Montessori en Lombroso

Theo van Gogh onlangs op de televisie in gesprek met beeldend kunstenares Irene Fortuin O'Brien. Zij vertelt over één van haar opleidingen, waar het nogal ongestructureerd toeging en de nadruk lag op het vrijelijk uiten van wat je in jezelf voelde opkomen. “Oh, ja”, zegt Theo van Gogh (ik citeer uit m'n hoofd), “vrije expressie, Maria Montessori en dat soort dingen”.

Hoe komt het toch dat het Montessori-onderwijs en vrije expressie zo vaak in één adem worden genoemd? Ook voor ouders is het vaak het motief om voor een Montessorischool te kiezen. Nu is er helemaal niets mis met deze onderwijsmethode, maar vol vrije expressie zit het niet, integendeel, het is een zeer gestructureerde methode. Kenmerkend is het vrije tempo, waarin kinderen werken, maar dat is iets anders.

Maria Montessori ging uit van de gedachte dat kinderen wezens zijn die er van nature op uit zijn ordening aan te brengen in de fysieke werkelijkheid, en de samenhangen en wetmatigheden die daar heersen zelf te ontdekken. Men hoeft hen daarin niet te onderwijzen. Een kind dat vrij wordt gelaten doet dat uit zichzelf, want achter de verstandelijke ontwikkeling van een mens zit net zo'n groeikracht als achter de motorische ontwikkeling.

Zitten, staan en lopen hoef je een kind ook niet te leren, het is een drang van binnenuit. Het onderwijs moet de fysieke werkelijkheid voor een kind zo groeperen dat het de samenhangen en wetmatigheden erin kan ontdekken. Het leermateriaal moet zo zijn opgebouwd dat het de zelfwerkzaamheid van een leerling gaande houdt. Bijvoorbeeld: de werkelijkheid is terug te brengen tot een oneindige hoeveelheid van basisvormen (cirkels, vierkanten enzovoort). Ordening aanbrengen in deze grondvormen is een belangrijk aspect van het traditionele Montessorimateriaal.

Fantasie - een essentiële pijler voor vrije expressie - zag Maria Montessori als een belemmering bij het ontstaan van inzicht in hoe de werkelijkheid echt in elkaar zit. Een kind fantaseert van nature en men moet het daarin niet dwarsbomen, maar men moet het er zeker niet in aanmoedigen. Toen ik indertijd met mijn vierjarige zoon op bezoek ging bij een oude dame die één van de eersten was die in Nederland de Montessori-kleuterleidsteropleiding had gevolgd en hij haar een tekening liet zien die hij had gemaakt, zei zij verbaasd: “Een paars paard, mag dat tegenwoordig?” Waarna ik uitlegde dat hij op een gewone kleuterschool zat.

Al spelend met het materiaal dat op de ordeningsprincipes is gebaseerd zal een kind volgens Maria Montessori uit zichzelf de onbruikbaarheid van zijn fantasie ontdekken en steeds meer terzijde schuiven. De scherpe kantjes van dit sterk cognitieve uitgangspunt zijn er inmiddels wel af, maar nog steeds is vrije expressie geen wezenskenmerk van Montessori-onderwijs. Hoe komt het dan toch aan die naam? Misschien doordat ideeën de geur meekrijgen van de mensen die zich er het eerste meester van maken. Montessori-onderwijs was indertijd vernieuwend en progressieve, welgestelde ouders voelden zich ertoe aangetrokken. Het was toen "modern' en dat beeld is blijven bestaan, en inmiddels hoort bij "modern' onderwijs nu eenmaal vrije expressie. Dat wordt dus onwillekeurig, maar ook onnauwkeurig, in het beeld opgenomen.

Een andere Italiaan is iets dergelijks overkomen, zij het in negatieve zin: Lombroso. Hij staat bekend om zijn verfoeilijke ideeën over schedelmetingen en de uiterlijke kenmerken van criminelen, die de weg hebben geplaveid voor racisme. Enkele jaren geleden schreef psycholoog Jaap van Ginneken een artikel in het tijdschrift Psychologie dat de titel meekreeg: "Het hardnekkige misverstand rond Lombroso'. Daarin komt de Italiaanse arts namelijk naar voren als een vooruitstrevend en socialistisch denker, die er het voor die tijd revolutionaire idee op na hield dat misdaden door een samenspel van factoren worden veroorzaakt - biologische, psychologische, klimatologische, sociale - en niet, zoals toen gebruikelijk was, slechts in morele zin moeten worden bekeken. Daarmee was hij volgens Van Ginneken één van de belangrijke grondleggers van de hedendaagse criminologie en forensische psychologie. Lombroso en Ferri, de advocaat van arme boeren en arbeiders, door wie hij werd beïnvloed, “verdedigden een modern gezichtspunt toen zij stelden dat menselijk gedrag allerlei oorzaken heeft en dat de vrije wil goeddeels op gezichtsbedrog berust”.

Dat Lombroso de nadruk legde op het verband tussen biologische kenmerken en geestesgesteldheid is gezien de huidige opvattingen over psychosomatiek ook zo vreemd niet. Dat hij daarbij in de verkeerde richting van uiterlijke kenmerken zocht, doet aan zijn belang niet af. Van Ginneken: “Was Columbus zonder betekenis omdat hij de westelijke route naar India zocht en die niet vond?”

Bovendien ontdekte Lombroso als arts wel degelijk samenhangen tussen bij voorbeeld agressiviteit en bepaalde uiterlijk zichtbare, lichamelijke ziektebeelden, die werden veroorzaakt door honger en armoede, vaak van generatie op generatie overgedragen. Dit was een belangrijk motief achter zijn lidmaatschap van de socialistische partij en zijn aanbevelingen voor overheidsmaatregelen ter bevordering van menswaardiger levensomstandigheden en volksgezondheid.

Al met al was met de man zelf weinig mis, maar zijn ideeën zijn in handen gevallen van de verkeerde mensen.

In de wereld van promotie en reclame is het een wet dat je zo snel mogelijk een verbinding moet zien te leggen tussen je produkt en de juiste doelgroep, die dan een trend kan zetten voor verdere verspreiding. Kom je bij de verkeerden terecht, dan krijgt het beste produkt toch een fout imago en kun je het beter onder een geheel nieuwe naam en vlag nog eens proberen.

Voor progressieve ideeën blijkt het al niet anders te zijn. Maria Montessori en Cesare Lombroso zijn daarvan een positief en negatief voorbeeld.