Ieren hebben Europa niet gered

Met het Ierse "Ja' is de Europese monetaire en politieke unie niet gered. De instemming van een klein land dat voor elk pond dat het in de EG steekt er zes terugkrijgt, kan niet de twijfel wegnemen die het Deense Nee in heel Europa heeft aangewakkerd - ook al zullen elf regeringen wel doen alsof.

In plaats van door te gaan met de agenda alsof er niets aan de hand is, is het verstandiger en eerlijker als de landen hun visie op de toekomst van de Europese integratie duidelijk maken en vervolgens de consequenties trekken uit hun verschillen van mening.

Het Europese crisismanagement na het Deense referendum van 2 juni laat zich samenvatten als business as usual. Hoewel de Britse regering werkt aan een speciaal protocol bij het Verdrag van Maastricht waarmee het opnieuw aan de Denen kan worden voorgelegd en hoewel vice-voorzitter Andriessen van de Europese Commissie bekent dat ook over de tekst zèlf kan worden gepraat, hebben de elf regeringen verklaard onverdroten met een ongewijzigd "Maastricht' door te gaan.

De goedkeuring van het verdrag door krap twee miljoen Ieren zal volgende week op de Europese top in Lissabon door de regeringsleiders en president Mitterrand waarschijnlijk worden aangegrepen om de Denen in te peperen dat zij met hun afwijzing echt alleen staan. Maar nadere stappen naar de Unie van Elf worden niet verwacht. Dit najaar wacht eerst nog het referendum in Frankrijk en dan kan de Europese Unie stranden op een coalitie van boze boeren, jagers, gaullisten, en iedereen die van de bejaarde president af wil. Ook in andere lidstaten, zoals Spanje en Duitsland, zijn twijfels over de ratificatie gerezen.

Zelfs als het verdrag door elf landen wordt geratificeerd, blijft de uitvoering ervan ongewis. Elke lidstaat heeft zo zijn eigen plan met de Unie, en veel overeenkomsten vertonen die nationale voornemens niet. Zo verwachten de zuidelijke lidstaten geld, dat de noordelijke lidstaten niet van plan zijn te betalen. Groot-Brittannië, dat al een voorbehoud heeft gemaakt voor deelname aan de monetaire unie en helemaal niet meedoet aan de sociale paragraaf, wil bevoegdheden terughalen van de Gemeenschap naar de lidstaten. Terwijl Duitsland juist wil doorgaan in de richting van een federaal Europa.

En dan hebben we het alleen nog over de regeringen. Behalve de meningsverschillen tussen de politieke leiders onderling, is er ook een conflict tussen politici en burgers. Opiniepeilingen in verscheidene landen wijzen op grote scepsis over de monetaire en politieke unie, al is het maar omdat de betekenis ervan voor het dagelijks leven zo in het vage blijft. Het draagvlak voor verdere Europese integratie lijkt smaller dan op grond van vier decennia stilzwijgen werd gedacht.

Ondanks het vertoon van zelfverzekerdheid van de politici is het verre van zeker dat de afspraken die in december in Limburg zijn gemaakt, ooit in praktijk worden gebracht. Desondanks zal - business as usual - in Lissabon de deur alvast worden opengezet voor de toetreding van nieuwe leden.

Hoewel de afspraak was dat pas na de oprichting van de monetaire en politieke unie het aantal lidstaten kon worden uitgebreid, wordt een snelle uitbreiding gepresenteerd als iets onafwendbaars. Premier Major heeft de toetreding van nieuwe leden tot speerpunt van het naderende Britse voorzitterschap gemaakt en hij geniet daarbij de steun van bondskanselier Kohl, terwijl president Mitterrand zijn verzet ertegen lijkt te hebben opgegeven. Een eerste golf - van Zweden, Finland, Oostenrijk en misschien Zwitserland - is al in 1995 te verwachten, een tweede golf, van Oosteuropese landen, volgt mogelijk al aan het eind van het decennium.

Van de daarbij horende vernieuwing van de Europese instellingen wordt intussen weinig meer vernomen. In Maastricht gaven de regeringsleiders de Commissie opdracht uit te zoeken hoe kan worden voorkomen dat de besluitvorming strandt op het grote aantal mee-beslissers dat straks aan tafel zit. Commissie-voorzitter Delors beloofde een reorganisatie-plan voor het apparaat van de Gemeenschap dat zou aankomen als een "politieke en intellectuele schok'. Maar sinds uitgelekte Brusselse ideetjes over de positie van de kleine landen de Europese zaak in Denemarken weinig goed hebben gedaan, zijn zulke schokken taboe. Vandaag presenteert vice-voorzitter Andriessen de Commissie-voorstellen achter gesloten deuren aan de ministers van buitenlandse zaken, maar daarvan hoeft weinig te worden verwacht. De eerste golf toetreders zou volgens de Commissie toch kunnen worden opgevangen met de bestaande instellingen.

Intensivering van de integratie, "verdieping' in het jargon, is uit de mode geraakt. En met elk nieuw EG-lid komt er weer een opvatting bij, maar van de nieuwe lidstaten hoeven geen pleidooien voor verdere integratie te worden verwacht. Zweden, Finland of Zwitserland voelen zich aangetrokken door het succes van de interne markt, niet door de "steeds hechtere unie tussen volkeren' die de oprichters volgens hun verdragen nastreven. Als ook de Oosteuropese landen nog op korte termijn zouden toetreden, dreigt de EG een soort economische CVSE te worden: een praatclub, waarvan nog moet worden afgewacht hoeveel die kan afdwingen.

Dat is dan het eindpunt van de "beweging zonder doel', zoals Paul Scheffer maandag op deze pagina schreef. Beter is: zonder één doel. In de Europese integratie zochten de afgelopen decennia de Italianen een overheid die wèl werkt, de Fransen een manier om Duitsland te verkleinen en zichzelf te vergroten, de Denen een afzetmarkt, enzovoort.

Ook over de te volgen methode, integratie of samenwerking, bestond geen consensus. De zes oprichters begonnen met het oprichten van een gemeenschappelijke instelling die ze op een beperkt terrein (kolen en staal) reële bevoegdheden gaven. In die methode zat bewust een automatisme opgesloten dat steeds meer terreinen onder de bevoegdheden van die gemeenschappelijke instellingen zouden vallen. Groot-Brittannië en Denemarken, toegetreden in 1973, voelden daarentegen veel meer voor samenwerking tussen regeringen en nationale ambtenaren.

Zolang de Gemeenschap niet te groot werd en er voor elk wat wils in het vooruitzicht kon worden gesteld terwijl het einddoel vaag bleef, kon de Gemeenschap ondanks al deze verschillende opvattingen nog wel vooruit. Nu niet meer. Voor velen lijken de inspiratiebronnen van de integratie - het in toom houden van het nationalisme dat steeds weer tot oorlogen leidde, het zich teweer stellen tegen de dreiging uit het oosten - opgedroogd. Terwijl tegelijkertijd de Gemeenschap met de integratie van het economische en monetaire beleid is aangeland op een nieuw point of no return. In het Verdrag van Maastricht zijn slechts met de grootst mogelijke moeite de verschillende nationale opvattingen in ingewikkelde compromissen samengeperst. Maar over doel en middelen is veel meer duidelijkheid gewenst.

Is bijvoorbeeld een gemeenschappelijk en veiligheidsbeleid echt nodig, of kan de Unie een soort Europees Japan worden, een economische reus maar een politieke dwerg? Is een Europees sociaal beleid nodig, omdat lidstaten elkaar anders als vestigingsplaats voor het bedrijfsleven beconcurreren met de afschaffing van dure voorzieningen?

De regering in Athene zal zulke vragen anders beantwoorden dan die in Parijs. Geen wonder, zij heeft iets anders voor met de Europese integratie. Waarom zouden ze dan per se bijelkaar in één organisatie blijven? Zoals de Deense minister van buitenlandse zaken Ellemann-Jensen na het referendum in zijn land zei: De anderen kunnen ons niet dwingen met de integratie mee te doen, maar wij kunnen hen niet verbieden met de integratie door te gaan.

Bonn en Parijs, de oprichters van het Europese leger avant la lettre, studeren al op een volgende stap voorwaarts die desnoods alleen met een kleine kern van gelijkgestemde landen zou moeten worden genomen. Dit denken over een "Europa van verschillende snelheden' zou hardop moeten gebeuren. Het zou het "debat' dat nu in en tussen verschillende lidstaten wordt gevoerd, aanmerkelijk verhelderen. Het is jammer als de feestvreugde over het Ierse "ja' dit vertraagt.

Het is jammer als de feestvreugde over het Ierse "ja' het Europa-debat vertraagt

Foto: Propagandaborden in Dublin aan de vooravond van het referendum over het Verdrag van Maastricht. (Foto EPA)