Ser buigt zich over Emu en wijziging overlegeconomie

DEN HAAG, 20 JUNI. Het kabinet heeft de Sociaal-Economische Raad gisteren advies gevraagd over de vraag hoe Nederland kan voldoen aan de financieel-economische criteria voor toetreding tot de Europese Monetaire Unie (Emu) en hoe de Nederlandse overlegeconomie in het systeem van de Emu kan worden ingepast.

Om te kunnen toetreden tot de Emu moeten de EG-lidstaten aan bepaalde ijkpunten voldoen. De overheidsschuld mag in 1996 - of uiterlijk 1998 - bijvoorbeeld niet meer bedragen dan 60 procent van het bruto binnenlands produkt (BBP); in 1991 bedroeg de overheidsschuldquote bijna 80 procent. Het tekort van de overheid mag niet boven de 3 procent van het BBP uitkomen; vorig jaar lag dit percentage op 3,75. Daarnaast gelden er nog criteria ten aanzien van onder meer inflatie, renteniveau en wisselkoersstabiliteit.

Het kabinet wil ook van de Ser weten “hoe de economische prestaties van ons land binnen de EG kunnen worden verbeterd in de rest van deze eeuw”.

De Emu noopt ook tot een aanpassing van de overlegeconomie. “Het kabinet vindt het belangrijk om een goed evenwicht te vinden tussen overleg en coördinatie enerzijds en een beroep op het marktmechanisme anderzijds”, aldus de adviesaanvraag. Daarnaast wijst het kabinet op “de spanningen waaraan dat model op dit moment blootstaat”.

Sinds begin dit jaar bepleit werkgeversvoorzitter Rinnooy Kan (VNO) een “opknapbeurt” voor de overlegeconomie.