Sevilla

In NRC Handelsblad van 17 juni zegt S. Orlandini dat de bureaus die meedongen naar de opdracht het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Sevilla te ontwerpen, met niet meer dan “vage kreten” zijn gekomen.

Vandaar dat hij de opdracht aan H. Remmers heeft gegeven. Dat van de ambitieuze plannen in de uitvoering weinig is terug te vinden, acht het bestuur een “normale” gang van zaken.

Ook Toonder behoorde tot de bureaus die de opdracht hadden gekregen een voorstel in te dienen. Samen met architect Jan Hoogstad hebben we een plan ontworpen, dat in de vorm van een groot formaat boek van zeventig bladzijden, een maquette en een videoprogramma, aan ieder lid van het comité is overhandigd tijdens de presentatie in Den Haag, die niet langer dan zestig minuten mocht duren. In ons boek was elk detail van het project zorgvuldig omschreven, zowel wat betreft de inhoud, de techniek, de artistieke vormgeving, als de geraamde kosten.

Reeds enkele dagen vóór de presentatie circuleerde het gerucht, dat de opdracht al onderhands was gegund aan Remmers. Die zou namelijk zelf de financiering hebben rondgemaakt. De vier andere deelnemers, die zich netjes aan de gegeven regels hadden gehouden (EZ en een aantal met name genoemde grote Nederlandse bedrijven zouden de financiering voor hun rekening nemen) maakten toen blijkbaar geen schijn van kans meer.

Maar zelfs al heeft Orlandini de omvangrijke presentatieboeken slechts vluchtig kunnen inkijken (de officiële beslissing werd diezelfde dag nog genomen), dan nog past het hem niet, te spreken van “vage kreten”.