Oorlogsleed

In NRC Handelsblad van 6 juni werd verslag gedaan van de rede die prof.dr. De Levita uitsprak bij het aanvaarden van het bijzonder hoogleraarschap in de transgenerationele oorlogsgevolgen.

Bij die gelegenheid stelde hij voor dat er onderzoek gedaan wordt naar de groep waaruit de mensen voortkwamen die bij de oorlog waren betrokken. “Daaruit zou dan duidelijk kunnen worden waarom de ene Nederlander zich in de oorlog als verzetsheld ontpopte en een ander met de vijand collaboreerde. De Levita vermoedt dat het te maken heeft met overgeërfde eigenschappen en aanleg.”

Dit "vermoeden' is niet wetenschappelijk, maar een psychiatrisch onverantwoorde poging het rigide onderscheid tussen goed en fout, zwart en wit en "wij en de anderen', in stand te houden. Het is geen hypothese maar een stelling, een kazemat tegen het groeiende besef dat goed en fout de daad Auschwitz niet verklaart.

Er is inmiddels een immense wetenschappelijke traditie van historisch, psychologisch en sociologisch werk over de oorsprong en de dynamiek van het geweld. Iemand dit "vermoeden' onschuldig als een hypothese oppert is of onwetend, of gelooft in het aloude ritueel van het scheiden van bokken en schapen ter genezing van oorlogsleed. Veronderstel het mysterie in de genen en je ontneemt mensen hun verantwoordelijkheid, hun individuele verhaal en geschiedenis, dat wat mensen tot mensen maakt.

Wat stelt De Levita zich voor van de positie van kinderen van foute ouders die, in afwachting van de uitkomst van dit onderzoek naar hun aanleg en genetische bepaaldheid, volkomen monddood gemaakt worden door deze "veronderstelling'? Dit vermoeden is ondermijnend voor het kwetsbare zelfvertrouwen van die groep. Kinderen van verzetsmensen zullen evenmin blij zijn met de suggestie van de professor.