Zes doelpunten minder dan vier jaar geleden

Door de produktiviteit in de laatste speelronde werd in de poulewedstrijden van het EK alsnog de grens van twintig doelpunten gepasseerd.

In twaalf duels werd 21 keer gescoord. Dat is een gemiddelde van 1,75 per wedstrijd. Nederland en Zweden zijn de topscorers met vier doelpunten. Drie wedstrijden eindigden in 0-0. Vier jaar geleden in Duitsland tijdens het vorige EK bleef er niet één duel doelpuntloos. Bij dat toernooi werden in vergelijking met nu in dezelfde periode zes doelpunten meer gemaakt. Bij het EK'84 kwam men in twaalf wedstrijden tot maar liefst 32 treffers. Dat is tot nu toe het record. Destijds werd er in vier wedstrijden in groep 1 (Frankrijk-België 5-0, Denemarken-Joegoslavië 5-0, Frankrijk-Joegoslavië 3-2 en Denemarken-België 3-2) vijf keer gescoord. Het eindgemiddelde van het EK'84 was 2,7 per duel, in '80 - het eerste toernooi met acht landen - 1,9 en in '88 2,2. Dat laatste gemiddelde werd ook bij het WK van 1990 in Italië gehaald. Dat toernooi kende echter met Verenigde Staten (o.a. 5-1 verlies tegen Tsjechoslowakije) en Verenigde Arabische Emiraten (verlies van 5-1 tegen West-Duitsland en 4-1 tegen Joegoslavië) een paar hele zwakke deelnemers. Het gemiddelde van 2,2 was desondanks het laagste in de historie van het WK. Het record stamt uit 1954 waar in de eindronde in Zwitserland een gemiddelde van 5,3 doelpunt per wedstrijd werd bereikt. Het meest produktieve duel in de EK-eindronden was ook de eerste die in de toernooihistorie werd gespeeld, Joegoslavië-Frankrijk eindigde op 6 juli 1960 in Parijs in 5-4.