Vuurpijlen op Chinese effectenbeurs

De nieuwste aanwinst op de effectenbeurs van Shenzhen in China, de "B'-aandelen van de Chinese textielonderneming Victor Onward, zijn afgelopen dinsdag, op de eerste dag van verhandeling, als een raket omhoog geschoten.

Na een opmerkelijk levendige handel sloot het aandeel op een koers van 11,5 yuan (ongeveer 3,82 gulden), en realiseerde daarmee een koersstijging van niet minder dan 448 procent.

"B'-aandelen zijn uitsluitend bestemd voor buitenlandse beleggers. Chinezen mogen deze stukken niet kopen. Voor hen zijn de "A'-aandelen die zij kunnen kopen met behulp van "rights' die elke Chinese burger het recht geeft om 30 "A'-aandelen aan te kopen in een van de ter beurze geïntroduceerde bedrijven. Momenteel zijn in China tegen de veertig ondernemingen ter beurze genoteerd. Deze "rights' kosten officieel 35 yuan (ongeveer 10 gulden), maar de de waarde ervan op de zwarte markt is scherp opgelopen tot 1.000 yuan (320 gulden). Ook buitenlandse beleggers zijn in groeiende aantallen aangelokt.

Shenzhen ligt in een van de speciale economische zones in het Zuid-Oosten van de Chinese Volksrepubliek, in een regio waar een onstuimige ontwikkeling gaande is. Victor Onward is het zevende voor buitenlandse beleggers bestemde aandeel dat op de beurs van Shenzhen is geïntroduceerd. De introductie zou eigenlijk al veel eerder hebben moeten plaatstvinden maar liep vertraging op.

Begin deze week deden in Hongkong verhalen de ronde dat de Chinese autoriteiten een rem willen zetten op de sterk groeiende aandelenhandel in een poging de op gang gekomen speculatiehausse te beteugelen. Een woordvoerder van de People's Bank of China, de instelling belast met het toezicht op de effectenbeurzen, maakte duidelijk dat men beducht is voor de blinde koopwoede die zich in China manifesteert en de koersen naar een onwerkelijk niveau opstuwt. Hoewel een koers/winst-verhoudingen niet allesbepalend is, zou een waardering van tussen de 60 en 80 tot enige terughoudendheid aanleiding moeten geven. Zo niet in China tot dusver, waar beleggers de twee effectenbeurzen massaal belagen en waar niet zelden een handgemeen ontstaat in het gedrang naar de loketten. Eerder deze maand werd bij zo'n schermutseling tussen "beleggers' een van hen doodgestoken.

Volgens een handelaar van een in Hongkong gevestigde Europese effectenfirma is tijdens de afgelopen weken de interesse voor de op handen zijnde introductie van aandelen Victor Onward extra aangewakkerd. Ook omdat de introductie langer op zich liet wachten ontstond er een stuwmeer met koopopdrachten, ook omdat er nogal wat tijd zat tussen deze introductie en die van het vorige naar de beurs gebrachte "B'-aandeel Shenzhen Petrochemical, dat op 6 mei als nieuwkomer verscheen.

De economische ontwikkeling van China lijkt intussen op toeren te komen. Gisteren werd bekend dat het bruto nationaal produkt van China in de eerste vijf maanden van dit jaar met elf procent is gegroeid ten opzichte van dezelfde periode van vorig jaar vooral door een 38,8 procent stijging van de investeringen. Die groei is beduidend meer dan de zes procent die de Chinese regering voor het hele jaar in haar prognose voor dit jaar had genoemd. De groei van de industriële produktie over de afgelopen vijf maanden bereikte een indrukwekkende 17,9 procent.

Dat nieuwkomers op de effectenbeurs van Shenzhen - na Shanghai de tweede in China - op de eerste dag van verhandeling sterk in koers kunnen stijgen is daar niet opzienbarend. Het stormachtige debuut van Victor Onward stelt die van de vorige introducé - Shenzhen Petrochemical - evenwel in de schaduw. De "B'-aandelen van dit beursfonds boekten op de eerste dag een koersstijging van "slechts' 190 procent.