Rippen-piano's worden Baltika's en Red Oktobers

De laatste pianofabriek verdwijnt uit Nederland. De arbeidsintensieve produktie is te duur geworden. Rippen International in Ede gaat op in een joint venture met een Russische pianofabriek.

EDE, 19 JUNI. Nederland is zijn laatste pianofabriek kwijtgeraakt aan Rusland. Rippen International in Ede staakte gisteren de produktie. De "Joint Stock Company Piano Factory Formerly J. Becker' in Sint Petersburg, een joint venture van Rippen, neemt de fabricage over. Negen van de dertig werknemers blijven in Ede werkzaam voor de internationale verkoop.

Rippen-directeur M. Grossnickel, die zijn functie in de joint venture deelt met een Rus, geeft als voornaamste reden voor de verhuizing van het machinepark de loonkosten in Nederland. “Het is cru, maar onze werknemers kosten 35 gulden per uur, in Rusland 25 gulden per maand.”

Niet bekend

Hij is niet zichtbaar aangedaan door het feit dat in zijn fabriek het laatste onderdeel van de laatste Nederlandse piano wordt gemonteerd. Zal het een notenkleurige Rippen "Cantabile' zijn (5.950 gulden) of een kersenhouten "Concerto II' (9.550 gulden), om maar eens twee jubileumaanbiedingen te noemen ter ere van het vijfenvijftigjarige bestaan van Rippen?

Grossnickel: “De produktie is sinds drie maanden nauwkeurig afgestemd op de bestellingen. De garage staat nog wel vol met piano's voor de export. Daar kan ik meteen uit leveren.”

De doodsstrijd van de pianofabrikant duurt al geruime tijd. In 1985 beleefde het bedrijf zijn eerste faillissement. Begin jaren tachtig sprong Economische Zaken bij met 2,3 miljoen gulden. Een interim-manager moest orde op zaken te stellen. Dat was volgens Grossnickel geen succes.

In 1989 nam de Amerikaanse pianoketen Key Lard Rippen over. Dit ging de toenmalige erfgenaam P.J. Rippen te ver. Hij was op dezelfde werkvloer terechtgekomen waar hij in 1966 als leerling-pianobouwer begon. Zijn vader, J.J. Rippen, maakte bij de oprichting van de zaak in Den Haag in 1937 nogeigenhandig drie piano's in het jaar. Net na de oorlog, toen de vraag groot was vanwege het wegvallen van de Duitse pianobouwers, startte J.J. Rippen in Ede de industriële vervaardiging van betrekkelijk goedkope klavieren. Op het hoogtepunt zelfs vijfduizend stuks per jaar. Zoon Rippen besloot het culturele erfgoed van zijn vader niet uit handen te laten nemen. Via een "management buy-out' werd hij even later zelf eigenaar-directeur.

Piano's zijn sterk conjunctuurgevoelige luxe-artikelen (Grossnickel: “Orders zijn geen orders”). Rippen kampte sinds de jaren zestig met afzetproblemen, mede door de introduktie van goedkope Oost-Europese en Japanse piano's op de markt. Dit kostte ook de enige Nederlandse concurrent Haan uit het Groningse Vries de kop. Rippen verloor vooral terrein in Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. In februari 1991, na de door de Golfoorlog veroorzaakte malaise, volgde het tweede faillissement.

K. Malenstein van Malenstein Eurotransport in Ede nam alle aandelen van de pianofabriek over en slankte het bedrijf flink af. Zestig van de negentig werknemers kwamen op straat te staan, maar winstherstel bleef uit. Malenstein ontsloeg directeur Rippen. Diens opvolger Grossnickel: “Het was een familiebedrijf met een onzakelijke leiding. Emoties en eer voerden de boventoon.” Rippen senior wil niet praten over zijn bedrijf, junior is met vakantie.

De omzet, die over 1990 nog 16 miljoen gulden bedroeg bij een verkoop van 3500 piano's en 25 vleugels, kelderde vorig jaar tot nog geen 6 miljoen gulden. “Het bedrijf was ingesteld op een omzet van tweeduizend piano's per jaar. Na de zomer van vorig jaar zou de vraag aantrekken. Dan gaan de muziekscholen open en wil iedereen opeens pianoles. Maar we verkochten niets, ook niet later met kerstmis.”

Enige maanden geleden werd nog een nieuw model, een piano met ingebouwde computer, ontworpen als laatste poging om via de elektronische markt Rippen te redden. Uit het apparaat (kostprijs 15.000 gulden) kan men behalve de vertrouwde pianogeluiden ook nog exotische klanken toveren. Maar Grossnickel beschouwt het instrument als “duur speelgoed”. Hij zal in Rusland niet in produktie worden genomen.

Het enige type vleugel dat Rippen verkocht, de "Ouverture', verdwijnt uit de collectie. Twee typen piano's blijven over, in een beperkt aantal uitvoeringen. Misschien gaan de Rippens in het vervolg op de Baltika's lijken, die de toekomstige partner in Rusland al in grote aantallen produceert en ook in Nederland verkoopt.

Grossnickel, die zelf sinds kort pianoles heeft, zweert dat de naam Rippen blijft bestaan. “Hoewel: "Red Oktober', de naam waaronder onze Russische partner zijn vuurrode piano's verkoopt, is ook niet onaardig.”

Foto: De produktie van piano's is zeer arbeidsintensief en daarom te duur geworden voor Nederland. Werknemers van de laatste Nederlandse pianofabriek Rippen in Ede, die haar poorten zal sluiten, verdienen 35 gulden per uur. In Rusland, waar de produktie van Rippen in een joint venture zal worden voortgezet, krijgen werknemers per maand 25 gulden betaald. (foto NRC Handelsblad/Freddy Rikken)