De politie in Odessa vijlt vlijtig haar nagels

ODESSA, 20 JUNI. Met de nauwgezetheid van een pedicure vijlt een rechercheur in Odessa zijn nagels. Terwijl buiten op straat de vrije marktverhoudingen zich verder ontwikkelen, met alles wat daarmee nu eenmaal onlosmakelijk verbonden is, zit de burgerpot van deze “cosmopolitische” stad zichzelf een beetje op te poetsen. In alle rust bovendien. Er wordt immers toch al bezuinigd op het politie-apparaat.

Weliswaar gebruikt de rechercheur in het kantoor aan de Zjoekovstraat geen fijn nagelvijltje maar een houtvijl uit de bouw, het blijft niettemin opmerkelijk. Want als het om kleine en grote criminaliteit gaat heeft de havenstad aan de Zwarte Zee een naam op te houden. Is de kozakkenstad Rostov-aan-de-Don qua misdaad de "vader' van de voormalige Sovjet-Unie, dan is Odessa de "moeder'. Het is een erfenis die teruggaat naar de tijd van de Franse tijd, toen een kardinaal Richelieu zijn toevlucht in Odessa moest nemen en er in korte tijd een "vrijhandelszone' uit de grond wist te stampen.

Het gebeurt op een maandagmiddag. Tussen de bedrijven door willen we bij een Turkse snackbar even kebab en een blikje bier nuttigen. Nagenoeg de enige ondernemers die hier in Odessa iets begrijpen van deze vorm van simpele dienstverlening zijn namelijk de Turken.

Na 35 minuten lopen we terug naar de auto. Leeg! Enkele professionele autokrakers blijken ons gevolgd te zijn, hebben waargenomen dat ik een radio van Japanse makelij elders onzichtbaar heb weggelegd en hebben vervolgens met een simpele handeling de deuren weten te openen. Kortom, niets nieuws onder de zon. Zo gaat het overal.

Wat te doen? Toch maar naar de politie. De rechercheurs zijn uiteraard allerminst verbaasd: ze kennen de status van hun stad. Maar liefst vier mannen beginnen zich niettemin met de zaak bezig te houden, een zaak die uiteindelijk vijf uur, verspreid over twee dagen, in beslag zal nemen.

Eerst staat de gewone aangifte op de agenda. Uit zijn kluis haalt de dienstdoende rechercheur twee velletjes recycling-papier, scheurt die met een lineaal behoedzaam doormidden en begint drie processen-verbaal te formuleren. Met de hand, want een schrijfmachine is er op de hele afdeling niet te vinden.

Geen detail blijft desondanks onbesproken, met name niet de vraag waar het apparaat gemaakt is. Een rechercheur, die steeds overal bij is maar niets doet, wil namelijk niet geloven dat het Japans fabrikaat is omdat de gebruiksaanwijzing in Singapore is gedrukt. Onderwijl natuurlijk met ons en de collega's pratend over het prijspeil in Nederland, hét onderwerp dezer dagen in de voormalige Sovjet-Unie. Na ondertekening mogen we weg, zij het met de opdracht om de volgende dag terug te komen omdat dan fase twee (de vervolging) op de agenda staat.

Een collega belast zich daar een dag later mee. Zuchtend stelt hij opnieuw alle reeds beantwoorde vragen en op schrift gestelde details over het corpus delicti en de plaats des misdrijfs, gevolgd door een bestraffend woord dat ik de auto heb aangeraakt, een daad die de opsporing volgens hem danig heeft bemoeilijkt, om niet te zeggen reeds onmogelijk heeft gemaakt. Wederom moeten we alle beschikbare documenten op tafel leggen. Voor de zoveelste maal worden die minutieus bestudeerd. Met name de eveneens ontvreemde regenjas boeit hen nu. Op een velletje papier, ook hier in een zware staande kluis opgeborgen, wordt het patroon getekend. Om ons heen wordt er tegelijkertijd steeds luider gesist: “Hoeveel zou hij verdienen?”. Een vraag die de rechercheur, die hier als een bajesklant zijn nagels zit te vijlen, gedurende het hele onderhoud heeft beziggehouden. Salaris is immers het tweede onderwerp dat eenieder hier kan bekoren. Waarna er wederom drie handtekeningen moeten worden gezet.

De inmiddels zes processen-verbaal krijgen we uiteindelijk echter niet mee. Een kopieerapparaat ontbreekt hier. Carbonpapier blijkt evenmin voorradig. En bovendien blijken “Roemenen” in het verleden via politieverklaringen hun verzekering te hebben opgelicht. De recherche van Odessa heeft daarom besloten om voortaan alleen nog maar documenten op officieel verzoek van ambassades over te leggen. “Blijf gezond”, dat is het enige waartoe de politiemannen bereid zijn.

De bureaucratie is ook niet meer wat ze geweest is.