Hessels: warenhuizen V & D hoeven geen winst te maken

ROTTERDAM, 20 JUNI. De warenhuisketen Vroom en Dreesmann heeft vorig jaar alleen door personele mutaties binnen het moederconcern Vendex een verdere toeneming van de verliezen kunnen voorkomen. Dat blijkt uit vertrouwelijke jaarcijfers die deze week bekend werden. Personeel dat bij V & D moet afvloeien werd al vast bij andere onderdelen van Vendex op de loonlijst gezet zodat de warenhuizen flink op hun personeelskosten konden besparen. Een cosmetische operatie, die de ware problemen van V & D moet verbloemen? Nee, zegt Jan-Michiel Hessels, directievoorzitter van Vendex. “Dat een moeder haar dochter ondersteunt om tot een sneller winstherstel te komen, is voor mij de gewoonste zaak van de wereld.” Dat neemt niet weg dat hij erkent dat na twee jaar van zijn bewind het Vendex-concern op orde is, maar de warenhuizen nog niet: “Zij vormen een probleem, maar we komen eruit.”

Hessels kijkt naar het resultaat onder de streep en dat geeft aan dat het verlies vorig jaar met tien miljoen gulden is teruggebracht tot 60 miljoen gulden. “De beste indicator voor de verbetering van het resultaat van V & D is voor ons de toename van het bedrijfsresultaat van nul tot 18 miljoen gulden positief.” Een nadere beschouwing van de cijfers leert echter dat de omzet- en bedrijfswinst van de warenhuizen in 1991 stagneerden terwijl alle kosten - behalve de personeelskosten - opliepen. De toename van het bedrijfsresultaat is dan ook te danken aan een zogenaamde besparing van 30 miljoen gulden op de personeelskosten. V & D heeft vorig jaar honderden mensen van haar loonlijst geschrapt, zonder dat die ook al ontslagen zijn. Voor de kosten van dit personeel is moeder Vendex opgedraaid.

Een winstbijdrage van de warenhuizen, die nu 15 procent van de omzet van het concern uitmaken, is niet strikt noodzakelijk om Vendex voldoende rendabel te maken, betoogt Hessels. Maar hij vindt wel nog steeds dat een gezond V & D een voorwaarde is om Vendex naar de beurs te brengen. “Wij berusten niet in het feit dat V & D niet aan de winst bijdraagt. De warenhuizen zijn zeker geen goudmijn, maar op den duur moet er een redelijk rendement uitkomen.”

Vorig jaar draaide bij V & D alleen de mode en de horeca boven budget, zo blijkt uit de cijfers. Dit jaar draait ook de mode niet goed. “Het is in het eerste kwartaal geen goed modejaar geweest. Het weer geeft geen goede impulsen, zo blijkt in de hele branche. Maar dat kan in een klap veranderen. Het eerste kwartaal is bij V & D qua omzet met enkele procentpunten tegengevallen. Dat is een tegenvaller, want we hadden al conservatief gebudgetteerd. Het wordt moeilijker dit jaar in de buurt van de break-even te komen. Maar in het tweede halfjaar krijgen we misschien een btw-verlaging, wat een behoorlijke impuls zou kunnen geven.”

Hessels blijft optimistisch en peinst er niet over om de warenhuizen te verkopen aan bijvoorbeeld Koninklijke Bijenkorf Beheer. “We hebben echt aan alles gedacht, maar we zijn maar tot één conclusie gekomen: we moeten het zelf doen. Als er makkelijkere oplossingen waren geweest, dan hadden we die ècht wel gekozen.”

Wel denkt Hessels na over het verkopen van onroerend goed van de warenhuizen. “We maken op sommige plekken, zoals in Breda, Roosendaal en Assen op plekken van verouderd vastgoed kleine shopping centers en verkopen en verhuren panden aan derden. Aan het Spui in Den Haag had V & D aantoonbaar teveel vierkante meters. We hebben een deel verkocht aan Marks & Spencer, zonder één traan. We hebben er een prachtige prijs voor gekregen.”

Hessels heeft in de twee jaar dat hij de scepter over Vendex zwaait de wissels van het diensten- en detailhandelsconcern omgezet. Mondiale expansie, het toverwoord uit het tijdperk van Anton Dreesmann, heeft hij uitgebannen. “Het accent lag bij Vendex heel sterk op expansie. Het was vroeger niet alleen de heer Dreesmann, iederéén in de organisatie was bezig met acquisitie. Wil je het goed doen, dan moet je tijd aan gewone zaken besteden: retail is detail.”

Vorig jaar liep het concern langs het randje. Niet direct wegens de verliezen bij de warenhuizen, maar omdat de banken Vendex niet langer extra geld wilden lenen wegens grote verliezen in het buitenland. Anton Dreesmann heeft aan Hessels tafelzilver (een belang in het Amerikaanse warenhuisconcern Dillard's) nagelaten, dat kon worden verkocht om de boedel van Vendex te redden. “Het is geen geheim dat we dat geld nodig hadden. Daardoor konden we 800 miljoen gulden leningen aflossen. Onze balansverhoudingen zaten tegen de grens aan van wat met de financiers was afgesproken. Sommige van die schulden zag je niet in het jaarverslag. Dat waren schulden van niet-geconsolideerde deelnemingen bijvoorbeeld de warenhuizen in Brazilië en Mr Goodbuys in de Verenigde Staten. Daar konden we met de opbrengst van Dillard's vanaf komen. Sindsdien zitten we in rustiger vaarwater.”

Als de uitgebreide vloot bedrijven van Vendex International zo blijft presteren als ze nu doen, dan zijn er geen problemen. Tevreden is Hessels nog niet, maar het scheelt niet veel. Hij kon de familie-aandeelhouders donderdag op de besloten jaarvergadering van Vendex dan ook verblijden met een verhoging van het dividend. “Maar het rendement op het eigen vermogen van Vendex is nog te laag. Het kernbedrijf (inclusief de warenhuizen) haalt nu een rendement van 11 procent. Dat is voor nieuwe aandeelhouders in de toekomst, als Vendex aan de beurs genoteerd is, onvoldoende om zoveel risico nemen.”

Hessels wil naar tenminste 14 procent rendement op eigen vermogen. Dat betekent dat de nettowinst van Vendex, die in het in januari afgelopen boekjaar uitkwam op 185 miljoen gulden moet stijgen tot zo'n 230 miljoen gulden. “Dat zou al kunnen wanneer V & D quitte zou draaien”, stelt Hessels resoluut. De warenhuizen boekten in het afgelopen jaar nog een verlies van 60 miljoen gulden, maar zodra V & D geen verlies meer boekt, zou Vendex die doelstelling al halen.”

Op het hoofdkwartier van Vendex is de rust nog niet helemaal weergekeerd. “We hopen dat het rustiger wordt dan vorig jaar. We hopen het,” zo verzucht Hessels. De warenhuizen blijven een zorgenkind. Hessels, peinzend: “Als de conjunctuur nou eens een beetje aantrekt, dat zou ons al aardig helpen.”