AAN HET FRONT

Gewijde grond door Raymond van den Boogaard 189 blz, Meulenhoff 1992, f 29,50 ISBN 90 29035 13 7

"Puinhopen en lijken vertellen geen verhaal meer, naar hun afloop kun je niet meer nieuwsgierig zijn,' schrijft Raymond van den Boogaard in zijn onlangs verschenen boek Gewijde grond. ""De verslaggever, terug in zijn hotelkamer in Tbilisi, Belgrado of Zagreb heeft het gevoel een middagje naar de film te zijn geweest, niet dat hij iets heeft beleefd.'

Wie verslag moet uitbrengen over de situatie in het open been van Europa zit met twee problemen: hoe overleef ik als mens en hoe overleef ik als journalist. Vaak is dat maar moeilijk te verenigen. Een nog veel groter conflict speelt zich af op het emotionele vlak: hoe handhaaf je een zekere onpartijdigheid temidden van de ene gruwelijkheid na de andere, zonder te vervallen in plat cynisme. En vooral: hoe blijf je waarnemer, in de puurste zin van het woord.

Raymond van den Boogaard heeft zich het afgelopen jaar noodgedwongen ontwikkeld tot een van de eersten van een nieuwe generatie Europese oorlogsverslaggevers, en in Gewijde grond, gebaseerd op reportages voor NRC Handelsblad, blijken zijn kwaliteiten. Hij zeurt niet, hij klaagt niet, hij zoekt als het maar even kan de straat op, en bovenal toont hij zich een meester in het balanceren tussen betrokkenheid en distantie. ""Wat zeg je bij het afscheid van iemand die een redelijke kans loopt te sneuvelen?' schrijft hij, na het afscheid van een Kroatische vriend die weer de oorlog in moet. ""Ik stomp hem maar wat, onkruid vergaat niet, zoiets, en wens hem geluk.'

De eerste helft van Gewijde grond is gewijd aan dat het merkwaardige overgangsjaar waarin de Oostberlijners langzaam merkten wat het kapitalisme werkelijk inhield. Van den Boogaard concentreert zijn reportages hier vooral op de kleine geschiedenissen van de man of vrouw in de straat, de deelnemers tegen wil en dank in ieder historisch drama. In Joegoslavië zet hij die methode voort, maar met aanmerkelijk grotere risico's. In Hotel Esplanade te Zagreb was er eerst nog iets van een "Ernest Hemingway-gevoel', maar al snel toonde de oorlog haar volle grimmigheid, ook jegens de journalisten - in korte tijd vielen onder hen twee zwaar gewonden en één dode.

Toch mijdt Van den Boogaard - althans in zijn verslagen - ieder waardeoordeel. Termen als "vreselijk', "weerzinwekkend', "voorportalen van de hel' en andere adjectieva waarmee de Nederlandse journalistiek maar al te graag strooit, zijn bij hem zelden te vinden.

Soms schiet Van den Boogaard uit zijn slof, hij ergert zich, hij windt zich op, ook over zijn eigen rol: ""gratuite vriendelijkheid van iemand die al bijna twee jaar alleen uitzichtloze ellende en lelijke domheid heeft gezien,' schrijft hij ergens over zichzelf. Elders slaat hij door in een wat al te geforceerde distantie. Hij spreekt over "de reiziger' alsof het niet om hemzelf gaat maar een of ander vreemd wezen, en waarom hij in zijn boek deze versleten krantentruc toepast is me een raadsel.

Maar voor de rest beperkt Raymond van den Boogaard zich tot beschrijvingen, met een vloed aan details, en hij etst daarmee een aantal onvergetelijke beelden in het hoofd van de lezer. Het knullige begin van de schermutselingen, zoals het begin van alle oorlogen nog vol onschuld en verbazing: moeten we nu echt gaan schieten? Een stapel lijken, in de stromende regen op een binnenplaatsje. Een groep vluchtende boeren bij een tankstation op een snelweg. De gevoelens die dit soort taferelen oproept, legt hij op de enige plaats waar ze horen: bij de lezer. Dat maakt dat Van den Boogaards verslagen, ondanks de ogenschijnlijke koelte, uiteindelijk emotioneler zijn dan die van zijn collega's.

""Op ons continent is een nieuwe toekomst aangebroken, en niemand heeft er echt zin in,' schrijft Van den Boogaard aan het slot van zijn boek. Hij viert oudjaar met een paar Russische vrienden in Moskou en alleen dank zij de enorme vindingrijkheid en het doorzettingsvermogen van de gastvrouw is er nog iets gebrouwen van duurgekochte kool, eigengeplukte paddestoelen en gehamsterd meel. Gewijde grond ademt dezelfde sfeer: het is snel in elkaar gezet, er is voornamelijk geput uit al bestaande verslagen, en naar analyses over de diepere oorzaken van het Joegoslavische conflict of de problemen in Georgië zal een lezer tevergeefs zoeken. Het zijn nu eenmaal ruwe kwanten, en ""wie een geweer heeft, die wil ook af en toe wat schieten, oorlog of geen oorlog'. Maar die pretentie heeft deze momentopname ook helemaal niet. Het is geen boek van meningen. Het is een boek over actualiteit die nu al geschiedenis is, van verhalen die over tien of vijftig jaar, als dit eindelijk allemaal voorbij is, nog gelezen zullen worden.