Europese Unie is voorlopig gered

BRUSSEL, 20 JUNI. Nu de Ieren ja hebben gezegd tegen de oprichting van een Europese Unie is het Verdrag van Maastricht voorlopig van de ondergang gered. Er hoeft in Brussel even niet nagedacht te worden over varianten voor een Europese Unie met minder leden dan de twaalf die nu samen de Europese Gemeenschap vormen.

Denemarken is geïsoleerd en kan later als apart probleem worden opgelost. De EG ligt weer op koers, het momentum in de ratificatie is terug. Althans tot het volgende referendum - als de Franse bevolking in september nee zegt, dan kan het Verdrag van Maastricht vermoedelijk definitief in de prullenbak.

Maar voorlopig is de weg vrij en kan de Gemeenschap verder. Er zal vandaag in Luxemburg door de ministers van buitenlandse zaken zonder reserve gesproken worden over de toetreding van nieuwe leden. Ook boven de Europese top van regeringsleiders volgende week in Lissabon schijnt de zon. Het is dank zij Ierland weer duidelijk waar nieuwe lidstaten op kunnen rekenen.

Een Europese Unie, uiterlijk in 1999, met één munt, één markt en een gezamenlijk (unaniem vast te stellen) veiligheids- en buitenlands beleid. Brussel krijgt er de komende jaren een aantal delen van beleidsterreinen bij: onderwijs, cultuur, volksgezondheid, transeuropese netwerken (wegen, spoorbanen, informatica).

Ministers zullen vaker met meerderheid van stemmen gaan beslissen: nationale belangen zullen dus vaker weggestemd kunnen worden. Het Europese parlement zal op sommige gebieden een vetorecht tegen wetsvoorstellen van de Commissie krijgen.

Had na Denemarken ook Ierland nee gezegd, dan was de Gemeenschap weer terug bij af geweest: bij het oprichtingsverdrag van Rome uit 1957. Vermoedelijk had zich dan een "Europa à la carte' gevormd - de ideeën uit Maastricht waren dan verwezenlijkt door een kleinere groep lidstaten, die met andere landen afzonderlijk nieuwe samenwerkingsafspraken zouden zijn gaan maken.

Daarmee zou een fundament van de EG zijn aangetast. Het uitgangspunt sinds 1957 om op zoveel mogelijk terreinen consequent de grootste gemene deler te zoeken zodat het Verenigd Europa als vanzelf zou groeien, zou zijn verlaten.

De zucht van opluchting was in Brussel gisteren dan ook goed hoorbaar. Het zelfvertrouwen is herwonnen. Helemaal zoals vroeger wordt het niet meer. Als de Brusselse EG-elite iets geleerd heeft van het Deense nee en het Ierse ja, dan is het wel een nieuw respect voor de macht van de kiezer.

Maar bovenal is men nog steeds verbaasd over de wending die het debat heeft genomen. Zoals Commissaris Sir Leon Brittan gisteravond op de universiteit van Caen zei: “Het is tamelijk ironisch dat het debat over Europa - beter gezegd de hysterie over Europa - het Verdrag van Maastricht betreft, als zou dat het toppunt van blind centralisme vertegenwoordigen.”

Wie had ooit kunnen bedenken dat "Maastricht' gezien zou worden als een keuze voor een Europese superstaat en tégen nationale souvereiniteit? Brittan herinnerde er gisteravond aan dat het verdrag destijds door de echte Eurocraten als een zware nederlaag is ervaren. Buitenlands en veiligheidsbeleid zijn immers uit handen van de Commissie gehouden, terwijl het nieuwe vetorecht voor het parlement als een rem op de Brusselse bureaucratie zal werken.

Dank zij "Maastricht' wordt er straks in het Verdrag van Rome bovendien vastgelegd dat de Commissie “alleen daar zal optreden indien en voorzover” dat doelmatiger is dan wanneer de lidstaten het gewoon zelf doen.

Pag.5: EG: "f-word' is meer dan ooit taboe

Praktisch effect van de opwinding over de referenda is in ieder geval dat de Commissie nu wel twee keer zal nadenken voordat ze weer aan een grootscheeps intern hervormingsproject begint. Van de overmoed in Brussel in de maanden na Maastricht en de ineenstorting van het Oosteuropese machtsblok is niets meer over. Begin april beloofde Delors nog een rapport over de consequenties voor de Europese instellingen als de Gemeenschap ongeveer 33 leden zou tellen, dat een “intellectuele en politieke schok” zou geven. Na het Deense nee is dat rapport in de diepste la opgeborgen. Er zal vandaag in Luxemburg en volgende week in Lissabon in zo neutraal mogelijke termen gesproken worden over de toetreding van de eerste nieuwe leden, vermoedelijk Zwitserland, Oostenrijk, Noorwegen en Finland. Voor de wijze van samenstelling van de Commmissie heeft dat geen consequenties: er komen geen nieuwe, opzienbarende machtsverhoudingen. Het roulerend voorzitterschap blijft gehandhaafd. Alles wat naar concentratie van macht bij de Commissie of bij de grotere lidstaten riekt is voorlopig taboe. De Europese kiezer mag niet verder worden geprovoceerd, zo is door een aantal lidstaten afgedwongen. Dus geen voorstellen om het aantal voorzitters-landen te beperken, geen gedachtenoefeningen over spreektijdbeperking bij ministersbijeenkomsten, geen speculaties over minder, maar machtiger Commissarissen of minder talen en dus minder tolken. Liever een nog logger apparaat, een moeizamer besluitvorming en dus een minder effectieve Europese overheid, dan nu al het geval is, dan een herleving van Eurofobie bij de kiezer.

Zo lijkt de toch al wat onwezenlijke discussie over de vraag of Europa eerst moest worden "verbreedt' dan wel "verdiept' vanzelf te worden opgelost. Voor verdieping is op dit moment geen enkele politieke ruimte en verbreding (nieuwe leden) staat bovenaan de agenda. Premier Major, die komend half jaar de Raad van Ministers mag voorzitten, krijgt de Europese Gemeenschap opgeleverd in een conditie die precies voldoet aan zijn Europese ideaal. Een Gemeenschap van souvereine natie-staten die op basis van zelfstandigheid samenwerken, maar en zo min mogelijk macht afstaan aan een politiek-bureaucratisch centrum. Een Gemeenschap dus waarin het "f-woord' meer dan ooit taboe is.