Japanse dichter Shuntaro Tanikawa: Een dichter leeft in de hemel

Shuntaro Tanikawa leest vanavond in De Doelen op de Nacht van de Aap. Morgenavond leest hij in Concordia in Enschede, tijdens Poetry on the Road.

ROTTERDAM, 20 JUNI. Toen de Japanse dichter Shuntaro Tanikawa (1931) drie jaar geleden zijn 94-jarige vader verloor, vond hij in de nalatenschap een grote doos met brieven. Het bleken liefdesbrieven te zijn van zijn ouders. Ze zijn geschreven in de jaren twintig, een paar jaar voor zijn geboorte. Tanikawa probeert er nu een uitgever voor te vinden. Hij vindt dat ze niet alleen literaire waarde hebben, ze zijn ook van historische betekenis. “Het zijn de brieven van twee jonge intellectuelen op zoek naar een nieuwe cultuur. Mijn ouders schreven over de nieuwste schilderkunst, moderne muziek, filosofie. De brieven geven een uniek beeld van het Japanse culturele leven uit de jaren twintig. Er heerste toen een atmosfeer van vrijheid.”

De vader van Tanikawa werd in de jaren vijftig beschouwd als een van meest vooraanstaande intellectuelen van Japan. Hij had Duitse filosofie gestudeerd en was rector magnificus aan de Hosei Universiteit van Tokyo. Het opmerkelijke aan zijn manier van werken was dat hij de Japanse cultuur op een westerse manier probeerde te benaderen. Hij schreef een kleine veertig boeken maar zijn bekendste boek gaat over de Japanse theeceremonie. Tetsuzo Tanikawa benadert dit door en door Japanse fenomeen op een manier die ook voor westerlingen begrijpelijk is.

Zijn zoon zelf ziet de kloof tussen de westerse manier van denken en de Japanse cultuur nog altijd als een van de urgentste problemen. “Sinds ons land honderddertig jaar geleden is opengegaan voor de westerse cultuur is er zo veel veranderd.” zegt hij als we elkaar in een solistenkamertje van de Doelen spreken. “Maar het is veel te gehaast gegaan. Er zijn zo veel westerse ideeën naar ons overgekomen, dat de taal daarbij ver is achtergebleven. Er dringen nog steeds buitenlandse woorden in Japan door. Maar we begrijpen ze niet. De woorden die we gebruiken zijn als bloemen in een vaas. Ze hebben geen wortels. Ze staan los.”

Tanikawa noemt als voorbeeld van een woord zonder inhoud "democratie'. “Dat begrip is in de traditionele Japanse cultuur onbekend. Het komt ook niet in het klassiek Japans voor. Het bestaat nu in het moderne Chinese schrift dat op school wordt onderwezen, maar dat wil nog niet zeggen dat de Japanners het ook begrijpen. Het gaat rond, als geld, zonder dat iemand er wat mee kan doen.”

Volgens Tanikawa zijn er eenvoudige woorden nodig om dit soort begrippen duidelijk te maken. Welke woorden? “Dat is nu net het grote probleem. Die woorden zijn er bijna niet.” Het vinden van een taal om toegang te krijgen tot de westerse ideeënwereld ziet Tanikawa dan ook als zijn belangrijkste taak. Hij denkt dat hij dit vooral op eigen kracht moet doen. “De enige manier om de juiste woorden te vinden is door diep in mijn geest te graven. Eerst moet ik een westers idee zelf volledig begrijpen, voordat ik kan proberen het op anderen over te brengen.”

Een verschil tussen Shuntaro Tanikawa en zijn vader is dat hij geen academische scholing heeft gehad. “Ik ben een drop-out,” zegt hij. Tanikawa werd op zijn zeventiende voortijdig van de middelbare school verwijderd. Het gevolg was dat hij nooit naar de universiteit kon. Dat betekende weer dat er voor hem in Japan geen banen waren weggelegd. Lange tijd moest hij door zijn vader onderhouden worden. Daarna leefde hij zo goed en zo kwaad als dat ging van wat hij schreef.

De haat voor de school zit diep. In Tanikawa's oeuvre komen verschillende anti-school-gedichten voor. In één hiervan dat hij tijdens Poetry International voordroeg, beschrijft hij hoe zijn school in lichterlaaie staat. De oranjekleurige vlammen likken tevreden aan de hele school. “De afkeer van leren is een algemeen verschijnsel,” zegt hij vergoelijkend. “Uit de reacties hier heb ik gemerkt dat er ook in Nederland veel schoolhaters zijn.”

Om geld te verdienen heeft Tanikawa een groot aantal genres beoefend. “Ik was altijd op zoek naar publiek.” Naast gedichten schreef hij essays, kinderboeken, filmscripts en hoorspelen. Hij vond dat geen bezwaar: “Ik word gauw verveeld van mijn eigen werk. Iedere keer als ik iets geschreven heb, zoek ik weer wat nieuws.”

Het enige waar Tanikawa zich nooit aan waagde, was een roman of een verhaal. “Er is een groot verschil tussen proza en poëzie. Een dichter kan abstract werken. Hij leeft in de hemel, of zweeft boven de aarde, als een engel of een god. Een prozaschrijver moet veel meer op aarde leven. Hij moet details geven, ingaan op de menselijke verhoudingen, de hoop en de wanhoop van de mens beschrijven, zijn eenzaamheid en vreugde.” Dat kan hij niet? “Ik zie mijn tekortkomingen.”

Ik reageer verbaasd. Hij heeft toch ook voor de film en de radio geschreven. “Mijn filmscripts zijn altijd heel poëtisch. Ik maak er geen drama's van. Ik heb bijvoorbeeld in 1964 meegewerkt aan een documentaire over de Olympische spelen. Die waren toen nog niet zo commercieel. Ik maakte er een groot, poëtisch festival van voor de hele mensheid. Ook mijn hoorspelen zijn heel abstract. Ik schrijf ze als een gebed.

“Mijn toneelstukken waren alleen voor kinderen bestemd. Ik heb één keer een stuk voor volwassenen geschreven maar dat was een mislukking.” Het schrijven voor kinderen is volgens Tanikawa moeilijker dan het schrijven voor volwassenen. Ze staan aan het begin van hun leven zodat je een eenvoudige taal moet gebruiken die toch veel uitdrukt. In het westen is dat niet zo moeilijk. Maar in Japan ben je voor kinderen aangewezen op de eenvoudige, Chinese karakters. Daarin kun je absoluut geen abstracte ideeën uitdrukken.”

Tijdens zijn verblijf in Rotterdam is Shuntaro Tanikawa naar zijn gevoel een stuk wijzer geworden. “Wat ik hier in de omgang met andere dichters leerde, is moeilijk te beschrijven, maar ik leerde veel. Ik heb hier gemerkt dat alle dichters in wezen gelijk zijn. We behoren tot dezelfde groep. Als ik een Japanse zakenman of politicus spreek voel ik me vaak geïsoleerd, maar met Duitse of Franse dichters heb ik dat gevoel niet.”