De opstand sloeg over naar zes andere gevangenissen in het land.

Een onderzoekscommissie onder leiding van Lord Justice Woolf kwam, in samenwerking met Tumim, een paar maanden later met een vernietigend rapport. Voor het eerst in de Engelse geschiedenis werd dit rapport serieus genomen. De regering nam een groot deel van Woolfs aanbevelingen over. Zelfs actiegroepen als de Prison Reform Trust noemen het Woolf-rapport een doorbraak. Al gaat het langzaam, het rapport heeft al effect gehad. De censuur is afgeschaft, telefoons worden geïnstalleerd, er zijn betere klachtenprocedures, het regime wordt versoepeld en er wordt gewerkt aan een pakket standaardregels.

Tumim schreef vorig jaar een lijvig rapport over Wormwood Scrubs, waarin hij de staf brak over de sanitaire toestand, maar mild was over de atmosfeer. ""The Scrubs is erg smerig, maar het heeft een cultuur die vriendelijker is voor de gevangenen dan in veel andere Londense gevangenissen. Het probleem in Engeland is dat er geen "normality' bestaat. Er zijn geen algemeen geldende regels, alles hangt af van de toevallige traditie van de instelling.'' Ook Tumim, zeer Brits in uiterlijk en uitspraak, heeft geen bezwaar tegen twee gevangenen in een cel, mits vrijwillig. In Engeland doet men het soms ook als gevangenen zelfmoordneigingen hebben, maar juist daar plaatst de inspecteur vraagtekens bij. ""Ik weet niet of je iemand het gezelschap van een zelfmoordenaar aan mag doen. In feite maak je hem daarmee tot onbetaalde geestelijk verzorger, dat lijkt me niet helemaal eerlijk.''

Malcolm en Martin, beiden al drie maanden in voorarrest, delen in Wormwood Scrubs een cel. De afstand tussen hun bedden is nog geen halve meter. Hoewel Malcolm zegt dat hij liever een vrouw naast zich heeft, kunnen de heren elkaar wel verdragen. Onder het bed staan de twee poepemmers broederlijk naast elkaar. Malcolm en Martin proberen elkaar bij hun wc-gewoontes zo min mogelijk te hinderen. Gelukkig zijn ze overdag veel buiten de cel, zodat het ongemak hoofdzakelijk tot de nacht beperkt blijft. Maar als je niet werkt zit je toch gauw zo'n zeventien uur per dag met elkaar opgescheept.

Een "local prison' is een doorgangshotel en dat zijn altijd de ergste, zegt Martin, die zeker weet dat hij, onschuldig als hij is, spoedig zal worden vrijgesproken. ""Een gevangenis is een gevangenis'', zegt hij flegmatiek als ik hem naar zijn ervaringen in verschillende gevangenissen vraag. ""Je maakt er maar het beste van. Voor mij is het gevangenisleven makkelijker dan het leger. Er is minder discipline. Maar je verveelt je wel te pletter.''

Tongue-in-cheek-Tumim zei het zo: ""Sommige gevangenen zijn blij met slopping out omdat het ze de gelegenheid geeft hun cel uit te komen en een praatje te maken. Als het legen van je po het hoogtepunt van je dag is, is dat misschien niet zo'n best teken, nietwaar?''

De Kerker

Op het eerste gezicht heeft Oslebshausen meer van een ongenaakbaar klooster dan van een gevangenis. Als de wrake Gods priemt de rode torenspits achter de met prikkeldraad afgezette muur de wolken in. De gevangeniskerk troont, hoog in het zadel, bovenop de twee grote gevangenishallen. Al in het bouwjaar 1874 gold hier het parool: isolement, piëteit, bezinning op schuld en boete en dus Einzelhaft. De cellen zijn piepklein, de raampjes onbereikbaar hoog en de tralies dik. Op de buitenmuren zijn bij elk raam met witte verf grote cijfers gekalkt: dat vergemakkelijkt het lokaliseren van uitbraakpogingen.

Einzelhaft, één gevangene per cel, is in de hele Bondsrepubliek wettelijk voorgeschreven, maar de wet biedt de mogelijkheid daarvan af te wijken. In oude gevangenissen gebeurt dat dan ook vaak, evenals in de overvolle huizen van bewaring in grote steden als München, Berlijn, Hamburg en Frankfurt. Hier zijn twee of drie gevangenen per cel geen uitzondering. Maar in de kleine stadstaat Bremen (750.000 inwoners) is dat anders. Oslebshausen heeft maar vijf "gemeenschapscellen', meestal bewoond door buitenlanders, die daar zelf voor kiezen.

Niet alleen hebben de gevangenen van Oslebshausen ieder hun eigen cel, in Bremen is nog iets veel wonderlijkers aan de gang: de afgelopen jaren zijn twee gevangenissen in de stad gesloten en is het aantal cellen met bijna eenderde teruggebracht. De totale capaciteit in de stadstaat Bremen was in 1987 1272 plaatsen, in 1994 hoopt men dit te hebben teruggebracht tot 784. In Oslebshausen wordt het aantal cellen met een kleine honderd verminderd tot 320 plaatsen. De Bremer regering - al veertig jaar SPD, sinds kort een coalitie tussen SDP, FDP en Grünen - voert een zeer liberaal strafbeleid, dat haast wel lijkt op te roeien tegen de stroom in de rest van Europa.

Bremen is de kleinste deelstaat van de Bondsrepubliek. De strafwetten zijn voor heel Duitsland gelijk, maar de toepassing loopt in de verschillende deelstaten sterk uiteen. Men spreekt hier van het "Noord-Zuid-verval': in het liberale noorden worden veel mildere straffen uitgesproken dan in het conservatieve zuiden. Een drugshandelaar die in Bremen drie, vier jaar krijgt, kan in Beieren gerust op het dubbele rekenen. Bremens strafpolitiek geldt zowel bij de autoriteiten als bij de misdadigers in het zuiden als "Kinderkram'.

De liberale politiek is aan de verbouwing van Oslebshausen af te lezen. Haus II is nog in de negentiende-eeuwse staat: een hoge hal met honderd cellen, verdeeld over vier etages met de bekende gietijzeren galerijen en loopbruggen. Na hun werk lopen de gevangenen hier vrij rond. Haus I is inmiddels tot kleine woongroepen van 25 à 30 cellen verbouwd, met eigen keuken, doucheruimte en iets wat op woonkamers moet lijken.

Eduard (45), die nog een jaar moet zitten wegens diefstal van cheques, toont me zijn cel. Hoe het hier is? ""Ik kom uit de gevangenis in Bielefeld, die is spiksplinternieuw, maar het is er net de middeleeuwen. Deze gevangenis is meer dan een eeuw oud, maar het lijkt hier wel de 25ste eeuw! Alles hangt van het beleid af. Je denkt toch niet dat jij als vrouw in Bielefeld gewoon tussen de gevangenen rond had mogen lopen?'' Directeur Hans-Henning Hoff, jong en vlot gekleed, maakt intussen een praatje met een Turk, die verdacht wordt van drugshandel. ""Hij hier heeft bij ons alle records gebroken'', zegt Hoff lachend, ""hij zit al veertig maanden in voorarrest.'' ""Ik ben onschuldig'', grijnst de Turk. ""Ze kunnen niks tegen me vinden.'' Het probleem bij de man is dat al zijn contacten in het buitenland zitten, legt Hoff uit.

Drie jaar geleden werd officier van justitie Hans-Henning Hoff directeur van Oslebshausen. De hervormingen waren onder zijn voorganger al ingezet en met politieke steun in de rug kan hij betrekkelijk ongestoord zijn gang gaan. Meer vrijheid, gevarieerde arbeid, meer contact tussen bewakers en gevangenen, meer vakantie en methadonbehandeling voor drugsverslaafden, in Duitsland nog steeds een unicum. Oslebshausen heeft een drukkerij, een wasserij ("de modernste in heel Bremen'), een timmerwerkplaats, een autowerkplaats en een beeldhouwwerkplaats, waar op bestelling van de stad kunstwerken worden gemaakt.

Drie maanden geleden zette Hoff een "Drogenfreizone' op, waar mensen, die te kennen geven dat ze absoluut drugsvrij willen worden, afgezonderd leven van de andere gevangenen. Want drugs zijn ook in Oslebshausen een probleem. Geen enkele gevangenis ter wereld is drugsvrij, maar het liberale klimaat maakt de controle hier natuurlijk zwakker, dat zal Hoff niet ontkennen. Hoeveel gevangenen dit jaar al zijn uitgebroken, wil hij niet in de krant hebben, maar het zijn er meer dan een handvol. Daar staat tegenover dat Oslebshausen nog nooit het toneel is geweest van gijzelingen of gevangenisoproer. De 176 bewakers zijn de situatie meester en het ziekteverzuim is volgens de directeur niet hoog.

Nu heeft Bremen een aantal meevallers, die het de stad makkelijker maken liberaal te zijn. Mensen met straffen van meer dan acht jaar gaan naar de gevangenis van Zelle in Niedersachsen. Daar zitten de echte zware jongens, van wie ongeveer honderd mensen met levenslang. Bremen is geen "Gross-stad' als Hamburg, waar men inmiddels met een enorm cellentekort kampt. Toch is ook hier de drugshandel de afgelopen jaren een groot probleem geworden. Met zijn haven geldt Bremen na Frankfurt, Hamburg en Berlijn als een belangrijk knooppunt in de drugshandel. Het liberale vervolgingsbeleid trekt handelaren aan en er is een tijd geweest dat de drugs in Bremen goedkoper waren dan waar ook in Duitsland. Omdat de stad klein is, valt de drugsscene extra op. An dem Steintor in de Ostertor-wijk doet met zijn wankelende junks en vriendelijke agenten, die hen oproepen hun spuiten niet op kinderspeelplaatsen achter te laten, sterk denken aan de Damstraat in Amsterdam. De trein uit Amsterdam wordt door de politie nauwlettend in de gaten gehouden.

Drugsverslaafden vormen ook het merendeel van de gevangenen, maar opsluiten heeft volgens Hoff geen zin. Hij hoopt op een spoedige verandering van het drugsbeleid en daarom heeft hij er het volste vertrouwen in dat het aantal cellen in Oslebshausen de komende jaren toereikend zal zijn. Hoe effectief het liberale strafbeleid is kan Hoff niet zeggen. ""Statistisch gesproken zijn wij wat recidivisme betreft niet beter dan de rest. Maar vrijheidsstraf mag niet meer zijn dan het opheffen van vrijheid. Alle andere grondrechten moeten voor gevangenen onverminderd van kracht blijven. Wat dat betreft zijn wij koplopers in Duitsland.''

In Bremen, zegt Horst Crome, president van het Landsgericht, wordt zo veel mogelijk met alternatieve straffen gewerkt. ""Straffen van minder dan zes maanden worden bijna nooit in de gevangenis uitgezeten. De jeugdgevangenis met zijn honderd plaatsen werd steeds leger, zodat we een deel van de volwassen mannen hierheen hebben kunnen overplaatsen. Of de criminaliteit stijgt? De politiestatistieken zijn politiek zeer omstreden. De kleine of middelzware criminaliteit neemt toe, maar er is een lichte teruggang bij de zware geweldscriminaliteit. Het grootste probleem is de drugshandel, die in Bremen in handen is van Koerden, Afrikanen en Joegoslaven. Zestig à zeventig procent van de arrestanten is nu buitenlander. Zij komen eerder in voorarrest omdat ze geen vaste woonplaats hebben. Het is ook moeilijker om buitenlanders alternatieve straffen op te leggen.''

Vrijlaten doet men in Bremen niet alleen uit menslievendheid, maar ook uit spaarzin. Bremen staat al enkele jaren aan de rand van het faillissement en opsluiten is duur. Een gevangene kost 120 à 130 mark per dag. ""Van gevangenisstraf zijn mensen nog nooit beter geworden. Vooral jongeren vervallen voor 80 à 90 procent in herhaling'', zegt Klaus Bertram van de sociale dienst van justitie. Om misdadigers weer op het rechte pad te helpen is in Bremen een aantal stevig gesubsidieerde privé-instellingen in het leven geroepen, die helpen bij het zoeken naar een woning of bij het aflossen van schulden. Het afbreken van cellen vindt Bertram niet kortzichtig, want, zegt hij, ""gevangenissen hebben een zuigkracht. Hoe meer cellen we hebben, hoe groter de kans dat ze ook benut worden. Nieuwe gevangenissen bouwen is fout.''

Ondanks alle optimisme in Bremen heeft 1991 een "Trendwende' te zien gegeven. Het aantal arrestanten, in het bijzonder uit de drugshandel, is gestegen en dus neemt ook de druk op de gevangenissen toe. Er is een tekort aan politiecellen, maar Hartmut Krieg, bij Bremens ministerie van justitie verantwoordelijk voor gevangenissen en sociale dienst, voorziet vooralsnog geen problemen. ""Zelfs als de trendbreuk definitief blijkt te zijn, hebben we voorlopig nog capaciteit genoeg.'' In de strijd tegen de drugscriminaliteit heeft Bremen het Hollandse voorbeeld overgenomen. Men voert een dubbele strategie: hulp voor verslaafden en streng optreden tegen dealers. Volgens Krieg bestaat in Bremen voorlopig nog consensus over het strafbeleid. Zelfs bij de oppositie.

""De Bremer strafpolitiek behoort niet tot de mislukte modellen van de SPD'', zegt advocaat Ralf Borttscheller, CDU-afgevaardigde en -woordvoerder voor binnenlandse zaken, ietwat cryptisch. In grote lijnen steunt hij de regering, al heeft hij wel kritiek. Gevangenissen sluiten vindt Borttscheller kortzichtig en ook bij het jeugddelinquentenbeleid zet hij vraagtekens. Onlangs is er veel opschudding geweest over een rechtszaak tegen drie jongens die een molotov-cocktail in een asielzoekerscentrum hadden gegooid. ""Ze hebben één jaar en negen maanden voorwaardelijk gekregen en zijn inmiddels weer gewoon thuis.'' Borttscheller is er wel van overtuigd dat mensen er niet beter op worden in de gevangenis. Het liberale strafbeleid in Bremen heeft volgens de CDU-advocaat nog niet tot grote protesten onder de bevolking geleid. Bortscheller is, als het moet, zelfs bereid de Bremer strafpolitiek tegenover zijn partijgenoten in Beieren te verdedigen. ""In Bremen zijn de wegen kort'', zegt hij, ""en de contacten goed''.

De Bastille

Als Wormwood Scrubs een rommelige Dickensiaanse dungeon is en Oslebshausen een calvinistische kerker, dan mag Fleury-Mérogis met recht de Franse Bastille worden genoemd. Dertig jaar geleden gebouwd in een van Parijs' industriële voorsteden beroemt zij zich erop Europa's grootste gevangenis te zijn. Ze oogt als een immense bunker van beton, met wachttorens op de hoeken, aan de buitenkant bewaakt door een eigen peloton gendarmes met machinegeweren in de aanslag, en van binnen door een uitgebreid elektronisch beveiligingssysteem. Met het bezoek, meest jonge vrouwen met kinderen op de arm, wacht ik tot de stalen poort openschuift. Binnen is elke gang afgezet met traliewerk, dat elektronisch bediend wordt door de bewakingsdienst. De hele dag klinkt het klikken van openspringende sloten.

Fleury-Mérogis mag dan de grootste gevangenis van Europa zijn, zegt directeur J. Mowat, toch was dat geen goed idee. Vijfduizend criminelen op een kluitje kunnen, als de tering uitbreekt, knap onbeheersbaar worden. Het experiment is dan ook niet herhaald. Tot grote ellende is het in het relatief korte bestaan van de gevangenis nog niet gekomen, al zijn er een paar lokale opstanden geweest, die door de gendarmes snel en zonder bloedvergieten zijn bedwongen. Ook was er een spectaculaire ontsnapping met behulp van een helikopter, maar de boef, die bungelend aan een koord vanaf het grote sportveld in de lucht verdween, is snel weer opgepakt.

Fleury-Mérogis is een "maison d'arrêt', een huis van bewaring, en het zijn deze instellingen die in Frankrijk met een chronische overbevolking te kampen hebben. Dat komt voor een deel doordat overbevolking in de echte gevangenissen, met hun harde kern van langgestrafte zware criminelen, niet wordt toegestaan. Kortgestraften kunnen hun straf in het huis van bewaring uitzitten, maar langgestraften moeten na hun veroordeling worden overgeplaatst naar de zogenoemde "maisons centrales', waar ze recht hebben op een eigen cel. Omdat daar geen plaats is ontstaan er opstoppingen in bijna alle huizen van bewaring; 139 van de 183 gevangenissen in Frankrijk zijn huizen van bewaring en in feite zit een groot deel van de totale gevangenisbevolking van ruim 52.000 zijn straf dus op de verkeerde plek uit.

Vooral in de oudere gevangenissen in de provincie, maar ook bijvoorbeeld in het Parijse La Santé, is de overbevolking volstrekt onacceptabel. Vier gevangenen in een kleine cel is heel normaal en veel gevangenissen werken nog met slaapzalen voor tien à vijftien personen. Voor heel Frankrijk is de bezetting in huizen van bewaring gemiddeld 140 procent. In Fleury, dat oorspronkelijk gebouwd is voor één gevangene per cel, is de geplande capaciteit 3398. Op dit moment zijn er 5038 gevangenen gehuisvest. Men heeft dit opgelost met stapelbedden en matrassen op de grond. Omdat de cellen in Fleury betrekkelijk ruim zijn (negen vierkante meter), is het resultaat minder beangstigend dan in Wormwood Scrubs, maar in veel oude gevangenissen moet de situatie schrikbarend zijn.

Patricia Noguéra is onder-directrice van Fleury en beheert afdeling D-2, met 720 gevangenen, bijna allemaal twee op een cel. Van haar mannen zijn er 147 veroordeeld tot straffen van langer dan vijf jaar, tien van hen hebben meer dan tien jaar gekregen. Een groot deel zal zijn straf waarschijnlijk hier uitzitten. Gemiddeld werkt maar zo'n vijftien procent van de gevangenen in de ateliers, de rest zit, met uitzondering van twee keer anderhalf à twee uur luchten op het voetbalveld, doorgaans in de cel. Anders dan in Wormwood Scrubs en Oslebshausen is het op de lange gangen in Fleury doorgaans dan ook akelig stil.

Noguéra staat niet afwijzend tegenover twee gevangenen op een cel. ""De gevangene kiest meestal zelf zijn celmaat en vooral de buitenlanders, die zo'n derde van de bevolking uitmaken, geven er zelfs de voorkeur aan. Conflicten proberen we snel op te lossen. Iemand heeft eens in een vlaag van verstandsverbijstering zijn maat met een vork een oog uitgestoken, maar dat soort dingen komt hoogst zelden voor. Het aantal gevangenen met psychische stoornissen neemt helaas toe en we zijn daar niet op berekend. Een voordeel van twee op een cel is dat zelfmoordpogingen eerder worden opgemerkt. Vorig jaar hebben we zeven of acht zelfmoordgevallen gehad in Fleury, meestal door ophanging. Je kunt daar weinig tegen doen. Moet je mensen soms naakt in een gecapitonneerde cel opsluiten?''

We maken gebruik van het uitdelen van de lunch - de gevangenen eten in hun cel - om de cellen binnen te gluren. Drie Tunesiërs hebben met affiches van hun kamer een klein Tunesië gemaakt. Ze nemen hun rijst in ontvangst. ""Schoenen aan'', vermaant Nogúera. De gevangenen zijn om hygiënische redenen verplicht hun eten geschoeid in ontvangst te nemen. De drie kunnen het goed met elkaar vinden en hebben geen bezwaar tegen elkaars gezelschap. Alle gevangenen die ik spreek denken er zo over. Hier en daar zit iemand alleen, zoals een ooit beroemde Franse jockey, die een straf van tien jaar uitzit wegens drugshandel. Trots laat hij een artikel zien uit zijn sportieve periode. Hij doodt de tijd door in de videostudio op de afdeling - uniek voor Fleury - voor de gevangenistelevisie interviews te maken met zangeressen als Jane Birkin, Barbara en Sapho, die in de gevangenis hebben opgetreden.

Om de schrijnende overbevolking het hoofd te bieden lanceerde de regering in 1985 een noodprogramma dat in korte tijd maar liefst 15.000 nieuwe plaatsen moest scheppen. Na felle debatten in het parlement - de voorstanders vonden 15.000 veel te weinig, de tegenstanders wezen op het gevaar van de zuigkracht van nieuwe cellen - reduceerde men het aantal tot 13.000, verdeeld over 25 nieuwe gevangenissen, waarvan de laatste in september zijn deuren opent. Een aantal hopeloos verouderde gevangenissen werd gesloten.

Maar, zoals te verwachten viel, het probleem van de overbevolking is hiermee niet opgelost. Op 1 mei 1992 waren voor 52.156 gevangenen maar 43.418 celplaatsen beschikbaar. In Fleury-Mérogis merkt men er dan ook nog niets van. ""Het plaatsgebrek brengt vooral organisatorische problemen met zich mee'', zegt directeur Mowat. ''De keuken, de wasserij, de hoeveelheid personeel zijn niet berekend op een dubbel aantal gevangenen.'' Mowat zegt de situatie nog te kunnen beheersen, maar veel rek zit er niet meer in. Toch heeft hij niet het recht gevangenen te weigeren.

Met uitspraken over een stijging van de criminaliteit is Pierre Tournier, demograaf van het Centrum voor sociologisch onderzoek naar het recht en de penitentiaire instellingen (CESDIP) van het ministerie van justitie, heel voorzichtig. Niets is zo bedrieglijk als cijfers. ""Je ziet dat zowel tijdens Giscard als tijdens Mitterrand de gevangenisbevolking toenam. Maar de redenen daarvoor waren heel verschillend. In Giscards ambtsperiode werden er meer arrestaties verricht, onder Mitterrand sluit men minder op, maar straft men langer. De gevangenis geeft absoluut geen representatief beeld van de criminele situatie in een land. Een toename van aangiften voor geweldsdelicten kan bijvoorbeeld ook een rechtstreeks gevolg zijn van het feminisme. In de drugsscene is de situatie iets anders: de drugshandel neemt ontegenzeggelijk toe. Maar daarom is het ook een politieke prioriteit geworden met als gevolg meer politiemiddelen, alertere rechters en dus hogere straffen. Onderzoek heeft uitgewezen dat fiscale delinquentie voor de staat in feite de hoogste strop is. In één jaar beloopt de fiscale fraude driehonderd maal zoveel als alle bankovervallen bij elkaar opbrengen, maar in de gevangenisbevolking vind je dat totaal niet weerspiegeld.''

Volgens Tournier heeft ook toenemende angst onder de bevolking rechtstreekse effecten op de misdaadstatistieken, die daarom dan ook met de nodige scepsis moeten worden bekeken. Vervolging is een politieke beslissing. Demografische grafieken zijn vaak moeilijk te interpreteren. Een voorbeeld: het lijkt logisch dat overbevolking leidt tot een hoger aantal zelfmoorden in gevangenissen. De cijfers wijzen het tegendeel uit, maar daaraan kun je weer niet de conclusie verbinden dat overbevolking "dus' een gunstig effect heeft op de zelfmoordcijfers.

Aan het eind van dit jaar zal de gevangenisbevolking volgens Tourniers prognoses 61.000 man bedragen. Wat te doen? ""Alternatieve straffen voor jeugddelinquenten vindt een goed deel van de bevolking acceptabel, maar strafverlichting voor drugs- en geweldsdelicten niet. De politiek kan hiervoor moeilijk een oplossing vinden.'' Gelukkig heeft de Franse regering een handige uitweg uit dit probleem. Net als in Spanje en Italië reduceert men met enige regelmaat de gevangenisbevolking met behulp van een amnestie of gratieverlening. Elke nieuwe president begint zijn ambtsperiode met het openzetten van de gevangenispoorten. Dat geeft weer even lucht. ""Als je het in een Nederlandse krant zet vind ik het best'', lacht Tournier, ""maar ik verwed er mijn hoofd om dat Mitterand op 14 juli een flinke categorie gevangenen gratie zal verlenen.''

In het atelier van D-2 werken zo'n dertig gevangenen aan een moderne variant van "zakjes plakken'. Ze plakken zakjes met een middeltje om bruin te worden in reclamefolders van een make-up-firma. Voor de Olympische Winterspelen in Albertville at men zich hier ongans aan Albertville-toetjes, een speciaal Olympisch dessert, dat door de gevangenen moest worden ingepakt. "Le petit Louis', zoals de gedrongen gevangenisbewaarder in het atelier door de gevangenen wordt genoemd, heeft de wind er goed onder. ""Ik heb nooit problemen met de jongens'', zegt hij. ""Beide partijen zijn 's ochtends weleens chagrijnig en dan vallen er soms woorden over en weer. Dan moet je even tien minuten afkoelen en vervolgens je excuses aanbieden. Maar ik ben de enige hier die de gevangenen mag tutoyeren. Van mij pikken ze alles.''

Louis is goud waard, zegt Noguéra als we het atelier verlaten. ""Ik vind dit een eindeloos fascinerende baan. Gevangeniswerk is een roeping, mar helaas worden er vandaag de dag nog maar weinigen geroepen.''