DE MORELE EENVOUD VAN COSA NOSTRA

Cose di Cosa Nostra door Giovanni Falcone (met medewerking van Marcelle Padovani) 171 blz., Rizzoli 1991, f 52,- ISBN 88 17 84145 5

Een Franse editie onder de titel "Cosa Nostra' is dit jaar uitgekomen bij Edition No 1, f 42,15

Gli uomini del disonore. La vita siciliana nella vita del grande pentito Antonino Calderone door Pino Arlacchi 316 blz., Arnaldo Mondadori 1992, f 64,- ISBN 88 04 35326 0

Vlak voordat hij officieel zou worden ingelijfd bij de mafia - een inwijding waarvan hij vermoedde dat die op stapel stond - ging de 27-jarige Antonino Calderone op bezoek bij zijn doodzieke oom Luigi. Hij had zijn baan bij de boerenbond van Catania opgegeven om zijn oom te kunnen helpen. Oom Luigi was in Milaan geopereerd aan een tumor in zijn neus, en dat was niet goed gegaan. Beiden wisten dat het waarschijnlijk de laatste keer was dat ze ongestoord konden praten.

Het werd een moeizaam gesprek, en niet alleen omdat ze de neus van oom Luigi hadden moeten wegsnijden. Hij was een ouderwetse man, als iedere mafioos zwijgzaam, formeel, en niet snel geneigd om iemand in vertrouwen te nemen, zeker niet als die ander geen lid was van Cosa Nostra.

Aan het eind van het gesprek wees oom Luigi op een vaas met bloemen bij het venster. ""Zie je die roos daar? Die is mooi, erg mooi om naar te kijken. Maar als je hem vastpakt, prik je je.''

""Als je terugkomt in Catania, zullen ze je een voorstel doen'', ging oom Luigi verder, ""Aanvaard het niet. Ik ken de verhalen die ze je zullen vertellen. En kijk nu eens wat er van me over is. Ik heb een broer verloren. Zonder een cent lig ik op sterven. Als je eens wist hoe mooi het is om te gaan slapen zonder de angst dat je wreed wordt gewekt in het holst van de nacht. Om over straat te lopen zonder dat je steeds moet omkijken omdat je bang bent een kogel in je rug te krijgen. Zeg neen tegen ze. Denk aan de roos.''

Maar de zieke oom kon Antonino Calderone niet tegenhouden. Hij had gezien hoe zijn oudere broer Pippo in een geheimzinnige, opwindende wereld leefde, een wereld van trotse beloftes en groot eergevoel, een wereld zonder compromissen. Pippo hoorde bij de mannen die elkaar veelbetekend op de wang kusten. En daar wilde Antonino Calderone ook bij horen. In het voorjaar van 1962 werd hij met zeven andere jongeren, onder wie de later berucht geworden Nitto Santapaola, naar een villa aan de voet van de Etna gebracht.

""Ik kwam in een nieuwe wereld'', vertelde hij bijna dertig jaar later, ""vol bijzondere mensen die bereid waren hun leven te wagen om hun makkers te helpen, in staat waren om wat verkeerd is te wreken, en zo machtig dat je het je bijna niet kunt voorstellen.''

DOODVONNIS

Antonino koos zijn oom Peppino als peetvader. Die pakte een naald en prikte in Antonino's vinger totdat er bloed uitkwam. ""Met bloed word je lid van Cosa Nostra, met bloed verlaat je haar'', had de leider van de bijeenkomst gewaarschuwd. Het is een lidmaatschap voor het leven. Wie eruit stapt, tekent zijn doodvonnis.

Peppino gaf zijn neef een prent in handen van de Madonna dell'Annunziata, de patroonheilige van de mafia, en smeerde het bloed erop. Hij pakte een aansteker en stak de prent in brand, en Antonino moest hem vasthouden tot de madonna helemaal was verbrand. Daarna was het feest, met stromen spumante en een onoverzienbare hoeveelheid geroosterde kippen.

Bedriegelijke romantiek, weet Antonino Calderone nu. Goed voor de film, maar de werkelijkheid van de mafia is anders, heel anders. Zijn broer is ondertussen doodgeschoten, zelf is hij in 1983 weggevlucht uit Sicilië en daarna een paar keer op het nippertje aan een aanslag ontsnapt. Nu woont hij met zijn vrouw en kinderen ergens in een ver buitenland, beschermd door de politie. Calderone is een pentito, een spijtoptant van de mafia. Op 9 mei 1986 werd hij in Nice gearresteerd, toen hij van huis wegging naar de wasserette die hij samen met zijn vrouw had opgezet. Acht maanden later, toen bleek dat de bewijzen tegen hem hard genoeg waren voor een veroordeling, besloot hij te gaan praten. Maar dan alleen tegen rechter Giovanni Falcone, de mafiabestrijder die vorige maand werd vermoord. Want Falcone had zich eerder het respect en vertrouwen verworven van peetvader Tommaso Buscetta, de eerste grote pentito.

"REGIONALE COMMISSIE'

Het zou uiteindelijk vier maanden duren voordat Falcone naar Frankrijk kon komen, en in die tussentijd is er twee keer geprobeerd om Calderone te vermoorden in de cel van zijn "geheime' gevangenis. Hij bleek ten slotte een van de belangrijkste pentiti omdat hij Falcone een blik gaf op de Siciliaanse mafia als geheel - andere spijtoptanten als Buscetta, Salvatore Contorno en Francesco Mannoia hadden vooral verteld over Palermo, waar de meeste mafiafamilies zitten.

Zelf was Antonino Calderone overigens geen peetvader, maar hij wist veel via zijn broer Pippo, die in de jaren zeventig één van de zes leden was van de "regionale commissie', het overkoepelende orgaan van de mafia, in de wandeling de cupola genoemd. Maar Pippo werd in augustus 1978 vermoord. Hij hoorde bij de verliezers van de mafia-oorlog van de familie van de Corleonesi tegen de groepen uit Palermo. En sindsdien wist Antonino Calderone dat ook hij op de dodenlijst stond. Als broer hoorde hij de dood van Pippo te wreken, en de Corleonesi zouden ongetwijfeld proberen hem voor te zijn.

Tijd speelt daarbij geen rol, zei hij vorig jaar maart in lange gesprekken met de mafia-deskundige Pino Arlacchi, die zijn verhalen heeft geordend in het onlangs verschenen Gli uomini del disonore. La vita siciliana nella vita del grande pentito Antonino Calderone dat meteen doorschoot naar de top van de Italiaanse bestsellerlijsten. ""De mafia laat de dingen nooit half afgemaakt. De mafia is een serieuze zaak. Het heeft geen zin om je illusies te maken: als zij een besluit heeft genomen, wordt dat uitgevoerd.''

Op dezelfde manier wist Giovanni Falcone dat hij op de nominatie stond te worden vermoord. Op zijn eerste ontmoeting met Buscetta, in juli 1984 in een Braziliaanse gevangenis, had deze gezegd: ""Ik waarschuw u, meneer de rechter. Na deze ondervraging zal u een beroemdheid worden. Maar ze zullen proberen u fysiek en professioneel te vernietigen. U moet niet vergeten dat de rekening die u hebt geopend met Cosa Nostra altijd open blijft staan.''

ROUWKAARTEN

Falcone was een te gedreven man om zich te laten afschrikken. In het begin van zijn carrière had hij zich al aangewend om de rouwkaarten met de datum van zijn overlijden, de pakjes met een paar kogels, en de telefoontjes dat de kist klaar stond, schouderophalend terzijde te schuiven als de dreigementen waarmee iedere beginnende strafrechter op Sicilië wordt bestookt. En Buscetta was voor hem een doorbraak, de eerste pentito die hij voor zich kreeg. Anderen hebben later misschien meer informatie gegeven, maar Buscetta onthulde het bestaan van de cupola. Hij bood inzicht in de structuur van de mafia en de manier waarop zij nieuwe leden aanwerft, in haar taal en in haar codes.

Buscetta was voor justitie ""als een leraar talen die het je mogelijk maakt naar de Turken te gaan zonder alleen met gebaren te hoeven praten'', zegt Falcone, die eind vorig jaar in Cose di Cosa Nostra zijn kennis over de mafia op schrift stelde met hulp van de Franse journaliste Marcelle Padovani. Na de moordaanslag is dit boek te beschouwen als zijn professionele testament. Al een paar weken is het de absolute bestseller in Italië. Falcone vergelijkt de mafia vaak met een religie. De ruim vijfduizend mafiosi in Sicilië zijn ""kardinalen van een minder vergevingsgezinde kerk dan de katholieke''. Zelfs het kleinste gebaar krijgt een enorme lading. En wie voortdurend zijn leven in gevaar weet, moet alle aanwijzingen kunnen interpreteren.

Calderone vertelt in Gli uomini del disonore hoe hij zich doodschrok toen iemand hem "per ongeluk' oversloeg bij het verdelen van een taart: het betekende dat hij moest oppassen. Falcone leerde op zijn beurt boos te worden als een mafioso hem alleen maar met "meneer' aansprak. Dat was een teken dat titels als dottore of "rechter' niet goed genoeg werden gevonden. Wie zo'n belediging laat passeren, verliest zijn aanzien op een eiland dat gebukt gaat onder ""de pathologie van de macht''.

In zijn boek geeft Falcone een bijna antropologisch inzicht in de zeden van mafia. De heersende moraal is conservatief. Een van de bekendste regels is dat je moet afblijven van de vrouw of dochter van een ander lid van "de familie'. Een gescheiden man of iemand die er openlijk een minnares op nahoudt, is niet te vertrouwen, want hij heeft zijn emoties en driften niet onder controle. ""Beter bevelen dan neuken'', is een van de populairste zegswijzen onder mafiosi. Ook iemand die naar het casino gaat, krijgt opgetrokken wenkbrauwen omdat hij zichzelf niet in de hand heeft. Een van de weinige illegale activiteiten die volgens de mafia-regels verboden zijn, is het exploiteren van prostitutie.

Falcone merkte wel dat de huidige generatie mafiosi veel gevoeliger is voor de verlokkingen van de consumptiemaatschappij, maar dat zij blijft hechten aan een aantal fundamentele waarden. ""In een wereld zonder referentiepunten proberen de mafiosi hun identiteit te bewaren.'' Anderzijds vertelt Calderone, die de mafia van binnen heeft beleefd, dat veel oude regels tegenwoordig met voeten worden getreden. Wie toetreedt tot Cosa Nostra ("mafia' is het woord van de smerissen, zegt Calderone, en mafiosi zijn voor hem uomini d'onore, mannen van eer) begint aan een eeuwig dubbelspel waarbij je voortdurend de kans loopt door je beste vrienden en zelfs door familieleden te worden verraden.

ELITE

De regels van Cosa Nostra zijn duidelijk genoeg. Je moet altijd de waarheid vertellen aan een andere uomo d'onore, want in het onzekere bestaan van een mafioso is juiste informatie goud waard. Wie niet wil antwoorden, moet zwijgen. Voortvluchtige mafiosi moet altijd onderdak worden geboden als ze daarom vragen. Je mag niet stelen - een verbod dat in de praktijk zoveel betekent als: je mag niet stelen van andere mafiosi. Aanslagen in het "territorium' van een andere familie moeten eerst worden gemeld, zodat mensen zich een alibi kunnen verschaffen. Alle uomini d'onore hebben de plicht om collega's die samenwerken met de politie, te doden zodra zij daartoe te kans krijgen. ""Wij waren de elite van de misdaad'', zegt Calderone in Gli uomini del disonore, en hij beschrijft de minachting die hij voelde toen hij was uitgenodigd op een verzoeningsfeest dat was georganiseerd door de "gewone' misdaad in Catania, rijk en machtig geworden door afpersing en roof. ""Dat was echt een feest van dieven. De Vespa's waren gestolen, de kippen waren gestolen, de wijn was gestolen, de radio was vlak daarvoor gestolen, de pistolen en geweren waren gestolen.'' Zelfs het buitenhuis waar het feest werd gegeven, was "geleend'. Maar Calderone komt tot de conclusie dat de normen en waarden waaraan hij zo hechtte, niet meer gelden binnen de mafia. ""De regels zijn een utopie. Alle regels vallen in het niet bij de opperste wet van de mafia: die van de sterkste.''

Calderone is ten slotte spijtoptant geworden omdat hij onder meer genoeg had van de wreedheid van andere mafiosi.

Zo ging Nino Santapaola louter uit tijdverdrijf iedere zaterdagavond op zoek naar een slachtoffer. Zijn broer Nitto liet vier jochies van twaalf, dertien jaar, wurgen omdat ze het tasje van zijn moeder hadden gestolen. Totò Riina, een van de belangrijkste voortvluchtige peetvaders, heeft als motto dat je voor alle zekerheid beter de hele arm eraf kan snijden als de vinger pijn doet. Luciano Liggio liet in 1984 een journalist vermoorden omdat die een grapje had gemaakt over Liggio's ogen.

MEEDOGENLOZE PRECISIE

Volgens Falcone in Cose di Cosa Nostra zijn dit evenwel uitzonderingen en is de mafia niet onnodig wreed. De aanslagen waarbij veel bloed vloeit ""worden nooit lichthartig uitgevoerd, maar alleen uit een gevoel van plicht''. De mafia moordt als er moet worden gemoord, om de interne orde te bewaren of een vijand uit de weg te ruimen. ""De mafia kiest steeds de kortste en minst riskante manier. Dat is haar enige regel.''

Dat voor de aanslag op rechter Rocco Chinnici in 1983, toen Falcone's baas, een zware bom werd gebruikt die zijn geblindeerde auto volledig vernielde, was omdat dat de enig mogelijke manier was. Hetzelfde geldt voor de aanslag op Falcone zelf. De autostrada van het vliegveld naar Palermo was een van de weinige zwakke plekken in de veiligheidsmaatregelen rondom Falcone, en de mafia heeft daar met meedogenloze precisie gebruik van gemaakt. In het algemeen heeft de mafia trouwens een voorkeur voor wurgen: niemand hoort het en er is geen bloed. Daarna kan het lijk in een vat met zuur worden gestopt, dat later wordt leeggegooid in een put of op een vuilstortplaats.

Een van de redenen dat de mafia zo machtig blijft, zo blijkt weer uit deze boeken, is dat zij volledig is ingebed in de Siciliaanse samenleving. De mafia heeft een web gesponnen van vriendschappen en verplichtingen, zegt Calderone, een web dat zich tot diep in de "gewone' samenleving uitstrekt. En Falcone waarschuwt dat de mafia geen kanker in een gezond weefsel is, maar in symbiose leeft met een netwerk van beschermers, medeplichtigen, tipgevers, grote en kleine zwendelaars, en bange of afgeperste mensen.

Falcone, zelf een Siciliaan, beklemtoont hoe handig de mafia gebruik maakt van de voedingsbodem die zij aantreft. Zo heerst vanouds op het eiland de wijdverbreide gewoonte om alles in de openbare sector als potentiële "buit' te zien. Het idee van een collectief leven gaat niet verder dan de familie. En daarbij komt de dubbele moraal: aan de ene kant een strak stelsel van normen en waarden waar het de eigen groep betreft, aan de andere kant een volslagen normloosheid ten opzichte van de rest van de wereld. Het is een dubbele moraal die je bij alle Sicilianen aantreft, zegt Falcone, een overblijfsel van eeuwen van invasies en steeds wisselende buitenlandse overheersers.

Nergens komen de banden tussen mafia en samenleving zo naar voren als in de economie en de politiek. De mafia richt zich in wezen niet tegen de staat, zegt Falcone, maar is een parallelle organisatie die zoveel mogelijk profiteert van de ruimte die de staat haar laat. Zeer veel uomini d'onore hebben een eigen bedrijfje. Calderone zelf heeft in een olijvenfabriek gewerkt, is pomphouder geweest en zette met zijn broer een bouwbedrijfje op. De gevreesde families van de Greco en de Corleonesi zitten in de landbouw. Anderen zijn fruitteler of kaasverkoper, of handelen in auto's en mineraalwater.

Tot de jaren zestig leefden de meeste mafiosi in armoedige omstandigheden. Ze profiteerden van het feit dat ze mafioso waren in hun contacten met klanten, leveranciers en concurrenten. Maar krediet bij de bank kregen ze niet, en grote winsten werden er niet gemaakt. In de jaren zeventig is dat veranderd. Door de smokkel van sigaretten en later van drugs, kwam er veel meer geld in omloop en werden nogal wat mafiosi miljonair. Uit die tijd dateert ook de enorme opbloei van de banken en financieringsmaatschappijen op Sicilië. Bovendien begon de mafia toen grote belangstelling te krijgen voor de bouw.

Daarbij kwam de opbloei van de afpersing van winkeliers en ondernemers. In Catania is dat pas in de jaren zeventig opgekomen, aanvankelijk door "gewone' misdadigers. In Palermo was het al jaren de gewoonte. De achtergrond van de ""betaalde bescherming'' is niet alleen het geld, dat vaak wordt gebruikt om de mafiafamilie van de wijk draaiende te houden, maar ook de controle over het gebied en de feitelijke aanvaarding van het gezag van de mafia. In gebieden waar de mafia het voor het zeggen heeft, worden de gevraagde bedragen dan ook steeds kleiner. Dat is een slecht teken, waarschuwt Falcone, want het laat zien dat de mafia steeds vaker zelf ondernemer wordt. Ook in de politiek heeft de mafia een groot netwerk van contacten opgebouwd. Cosa Nostra gebruikt politici om de stroom overheidsgeld naar bevriende bedrijven te sluizen, om haar eigen winsten te vergroten, om onderzoeken van politie en justitie te blokkeren. Die greep op de politiek is versterkt door de groeiende rijkdom van de mafia. Hierdoor zijn meer mensen te koop, direct voor geld of indirect met stemmen.

KLUWEN

Veel politici hebben een direct persoonlijk belang bij het tegenwerken van de justitie, als ze in zaken zijn gegaan op een manier die het daglicht niet kan velen. Met de groeiende invloed van de mafia in de economie ontstaat zo een ingewikkelde kluwen van belangen die steeds moeilijker te ontwarren is. Het resultaat is een wijdvertakt machtssysteem ""dat in Sicilië is gefundeerd op en wordt gevoed door de afspraakjes en de medeplichtigheid van de mafia'', zegt Falcone.

Zowel Falcone als Calderone onderstrepen dat de mafia daarbij autonoom is, dat er geen superpoliticus is die aan de touwtjes trekt. De mafia geeft orders aan de politici, niet andersom. Er is geen supercomité van vrijmetselaars, bankiers, generaals, politici en topondernemers dat opdrachten geeft aan de mafiatop. Alle suggesties direct na de aanslag op Falcone dat hierachter toppolitici in Rome zouden schuilen, zouden door hemzelf dan ook geïrriteerd naar de prullenbak zijn verwezen. Falcone heeft keer op keer gewaarchuwd dat de mafia vaak eenvoudiger in elkaar steekt dan wordt gedacht. Als je vasthoudt aan wat je zeker weet, was zijn uitgangspunt, kom je een stuk verder dan wanneer je in een stofwolk van theorieën gaat staan: het stof wordt immers vaak opgeworpen door degenen die dingen geheim willen houden.

Falcone moest niet alleen tegen de mafia vechten, maar ook tegen de zwakte en onverschilligheid van mensen die zeiden zijn bondgenoten te zijn. Tegen collega-rechters die hem belasterden. Tegen het parlement dat niets deed om het lot van de pentiti te verbeteren. Tegen ministers die de andere kant op keken. Na zijn dood lijkt er iets te zijn veranderd, al moet nog blijken of het nieuwe kabinet deze lijn voortzet. ""Ik ben geen Robin Hood, noch een kamikaze of een trappist'', zegt Falcone in Cose di Cosa Nostra, ""Ik ben eenvoudig een dienaar van de staat in terra infidelium'' - ontrouw land. Hij heeft daarvoor met zijn leven betaald. De laatste zin in zijn boek blijkt nu profetisch: ""In Sicilië treft de mafia de dienaars van de staat die de staat niet heeft weten te beschermen.''