Vrijdag 12; Elektronische mangel

Het is een mooi streven van het Amerikaanse Kronos Kwartet, dat vorige week te horen en te zien was in de Grote Zaal van het Concertgebouw, om een nieuw publiek aan te boren voor klassieke muziek.

Als ze het daarvoor nodig vinden om een overhemd van moderne snit te dragen in plaats van een jacquet, heb ik daar niets op tegen. En ouderwetse pluchen stoelen kunnen ze gerust met een zwart net bespannen. Als ze menen dat het licht van de kroonluchters het publiek niet in de juiste stemming kan brengen, mogen ze die desnoods vervangen door blauwe, rode en andere spots.

Erger wordt het als ze met die spots beginnen te knoeien tijdens de muziek, hoe bescheiden ook. Ik ben gekomen om naar een strijkkwartet te luisteren en heb geen behoefte aan een multimediashow. Ik ga me dan ineens afvragen waarom de kleur langzaam van helder geel naar zwoel rood verschuift en vergeet geconcentreerd te luisteren naar wat er gespeeld wordt. De belichting is nauwkeurig uitgedokterd, en wil dus iets zeggen over de betekenis van de muziek. Het licht werkt als een bad, waarin alle muziek wordt ondergedompeld om er romantischer, en vaak ook erotischer en mystieker weer uit te komen. Veel van de muziek van het Kronos Kwartet wordt "intiem als een gebed in een tijd dat mensen zijn vergeten wat dat is', om een van de kwartetleden te citeren.

Ook de elektronische versterking van muziek die daar niet om gevraagd heeft, draagt bij aan de eenvormigheid van de boodschap. Het kan zijn dat het publiek waar het Kronos Kwartet op mikt, eraan gewend is dat muziek niet uit instrumenten komt, maar uit luidsprekers die aan de zijkant van een podium staan opgesteld. Het argument dat ze niet anders kunnen omdat ze door het succes gedwongen worden in steeds grotere zalen te spelen, is onzin. Yo-Yo Ma weet met zijn cello in zijn eentje probleemloos en uiterst verfijnd de achterste stoelen van de Grote Zaal te bereiken.

Het elektronisch versterken van een strijkkwartet tast het wezen van het kwartetspel aan. De klank verandert en de subtiliteit, die essentieel is in de samenspraak tussen de vier musici, gaat verloren in de elektronische mangel. De cello wordt ineens een lage viool en verliest zijn eigen karakter. En het is juist die combinatie van eigenheid en eenheid die een strijkkwartet tot zo'n spannend ensemble maakt.

Het Kronos stelt zich ten doel de overmaat aan historische ballast uit het concertleven te verdrijven. Maar de nieuwe "verpakking' die het kwartet daarvoor heeft bedacht is niet zo onschuldig als het lijkt. Het Kronos dwingt zijn publiek tot een nieuwe, zeer romantische houding tegenover de muziek. Het kwartet verkleint niet de stap naar ander klassiek repertoire, al heeft het wel die pretentie, maar het absorbeert dat gedeelte van het (moderne) klassieke repertoire dat in zijn kraam te pas komt, en manipuleert met de betekenis ervan. Wat wordt verkocht als oude wijn in nieuwe zakken is eigenlijk gewoon nieuwe wijn.