Zakelijkheid tekent afspraken tussen Lubbers en Venetiaan

DEN HAAG, 19 JUNI. De intentie was dezelfde: een streep onder het verleden. Maar de verwachting bleek niet in evenwicht. Sinds het protocol van Bonaire eind vorig jaar maakten Suriname en Nederland zich op voor een nieuw verdrag, waardoor de relaties inniger zouden worden en tegelijkertijd meer aan de realiteit moesten beantwoorden.

In drie dagen onderhandelen wilde de Surinaamse regering Den Haag duidelijk maken dat het uit moest zijn met stringente voorwaarden en moeilijke afspraken. De 1,3 miljard gulden waar Suriname nog recht op heeft krachtens een verdrag dat bij de onafhankelijkheid werd gesloten is en blijft van Suriname. Nederland moet die honderden miljoenen versneld overmaken en kan slechts globaal aangeven waar die hulpgelden voor bestemd zijn. Als Nederland zo graag wil dat democratie en rechtsstaat tot volle wasdom komen, dan kost dat extra geld. Op dit historische moment moest Den Haag zich daar ook op vastleggen.

Voor de Nederlandse regering kwam die houding niet echt als een verrassing, maar de ministers Lubbers, Pronk en Van den Broek kozen voor een realistische lijn. Den Haag was ervan overtuigd dat het nieuwe economische aanpassingsprogramma veel zou vragen van de Surinaamse burgers. Daarvoor moesten verdragsmiddelen worden bestemd. Maar het was in het belang van Suriname zelf om, in de woorden van premier Lubbers, deze grote operatie niet te zien als “een permanente steunrelatie maar als overbrugging om ook economisch volledig onafhankelijk te worden”. Geen ontwikkelingshulp in engere zin dus, maar een verdrag tussen twee staten die elkaar kunnen bijstaan op tal van terreinen: justitie, politie, defensie, veiligheid, buitenlandse zaken, overheidsapparaat, aanpassingsprogramma's.

Nederland, aldus de regering, zegt niet: hier is de zak met knikkers en ga maar. Nee, Nederland wil Suriname helpen op de “moedige weg” die president Venetiaan is ingeslagen. Maar de ontwikkelingen op het terrein van democratie en een volwassen wordende rechtsstaat zullen door Suriname zelf moeten worden getoetst om deze nieuwe relatie duurzaam te laten worden. Bij Nederland ligt de verantwoordelijkheid om daarvoor bestaande middelen vrij te maken; Suriname zal erop moeten toezien dat de fondsen goed worden besteed.

President Venetiaan zette duidelijk een kanttekening bij die Nederlandse houding. In het verleden, zo zei hij, had de harde opstelling van Nederland een vorige gekozen regering ten val gebracht. Dat mocht niet opnieuw gebeuren en daarom verdiende zijn regering ogenblikkelijk een ruime handreiking zonder bevoogding. De president vergat erbij te zeggen dat de val van die regering door een staatsgreep gebeurde, ook al werd die mild uitgevoerd over de telefoon.

Lubbers, Van den Broek en Pronk verwierpen radicaal de suggestie dat het economische verval in Suriname mede was veroorzaakt door de Nederlandse houding. Op een moment dat het parlement zich grotere zorgen maakt over de controle op ontwikkelingsgelden moesten de regels die ook voor andere landen in de Derde wereld gelden nauwgezet worden gevolgd.

Drie dagen lang ging het net als op Bonaire. Hoog inzetten, vragen om uitstel, veel faxen en telefoneren met Paramaribo. Naar buiten telkens laten zeggen dat de sfeer zo goed was en binnenskamers onder tijdsdruk proberen om steeds weer nieuwe toezeggingen te krijgen. Omdat het grote gevolg van de president nog veel afspraken had in Nederland werd het overleg herhaaldelijk onderbroken. In Amsterdam werden zaken gedaan met de Kamer van Koophandel, na het diner bij de koningin werd uitbundig de 56-ste verjaardag van de president gevierd. Ambtenaren van Buitenlandse Zaken die woensdagavond het idee hadden dat overleg met minister Sedoc op een oor na gevild was merkten donderdagochtend tot hun verbijstering dat de adviseurs van president Venetiaan daar na een korte nacht geheel anders over dachten.

De president had vertegenwoordigers van politieke partijen als Playfair (NDP), Radakishun (VHP), Ardjosoemito (KTBI) en Cameron (NPS) meegebracht om op voorhand steun te krijgen voor het verdrag bij de verschillende politieke geledingen in zijn land. Die adviseurs roerden zich dus en zagen graag dat de president zich hard maakte voor het vaststellen van nieuwe bedragen voor hulp als de eerste 1,3 miljard besteed waren. Zij dachten aan het ronde bedrag van 500 miljoen. Daarbij kwam het er niet op aan hoe je onderhandelde en of het allemaal wel volgens de diplomatieke wetten ging. Slechts het resultaat telde.

Zij speelden op tijd - die er niet was - en op de overtuiging dat Nederland het afbreken van de onderhandelingen koste wat het kost zou willen voorkomen na de affaire met Indonesië, dat voor verdere hulp bedankte. Ook dat was niet het geval. Uiteindelijk hakte Venetiaan zelf een aantal knopen door en toonde zich met het resultaat tevreden.

Premier Lubbers wees erop dat deze nieuwe uitdaging voor de twee landen ook Nederlanders van Surinaamse afkomst zou kunnen inspireren om aan de opbouw van het land deel te nemen. “President Venetiaan is markant aan de slag gegaan. In het verdrag worden begrippen als democratie en rechtsstaat genoemd. In een omgang met vrienden kan je deze zaken tot gelding brengen. Het kwaliteitsaspect van de programma's die in gang gezet worden leidt ook tot onafhankelijkheid.”

En zo gingen staatshoofd en premier uiteen. Tevreden over een nieuwe, meer zakelijke en uitgebreide relatie tussen een voormalig rijksdeel en het moederland, met de intentie om elkaar minder vaak mis te verstaan, maar zich wel bewust van het gevaar van te grote verwachtingen en de grote schade die dat teweegbrengt.