BITTER SCHAAKSPEL IN BEIRUT

Hostage. My Nightmare in Beirut door David Jacobsen 308 blz., Donald I. Fine Inc. 1991, f 45,30 ISBN 1 55611 265 3

Terry Waite and Ollie North. The Untold Story of the Kidnapping and the Release door Gavin Hewitt 230 blz., Little, Brown & Co 1991, f 51,25 ISBN 0 316 35990 4

De geschiedenis van de Amerikaanse gijzelaars in Libanon is niet alleen de optelsom van veel persoonlijk leed, maar ook de kern van het belangrijkste politieke schandaal dat zich tijdens het presidentschap van Ronald Reagan voltrok. Veel bijzonderheden van het Iran-Contraschandaal zijn al in de memoires van de hoofdrolspelers in Washington uit de doeken gedaan. Met de vrijlating van de laatste Amerikaanse gijzelaars, eind vorig jaar, komen nu ook de verhalen van deze groep rechtstreeks betrokkenen los.

Een van hen, David Jacobsen, werd weliswaar al op 3 november 1986 vrijgelaten, maar pas kort geleden heeft hij zijn herinneringen verwerkt in een boek met de volkomen terechte ondertitel My Nightmare in Beirut. Zijn relaas is een persoonlijk verslag van de ontberingen, die hij gedurende zeventien maanden onderging. Onder een ongelukkig gesternte vestigde hij zich eind 1984 in Beiroet. Libanon, ooit het Zwitserland van het Midden-Oosten, was uit elkaar gevallen door een burgeroorlog en de militaire interventies van Syrië en Israel. Beiroet, eens zo mondain als Parijs en Genève, was een spookstad geworden waar 's nachts langs de "groene lijn' bloedige veldslagen tussen de verschillende milities werden geleverd.

Verbitterd door een moeizame echtscheiding wilde Jacobsen een tijdje in het buitenland wonen en hij solliciteerde naar een directeursfunctie bij het Amerikaanse ziekenhuis in de Libanese hoofdstad. De eerste Amerikaanse gijzelaars maakten op dat moment al duidelijk dat een verblijf aldaar niet zonder risico's was. Op 28 mei 1985 was het de beurt aan Jacobsen.

Beetje bij beetje kwam Jacobsen erachter waarom hij werd vastgehouden en wie zijn lotgenoten waren. Pas nadat de in hetzelfde gebouw gegijzelde William Buckley overleed, werden Jacobsen en de andere gijzelaars in één ruimte opgesloten. Zij waren voortdurend geblinddoekt, werden soms geslagen en vaak bedreigd. Hoop op een spoedige vrijlating vervloog snel. De voor de ontvoeringen verantwoordelijke islamitische Jihad wilde met de Amerikaanse gijzelaars onder meer bewerkstelligen dat de Verenigde Staten Koeweit onder druk zouden zetten zeventien van aanslagen in dat land verdachte Libanezen vrij te laten.

Tijdens zijn gevangenschap raakte Jacobsen ervan overtuigd dat de Amerikaanse regering het handjevol gijzelaars in Beiroet als een "minor problem' zag en de mannen aan hun lot overliet. Naar buiten toe hielden de VS in ieder geval de schijn op dat nooit met terroristen zou worden onderhandeld.

RISKANTE ONDERNEMING

Maar buiten medeweten van zijn minister van buitenlandse zaken en wellicht ook van zijn minister van defensie Caspar Weinberger (hoewel die zojuist werd gedagvaard wegens meineed aangaande deze zaak) gaf president Reagan het groene licht voor een zeer riskante onderneming: de levering van Amerikaanse wapens aan Iran in ruil voor de gijzelaars. De winst van de transactie met Iran werd met of zonder medeweten van de president doorgesluisd naar de Contra's in Nicagarua. Jacobsen was een van de gijzelaars die hiervan heeft geprofiteerd. Hij werd vrijgelaten kort voordat het Iran-Contraschandaal in de openbaarheid kwam.

Waarschijnlijk omdat hij zijn eigen vrijheid dankt aan de clandestiene wapenleveranties aan Iran, verdedigt Jacobsen de heimelijk gemaakte afspraken. Het laat hem onverschillig, dat de islamitische Jihad vlak voor de vrijlating van Jacobsen hun voorraad aantal Amerikaanse gijzelaars met nieuwe ontvoeringen aanvulde en daarmee de absurditeit van deze koehandel onderstreepte. Dat de overige gijzelaars nog jaren moesten wachten op een gecompliceerde afwikkeling van hun vrijlating, schijnt hem niet te raken.

Onwetend van de pogingen van de Amerikaanse regering hun vrijlating met wapens te kopen, volgden Jacobson en zijn celgenoten Terry Anderson en Donald Sutherland met argusogen de inspanningen van de afgezant van de aartsbisschop van Canterbury, Terry Waite. Uit diens pogingen in contact met de ontvoerders te komen, putten de gijzelaars veel, maar naar later bleek louter ijdele hoop.

Het boek van Gavin Hewitt Terry Waite and Ollie North. The Untold Story of the Kidnapping and the Release maakt duidelijk waarom die hoop ijdel was. Het is een fraai staaltje van "investigative journalism'. Dat Terry Waite zonder het zelf te weten werd gemanipuleerd door Oliver North, de Amerikaanse mariniersofficier die een sleutelrol vervulde in het Iran-Contraschandaal, werd niet eerder zo gedetailleerd uit de doeken gedaan. Waite blijkt niet meer te zijn geweest dan een nuttige, maar op elke tijd weg te geven pion van North.

Waite, de "Gentle Giant', werd in Groot-Brittannië een bekende persoonlijkheid door aan het begin van de jaren tachtig in de bres te springen voor in Iran en Libië gevangen genomen Britse staatsburgers. Vooral zijn onderhandelingen met de Libische leider Gaddafi over de vrijlating van vier van spionage beschuldigde Britten vestigden zijn roem. Daarna werd op Waite veelvuldig een beroep gedaan. Ook door Amerikaanse kerkelijke autoriteiten ten behoeve van Benjamin Weir. Weir werkte voor een aan de Anglicaanse Kerk verwante christelijke hulporganisatie in Libanon en werd op 8 mei 1984 ontvoerd.

PASFOTO

Waite kwam via die kerkelijke organisaties in de Verenigde Staten in contact met Oliver North. De veelvuldige ontmoetingen met de megalomane marineofficier hadden soms een bizar verloop. Vlak voor het vertrek van Waite op zijn eerste missie naar Libanon vloog Oliver North uit Washington naar Londen. Zijn vliegtuig was vertraagd en Waites vliegtuig taxiede al naar de startbaan. North slaagde erin de start op te houden en Waite een pasfoto van een van de organisatoren van de ontvoeringen te overhandigen, waarna hij met het eerste de beste vliegtuig weer terugvloog naar Washington.

Het was dank zij Waite dat North erachter kwam dat de gijzelaars in Beiroet werden vastgehouden en niet in de Beka'a-vallei, zoals de Amerikaanse inlichtingendiensten lang dachten. Het viel Waite steeds meer op dat de Amerikanen over weinig feitelijke informatie over de gijzelaars en hun ontvoerders beschikten. Maar hij besefte niet dat hij ""the only access to events in Lebanon' voor hun was geworden.

DEKMANTEL

Waite ontpopte zich in Beiroet als de kerkelijke Henry Kissinger. Van de wapenleveranties had hij overigens geen weet. Hij dacht dat de sleutel tot de vrijlating van de Amerikaanse gijzelaars lag bij de in Koeweit gevangen genomen Libanese terroristen. In alle oprechtheid meende hij met hun vrijlating of een strafvermindering en zelfs met het overbrengen van brieven van familieleden de Amerikaanse gijzelaars vrij te krijgen. North liet hem in die waan en gebruikte Waite als dekmantel voor zijn clandestiene transacties. Was als gevolg van een wapenleverantie de vrijlating van een Amerikaanse gijzelaar op handen, dan werd "the gentle giant' naar Beiroet gedirigeerd om als bliksemafleider te dienen. De pers en de gijzelaars geloofden maar al te graag dat Terry Waite de vrijlating had bewerkstelligd en dat geen prijs voor hun vrijlating was betaald.

De islamitische Jihad kreeg gaandeweg door dat Waite als een "front man' van North opereerde. Op 25 juli 1986 lieten de ontvoerders in ruil voor een nieuwe wapenleverantie Martin Jenco vrij. North zorgde ervoor dat Waite in Damascus Jenco zou opvangen en de pers te woord zou staan. Maar de komst van Waite in Damascus bevestigde de islamitische Jihad in hun vermoeden van dubbel spel, omdat de Anglicaanse gezant niet door hen op de hoogte was gebracht van de vrijlating van Jenco. Waite viel daarmee door de mand als een onafhankelijke, a-politieke bemiddelaar. Zijn rol was in werkelijkheid die van een grote schaduw over de geheime onderhandelingen van North met Iraanse tussenpersonen.

Na de onthulling van het Iran-Contraschandaal wilde Waite per se naar Beiroet om de ontvoerders van zijn integriteit te overtuigen. Die missie werd hem fataal. Op 19 januari 1987 werd Waite zelf gegijzeld. Pas op 18 november 1991, bijna vijf jaar later, werd hij als een van de laatste westerse gijzelaars vrijgelaten.

Hewitt heeft met zijn onthullingen over dit menselijke drama achter het Iran-Contraschandaal gewacht tot de vrijlating van Waite. Dat getuigt van meer fatsoen dan Oliver North voor Terry Waite kon opbrengen: het houdt tevens een keihard oordeel in over het gevaar dat de Kerk loopt om te worden misbruikt in dit soort situaties. Terry Waite en een aantal andere gijzelaars hebben daarvoor een hoge prijs moeten betalen.