Voorlopig laatste actie tegen laag salaris onderwijs

ROTTERDAM, 19 JUNI. Met een staking van ruim 2.200 leraren op ongeveer 350 scholen in het zuiden van het land zijn gisteren de acties voor hogere salarissen in het onderwijs tot een voorlopig einde gekomen.

Vorige week werden stakingen georganiseerd in het midden van het land, de week daarvoor in het noorden en oosten. In totaal is op ruim duizend scholen een dag gestaakt, vooral in het basisonderwijs. De acties zijn het gevolg van een in februari gepubliceerd onderzoek naar de salarispositie van leraren. Uit dit onderzoek bleek dat leraren 10 procent in salaris achterlopen bij ambtenaren met een vergelijkbare opleiding.

De vier onderwijsvakbonden willen dat het kabinet 700 miljoen gulden vrijmaakt (het rapport kwam uit op een bedrag van 1,2 tot 1,65 miljard) voor verbetering van de aanvangssalarissen en voor betere salarissen voor het onderwijsondersteunend personeel. Bovendien zou met dat geld een eind moeten worden gemaakt aan de 10 procent korting op het salaris van invallers, en zou een salariskorting uit 1982 ongedaan moeten worden gemaakt. Volgens de bonden is een verbetering van de salarissen onontbeerlijk nu in het onderwijs allerlei vernieuwingen worden doorgevoerd, zoals de basisvorming en een ver gaande samenwerking tussen basis- en speciaal onderwijs.

In de schaduw van de grote bonden heeft een aantal jonge leraren apart actie gevoerd. Deze zogeheten na-hossers, genoemd naar het HOS-akkoord uit 1985 waarmee op de aanvangssalarissen werd bezuinigd, willen dat er allereerst 350 miljoen vrijkomt voor hún salarissen.

Als bij de presentatie van de onderwijsbegroting in september mocht blijken dat de salarissen in het onderwijs niet omhoog gaan zal opnieuw actie worden gevoerd.