Overheid maakt 'een rommeltje' van kunstbeheer

ROTTERDAM, 20 JUNI, De overheid maakt een rommeltje van het beheer van haar kunstwerken. Dat zei prof. dr. P. Boorsma, hoogleraar openbare financien aan de TU Twente en Eerste-Kamerlid voor het CDA, gisteren in Museum Boymans van Beuningen op het symposium 'Musea als bedrijven; Bedrijven als musea?'

In een met plaatjes uit eigen collectie verluchtigde toespraak noemde Boorsma als voorbeeld van slecht beheer door de overheid de duizenden BKR-kunstwerken die de Rijksdienst voor de Beeldende Kunst wil opruimen. Volgens de Rijksdienst is daarvan 95 procent geen topkunst, maar hoe weten ze dat als het grootste deel zelfs nooit is uitgepakt? Ze gaan kennelijk net als de nouveau riche af op gevestigde namen. Voor de overheid zijn er geen prikkels voor een goed vermogensbeheer, aldus Boorsma: "Er staat geen sanctie op het niet uitpakken van kunst, er worden geen boetes gevorderd als kunstwerken bij het uitlenen beschadigd raken, er is geen aansporing om op verzekeringspremies te besparen".

De musea doen volgens Boorsma te weinig aan financiele planning. Zij moeten beheer en beleid met elkaar vervlechten, zeker bij verzelfstandiging, aldus Boorsma. "Een museum is geen onderneming die naar winst streeft, maar het produceert wel toegevoegde waarde door het beheer en de ontsluiting van de collectie". Hij wees op financiele zaken die de musea boven het hoofd hangen, bijvoorbeeld het idee om musea hun gebouwen te laten huren.

Misschien moeten we terug naar de dagen van het maecenaat, opperde directeur-generaal culturele zaken bij WVC drs. J. Riezenkamp, waarin we niet het aanbod centraal stellen, maar de zorgvuldigheid gespecificeerde vraag van de ondernemer die opdrachten geeft aan kunstenaars en zo het gezicht van zijn bedrijf vorm geeft.. Het feit dat de Nederlandse overheid het belang van de kunst in bedrijven erkent, blijkt volgens Riezenkamp uit de fiscale wetgeving. Zo kunnen bedrijven kunstaankopen ten laste brengen van de winst voor belastingen, waardoor de fiscus in feite 35 procent meebetaalt.

In zijn welkomswoord waarschuwde directeur prof. W. Crouwel van Boymans juist voor de belastingmaatregelen van de EG die de musea te wachten staan. Over aankopen moet dan geen zes, maar achttien procent BTW worden betaald. Ook kan de BTW dan niet meer worden teruggevorderd. Voor Boymans alleen betekent dit volgens Crouwel een aderlating van een miljoen. Hij wees erop, dat de hele museumwereld gezien de toenemende belangstelling van het publiek, steeds meer moet doen, maar met steeds minder middelen.