Succes Zweden ondanks veel tactische capriolen

STOCKHOLM, 20 JUNI. Een oudere generatie Zweden kan nog moeiteloos de namen spellen van Gunnar Gren, Nils Liedholm en Kurt Hamrin. Dat trio fungeerde als gangmaker in het Zweedse elftal dat op het WK in 1958 met 5-2 de finale verloor van Brazilië. Tegenwoordig heten de sterren Jan Eriksson, Jonas Thern en Tomas Brolin. Maar het voetbal is veranderd ten opzichte van de jaren vijftig toen er met uitzondering van enkele landen in Zuid-Europa nog geen sprake was van full-professionalisme.

“Het huidige voetbal in Zweden is op sterven na dood”, zegt Sven Göran Ericsson, de Zweedse succestrainer die dit jaar de overstap heeft gemaakt van Benfica naar Sampdoria. Voor ieder groot toernooi informeert de Zweedse voetbalbond beleefd of Ericsson interesse heeft in de functie van bondscoach. Maar iedereen in het land weet dat het antwoord al bekend is. “Ik wil werken aan de top. Dat kan alleen maar in het buitenland omdat in Zweden de financiële middelen voor topvoetbal ontbreken.”

De meeste Zweedse voetbalsterren hebben Ericssons voorbeeld gevolgd. Van de twintig man omvattende selectie van het EK-team dat kwalificatie voor de halve finale heeft afgedwongen spelen er tien in het buitenland. De bekendste is de 22-jarige Tomas Brolin, die na één schitterend doelpunt op het WK in Italië tegen Brazilië voor vier miljoen gulden werd ingelijfd door Parma. Brolin: “Iedereen verklaarde me voor gek dat ik op 20-jarige leeftijd al voor het buitenland koos. Maar de keus is juist gebleken. Dit jaar hebben we zelfs de beker gewonnen in Italië.”

Om enigszins op de hoogte te blijven van de verrichtingen van de buitenlanders moet bondscoach Tommy Svensson regelmatig op reis. Die activiteiten combineerde hij aanvankelijk met zijn baan van gymnastiekleraar, maar begin vorig jaar trad hij in vaste dienst van de bond als opvolger van Nisse Anderson. De laatste nam part-time de honneurs waar toen Ole Nordin na het WK in Italië was ontslagen. Erg veel respect is er bij Ericsson niet voor zijn vaderlandse vakgenoten. “De successen van dit Zweedse team verbazen me hooglijk”, zegt hij na de talrijke tactische capriolen van Svensson. De huidige bondstrainer begon met Zweden met een 3-5-2-opstelling het veld in te sturen, vervolgens schakelde hij over op het ouderwetse 4-4-2 en nu hanteert hij de variant 4-5-1. Ericsson: “Het zijn misschien niet de beste twintig Zweedse spelers die Svensson voor dit EK heeft geselecteerd. Maar hij heeft wel de twintig Zweedse voetballers uitgezocht die het beste bij elkaar passen. Dat is wél zijn verdienste.”

Voor de start van het EK gaf Svensson zelf echter niet al te hoog op van zijn elftal dat hij als een absolute underdog beschouwde in zijn groep ten opzichte van Frankrijk of Engeland. De strategie was afgestemd op een op Brolin, die op de top van zijn kunnen moest spelen en die en passant diende te scoren. Jonas Thern van Benfica moest op het middenveld de lijnen uitzetten à la Frank Rijkaard of Lothar Matthäus en de beste verdediger Jan Eriksson diende de rol van het Zweedse verdedigende boegbeeld van weleer, Glenn Hysén, over te nemen.

Het waren stukken van de legpuzzel die in de wedstrijden tegen Frankrijk (1-1), Denemarken (1-0) en Engeland (2-1) wonderwel pasten. Svensson: “Daarom zijn we nu niet eens tevreden meer met het behalen van de halve finale. Dat resultaat beschouwde ik vooraf wel als het hoogst haalbare. We spelen morgen weliswaar tegen de wereldkampioen, toch iets heel bijzonders, maar ik bespeur ook een stemming onder de spelers dat we dit toernooi van niemand meer bang hoeven te zijn.” De Zweden missen in de door de Italiaan Lanese geleide wedstrijd tegen Duitsland Schwarz en Andersson. Beiden zijn geschorst. Ericsson: “Dat komt toch door de onervarenheid van deze voetballers op dit niveau. Schwarz had beter moeten weten, want hij komt bij mij vandaan, bij Benfica.

De Duitsers zijn donderdagavond na de afstraffing tegen Nederland direct teruggevlogen naar Norrköping waarna ze in het trainingskamp in Atvidaberg de balans werd opmaakten. Reuter en Buchwald konden gisteren nog niet meetrainen. Aanvoerder Brehme zit al weer vol revanchegevoelens. “Als we de hele wedstrijd tegen Nederland zo gespeeld hadden als de tweede helft hadden we nooit verloren. Maar dit EK is nog niet afgelopen.”

“In feite is het nu voor ons pas begonnen”, preciseerde bondscoach Berti Vogts op de dagelijkse persconferentie. “Ach wat”, reageerde Karl Heinz Rummenigge, de vice-voorzitter van Bayern München die zelf als international 95 interlands speelde voordat een blessure zijn carrière beëindigde. “Vogts moet natuurlijk wat roepen. Maar hij mist het Fingerspitzengefühl waarmee een Beckenbauer of Cruijff een dergelijke crisis zou bezweren. Alleen al door de reputatie van die twee geloven spelers - soms volslagen ten onrechte - in een wonder. Ik heb met Berti in 1978 op het WK in Argentinië samengespeeld. Hij is een ongelooflijke perfectionist die nooit opgeeft. Die nooit zijn verlies zal accepteren. Maar of hij daarmee op tijd de zaak in het rechte spoor krijgt? De wedstrijd tegen Zweden zal het leren. Die zal voor Duitsland minstens zo zwaar worden als een eventuele finale tegen Holland. Want twee keer verliezen van dezelfde tegenstander in één toernooi overkomt Duitsland niet zo gauw, vermoed ik.”

Foto: Een groepje Nederlandse supporters bijeen voor het Ullevi-stadion in Gothenburg. De fans hopen via de zwarte markt nog op en kaartje voor het duel van Oranje tegen de Denen. (Foto Michael Kooren)