Ierse instemming

DE EUROPA EXPRES is weer een station gepasseerd. De uitslag van het referendum in Ierland heeft de schrik verdrongen die Denemarken op 2 juni veroorzaakte met de afwijzing van het Verdrag van Maastricht.

Nationale en Europese politici die hun prestige hebben verbonden aan ratificatie van de verdragswijzigingen die in Maastricht werden afgesproken, koesteren zich voorzichtig weer in Euroforie. Weliswaar staat in Frankrijk nog een ingelast referendum te wachten en is de parlementaire goedkeuring in andere landen nog lang niet afgerond, maar Ierland heeft het bewasemde raam met uitzicht op de monetaire unie en verdergaande Europese politieke integratie schoongeveegd.

De Denen stemden 'nee' uit protest tegen Brussel, de Ieren stemden 'ja' omdat ze uit Brussel aanzienlijk meer ontvangen dan ze afdragen. Met recht kon de Ierse minister van buitenlandse zaken gisteren vaststellen dat Ierland Europa nodig heeft en Europa Ierland. Afwijzing van het verdrag zou een financiële aderlating voor Ierland zijn geweest, ook al is de kans groot dat de verhoging van de steun lager zal uitvallen dan in Maastricht aan de arme EG-lidstaten in het vooruitzicht is gesteld. Zo toeschietelijk als de rijke lidstaten eind vorig jaar waren toen het verdrag moest worden goedgekeurd, zo terughoudend zijn ze nu Commissievoorzitter Delors de rekening van Maastricht op tafel heeft gelegd.

In een parlementaire democratie, waar het parlement de politieke wil van de bevolking vertegenwoordigt en eens in de zoveel jaar de kiezers om een nieuw mandaat vraagt, is een referendum over de Europese toekomst een ongemakkelijk instrument voor besluitvorming. Al te eenvoudig kunnen lokale overwegingen of emoties een rol spelen. In Ierland dreigde dat de abortus-kwestie te worden. Zowel voor- als tegenstanders van abortus in Ierland waren van mening dat goedkeuring van het verdrag van Maastricht de constitutionele mogelijkheid zou openen om hun beginselvastheid aan te tasten. Het abortusvraagstuk waar Ierland mee worstelt heeft gelukkig geen rol gespeeld in de Ierse keuze voor Europa. Dit is immers bij uitstek een onderwerp dat een land zelf volgens zijn eigen inzichten moet regelen en waar de EG niet direct mee te maken heeft. Terecht heeft de Ierse regering dan ook een binnenlandse procedure over de vraag voor of tegen abortus in het vooruitzicht gesteld.

DIT ONDERSCHEID tussen wat toevalt aan Brussel en wat het domein blijft van de nationale overheid past in de hernieuwde belangstelling voor het begrip subsidiariteit. Na het Deense referendum heeft ook Commissievoorzitter Delors zich als een warm voorstander ontpopt van dat beginsel, dat fungeert als een zeef die lokale soevereiniteit beschermt tegen Europees centralisme.

De Europeanen kunnen Denemarken dankbaar zijn dat ze een discussie hebben opengebroken die te lang aan het publieke oog en oor was onttrokken. Evenzeer is Europa de Ieren dank verschuldigd dat ze de ratificatie van Maastricht niet definitief hebben laten ontsporen. Want achter de grens van de Europese Gemeenschap doemen uitdagingen op die de Gemeenschap dwingen tot verdere politieke en vooral economisch-monetaire versterking. Maastricht is niet het einde van de rit en het defect van het Deense nee is in Ierland niet opgelost. Maar de EG Expres is opnieuw in beweging - richting eenwording.