Duinen en bossen van Terschelling podium voor Oerol-festival

Het is gek, vindt ook Joop Mulder, organisator van het jaarlijkse "Oerol'-festival op Terschelling, maar nog niet één milieubeweging heeft zijn beklag gedaan.

En dat, terwijl er toch 40.000 deelnemers tien dagen lang over het eiland dwalen om alle optredens in duin, bos of zelfs in zee te bezoeken. “Je eigen podium bevuil je niet,” vindt Mulder. “We kiezen ook de minst kwetsbare plekken uit.” Het gebruik van de natuurlijke omgeving als podium wil hij in de toekomst nog verder uitbreiden. “We willen het beste festival-op-locatie in Europa worden,” aldus Joop "Oerol', zoals de eilanders hem noemen.

Het festival is ontstaan uit de "theatrale' weekenden, die Mulder in zijn café op het eiland organiseerde. In 1982 werd in samenwerking met het Festival of Fools de stap naar festivalniveau gezet. Dat is inmiddels uitgegroeid tot een internationaal evenement met meer dan 120 groepen uit de hele wereld. Van Mongolië tot Brazilië, van Spanje tot Soedan komen kunstenaars op het gebied van theater, dans, beeldende kunst, muziek en cabaret naar het Friese eiland. “De topoptredens zijn groteske spektakelstukken”, legt Mulder uit. De Dogtroep, bekend bij een groter publiek sinds ze dit jaar de opening van de Olympische Spelen in Albertville opluisterde, en het Spaanse Artristas, die het festival vorige week vrijdag op het strand opende, zijn daar de bekendste voorbeelden van. Dankzij de trouwe komst van dergelijke groepen begint Oerol eindelijk nationale erkenning te krijgen. “Al jaren voeren we een intensieve lobby bij de overheid en de provincie om subsidie te krijgen, maar altijd kregen we nul op request. Dit jaar heeft de provincie Friesland tienduizend gulden gegeven”, vertelt Mulder. Vorige maand kwam zelfs Hans Wiegel, de commissaris van de Koningin in Friesland, naar Terschelling om Mulder de Zilveren Anjer uit te reiken. Het Prins Bernard Anjerfonds kent deze onderscheiding toe aan diegenen, die zich op bijzondere wijze verdienstelijk maken voor "cultuur'.

Ook de Raad voor de Kunst lijkt Oerol nu eindelijk naar waarde te schatten. Op het positieve advies van de raad verhoogde het ministerie van WVC zijn subsidie van 35.000 naar 50.000 gulden. De financiën blijven een probleem voor het evenement. Alleen al de vervoers- en verblijfkosten van de artiesten drukken met twee ton op het budget van zeven ton. Niet dat "Oerol' massaal en commercieel moet worden. “Het gemoedelijke karakter mag niet verloren gaan”, zegt Mulder. Het enorme slotspektakel van vorig jaar zal dit jaar dan ook niet herhaald worden.

Mulder: “Daarmee schoten we ons doel voorbij. Het is wel goed gegaan, maar je moet ongelukken voorkomen.” Vandaar dat op maandag nog een compleet programma is gepland. Een bewerking van Mozarts Figaro met Afrikaanse muzikanten en een concert waarbij de muzikanten slaags raken met de dirigent moeten ervoor zorgen dat niet alle veertigduizend bezoekers op zondag naar het vasteland terugkeren. Een letterlijke "oerol' in de straten moet vermeden worden. “Als de beesten na het winterseizoen weer de wei in mochten en met allerlei rare bokkesprongen door de straten vlogen, heette dat bij de eilanders in de vorige eeuw "oerol'. Chaos dus”, zegt Joop Mulder vergenoegd.