MADONNA

Madonna's appel door Ethel Portnoy 123 blz., Meulenhoff 1992, f 24,50 ISBN 90 290 25131

Ethel Portnoy, van opleiding antropologe en van professie schrijfster, publiceert al jarenlang bundels met kleine schetsjes, ergens tussen essay en column in, die meestal alledaagse dingen betreffen (gebruiksvoorwerpen, oude films, strips, televisie) en vaak uitblinken door een originele invalshoek of vrolijk enthousiasme. Met één zo'n verhaaltje, in een vorige bundel, over een auto-ongeluk waarbij een net verworven champagnekoeler ("raadselachtig van schoonheid') overleefde, bekeerde ze mij ooit tot belangstelling voor Art Déco en Sezession. Ook met het titelstuk van deze bundel (eerder gepubliceerd in Vrij Nederland) verleidde Portnoy me tot interesse in iets waarvan ik tot dan toe slechts een vaag beeld en een even vage afkeer had: Madonna Louisa Veronica Ciccone. De wellicht wat al te optimistische Portnoy ziet Madonna als een representante van de New Woman. Madonna mag dan haar haar verven, in mentaal opzicht lijkt zij in in het geheel niet op de vooroorlogse geblondeerde heldinnen van het witte doek, met wie Portnoy zich als leergierig Amerikaans meisje absoluut niet kon identificeren. Evenmin lijkt Madonna op de sterren van de jaren vijftig. Waar iemand als Marilyn Monroe schepping èn slachtoffer was van de Hollywoodse filmindustrie, is zij haar eigen produkt en een vechter bovendien. En zo afhankelijk als Monroe was van mannelijke goedkeuring, zozeer lapt Madonna goedkeuring van wie of wat dan ook aan haar laars.

Portnoy publiceerde in 1986 De geklede mens, een boek over mode en make-up; ook in deze nieuwe uitgave zijn vrouwenkleding en -uiterlijk een thema en tevens de aanleiding tot haar aardigste observaties. Zo stelt ze vast dat vrouwen die voldeden aan de preutse naoorlogse vormvereisten van Christian Dior (wespetaille, volle boezem en ontoegankelijk lange rokken) een decennium later tien kilo moesten afvallen wilden ze ook toen aan de heersende voorschriften voldoen. In plaats van pech was het een voorrecht geworden op Audrey Hepburn te lijken. Aan Diors verreikende invloed op de jaren 1947-1957 (toen de schrijfster zelf overigens gekleed ging in het uniform van existentialistisch Parijs: een zwarte broek met dito coltrui) wordt ook een "curieus artefact' van die tijd toegeschreven: de gevulde beha. Wat een heel ander kledingstuk is dan het puntige apparaat waarin Madonna haar dansjes ten tonele brengt - ""de beha van Brunhilde, schild en wapen tegelijk'.

De geschiedenis van de nu honderd jaar oude beha, een type lingerie dat in Madonna's appel frequent voorkomt, illustreert de stelling waar deze bundel om draait: dat mannen zijn, uit zichzelf en op zichzelf, terwijl vrouwen goedkeuring behoeven om te kunnen bestaan. Zij zijn het produkt van maatschappelijke conventies en van andere mensen (zoals couturiers); net als andere culturele objecten, dingen die je kunt uitstallen in musea, worden zij geboetseerd en gevormd - door een puntbeha bijvoorbeeld.

Naast het "bouwkundige probleem' beha vervult de televisie in Madonna's appel een hoofdrol. Het relatief uitgebreide artikel over de Amerikaanse serie Dallas laat goed zien dat de kracht van haar werk niet ligt in de analyses maar in haar opmerkingsgave en haar formuleringen: de vrouwen van Dallas zijn ""stralende bloesems, deinend in de kristallijne vloeistof van het televisiescherm'. Portnoy schrijft erudiet zonder wetenschappelijk te zijn en frivool zonder babbelig te worden. Dat levert een avond genoeglijk lezen op, al valt er van de vijftien gebundelde stukken ook wel eens een exemplaar te mager uit, of te belerend of te simplistisch (met verklaringen als ""zo ontwikkelt onze cultuur mythen om alles te houden zoals het is').

Na de mijns inziens terechte constatering dat de kwaliteit van het werk van Ingmar Bergman en Woody Allen alles te maken heeft met hun belangstelling voor de "worstelingen en ambities' van hun vrouwelijke personages, besluit Portnoy met een boos betoog over het door mannen beheerste televisie-aanbod: te veel sport en dan ook nog weinig van vrouwen. Maar helaas - ook wanneer er wel aandacht is voor vrouwensport kan het kijkplezier nog behoorlijk worden vergald. Toen ik Madonna's appel las, had ik me net een week lang geërgerd aan de even neerbuigende als voyeuristische Eurosport-verslaggeving van het tennistoernooi van Roland Garros: ""De fraaie Sabatini is - hoewel zwaargebouwd, maar dat is gelukkig weer wat minder geworden dan in het verleden - wel een plaatje met haar keurig geschoren oksels'. Dat getuigt wel van een heel ander oog voor vrouwen dan Bergman en Allen.