List van De Vries nekt belastingplan commissie-Stevens

DEN HAAG, 20 JUNI. De strategie van minister De Vries heeft gewerkt. De minister van sociale zaken is tegen de voorstellen voor belastingvereenvoudiging zoals die door de commissie-Stevens vorig jaar zomer zijn gepresenteerd.

Maar hij kon zijn collega's in het kabinet - met name minister-president Lubbers en minister Kok van financiën - niet overtuigen van zijn gelijk. De eerste reacties van de regeringspartijen over het rapport-Stevens Graag of niet waren gematigd positief, waarbij CDA en PvdA hun eindoordeel opschortten tot nà de publieke discussie. Ook kon de CDA-minister niet verhinderen dat koningin Beatrix in de troonrede van vorig jaar nog zei dat het kabinet de voorstellen van de commissie-Stevens van “groot belang” acht en “deze voorstellen op korte termijn” wil invoeren.

Dus bedacht De Vries een list: een open, niet tè gedetailleerde adviesaanvraag aan de Sociaal-Economische Raad. Werkgevers, werknemers en Kroonleden zouden wel tot de conclusie komen dat het voorstel van Stevens theoretisch klopte, maar dat het politiek niet haalbaar zou blijken te zijn. De Nederlandse belastingbetaler is gehecht aan aftrekposten en wil die niet kwijt in ruil voor een verlaging van de belastingtarieven. Immers hij heeft geen garantie dat de tarieven niet weer worden verhoogd en is dan wel de aftrekposten kwijt. Het "jo-jo-en' met belastingtarieven is makkelijker dan het schrappen van een aftrekpost.

De Vries, dè pleitbezorger van de Nederlandse overleg-economie heeft zich niet vergist in de Ser. Gisteren heeft het belangrijkste niet-ambtelijk adviescollege een vernietigend oordeel over de voorstellen uitgesproken: “niet aanvaardbaar”. Minister-president Lubbers zei gisteren tijdens de wekelijkse persconferentie “met zekere droefenis” kennis te hebben genomen van het Ser-advies. “Wij hadden een positief oordeel en meenden het te moeten ondersteunen, gezien de titel Graag of niet”, aldus Lubbers.

In het rapport stelt de belastingcommissie onder meer voor het aantal belastingschijven terug te brengen van drie naar twee, met tarieven van 33,6 procent (voor inkomens tot 57.000 gulden) en 55 procent (boven 57.000). De vereenvoudiging van de loon- en inkomstenbelasting mocht geen geld kosten en hoefde de schatkist ook geen geld op te leveren. De belastingverlaging die de commissie voorstelt, zou gefinancierd moeten worden door het schrappen van aftrekposten. Zo zou de mogelijkheid om premies van verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en ziekte af te trekken van de belastingen moeten vervallen.

De Ser - met uitzondering van de belangenbehartigers van het midden- en kleinbedrijf KNOV, NCOV, en de drie landbouworganisaties - heeft “onoverkomelijke bezwaren” tegen deze vorm van financiering van de tariefverlaging. “De werknemers financieren in feite een tariefverlaging voor alle belastingplichtigen”, aldus de Ser. Bovendien is er sprake van “fiscale discriminatie”, want de premies voor particuliere verzekeringen blijven wel aftrekbaar.

Toch heeft de Commissie-Stevens niet voor niets gewerkt; in een brief aan de Tweede Kamer van eind april anticipeerde het kabinet op een negatief advies van de Ser. Bij de discussies over de rijksbegroting-1993 en de inkomensverdeling heeft het kabinet in principe besloten dat de belastingvrije voet wordt verhoogd en dat de inflatiecorrectie in de loon- en inkomstenbelasting niet volledig wordt toegepast. Dit leidt tot een "versmalling' van de grondslag waarover de sociale premies worden geheven en “(-) om die reden zou het belangrijk zijn zo snel mogelijk over te gaan naar het systeem van heffingskorting, zoals bepleit in het advies van de commissie-Stevens”, aldus het kabinet.

De heffingskorting (tax-credit) zou in de plaats moeten komen van de belastingvrije voet. Zo'n heffingskorting geeft iedere belastingbetaler hetzelfde voordeel; een belastingvrije voet is juist meer "waard' als men in een hoger belastingtarief valt.

De minister-president zei gisteren dat het “amper denkbaar” is dat de heffingskorting nog een rol gaat spelen in de "koopkracht-plaatjes-discussie' voor volgend jaar. Of zou minister De Vries het wetsvoorstel heffingskorting al in zijn bureaula hebben liggen?